1. Home
  2. Specialisten
  3. Robert Andes

Robert Andes Advocaat Cassatie & (Appel)procesrecht

Contact Neem vrijblijvend contact op

Over Robert Andes

Biografie

Robert Andes is sinds 2020 werkzaam als advocaat op de sectie Overheid & Vastgoed van Dirkzwager. In het bijzonder richt hij zich op de civiele proces- en cassatiepraktijk, waarin hij voor zijn afstuderen reeds als studentmedewerker werkzaam was. Verder heeft Robert tijdens zijn studie onder meer stage gelopen bij een grote internationale bank, heeft hij vrijwilligerswerk gedaan bij een rechtswinkel en is hij actief geweest bij een studievereniging.

Functie(s)

2020 Advocaat, Dirkzwager
Ondernemingen, Overheden, Vastgoed, Zorg Cassatie & (Appel)procesrecht , Civiele cassatie Burgerlijk procesrecht, bestuurdersaansprakelijkheidsrecht, algemeen verbintenissenrecht, algemeen vermogensrecht, rechtspersonenrecht Dirkzwager - Stella Maris
Van Schaeck Mathonsingel 4
6512 AN Nijmegen

Opleiding(en)

2017 2020 Master Nederlands Recht, afstudeerrichting Ondernemingsrecht (cum laude), Radboud Universiteit Nijmegen
2014 2017 Bachelor Notarieel Recht, Radboud Universiteit Nijmegen

Talen

Nederlands, Engels

Events

Delen of opslaan

Kennis geschreven door Robert Andes

1 filter(s) actief

Expertise

Selecteer de gewenste filteritems

  • Combinatie niet mogelijk met:

Sector

Selecteer de gewenste filteritems

  • Combinatie niet mogelijk met:

Thema

Selecteer de gewenste filteritems

  • Combinatie niet mogelijk met:

Auteur

Selecteer de gewenste filteritems

  • U heeft geselecteerd:
  • Combinatie niet mogelijk met:
Zoekopdracht delen:
Aantal resultaten: 12

De vergeten uitvoerbaarverklaring bij voorraad: aanvulling (32 Rv) of toch incidentele vordering (art. 234 Rv)?

In een recent arrest (ECLI:NL:GHAMS:2020:3234) vult het Hof Amsterdam zijn arrest aan op grond van art. 32 Rv door de proceskostenveroordeling alsnog uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Dat inmiddels ook de cassatieprocedure loopt waarin via een incidentele vordering ook een uitvoerbaarverklaring bij voorraad had kunnen worden gevorderd, staat daaraan niet in de weg.

Dwangsom en de onmogelijkheid om aan de hoofdveroordeling te voldoen

In zijn arrest van 13 november 2020 (ECLI:NL:HR:2020:1783) oordeelt de Hoge Raad dat als de te veroordelen partij reeds vóórdat de uitspraak wordt gedaan al het mogelijke heeft gedaan om ervoor te zorgen dat de hoofdveroordeling zal worden nageleefd, geen dwangsom behoort te worden opgelegd. Intussen is het wel nog steeds de vraag of deze kwestie ook in een art. 611d Rv-procedure aan de orde gesteld kan worden.

Voeging in twee instanties

Een partij die zich gevoegd heeft in een gerechtelijke procedure tussen twee andere partijen, kan zelfstandig een rechtsmiddel instellen. Die mogelijkheid laat onverlet dat de in eerste instantie gevoegde partij ook ervoor kan kiezen om zich in een hogere instantie zich opnieuw te voegen, zo volgt uit recente rechtspraak van de Hoge Raad.

Afstemmingsregel geldt niet ten aanzien van verstekvonnis

Als de bodemrechter uitspraak heeft gedaan, moet de kortgedingrechter die over hetzelfde geschil oordeelt, zijn beslissing in beginsel op het oordeel van de rechter in de bodemzaak afstemmen. Deze ‘afstemmingsregel’ geldt echter niet als het bodemvonnis bij verstek gewezen is, zo volgt uit een recent arrest van het Hof Den Haag (ECLI:NL:GHDHA:2020:1913).

Gezag van gewijsde en het belang van hoger beroep

Het procesrechtelijke leerstuk van het gezag van gewijsde leert dat procespartijen in een volgende procedure gebonden kunnen zijn aan beslissingen van een eerdere rechter. Door die binding kan het verstandig zijn een rechtsmiddel in te stellen tegen een uitspraak waarvan de uitkomst op zichzelf gunstig lijkt, maar wel deels gebaseerd is op ongunstige beslissingen, zo illustreert een arrest van het Haagse gerechtshof van 8 september 2020 (ECLI:NL:GHDHA:2020:1648).

Het vernietigingsbestendig maken van de uitspraak door de rechter

De rechter die wil voorkomen dat zijn uitspraak door een hogere rechter wordt vernietigd, heeft de nodige instrumenten om zijn uitspraak dicht te timmeren. Zo kan hij verschillende gronden aanvoeren die de beslissing zelfstandig kunnen dragen. Een recente beschikking van het Haagse gerechtshof (ECLI:NL:GHDHA:2020:1126) vormt daar een treffend voorbeeld van.