Zoeken
  1. Bestuurdersaansprakelijkheid wegens niet terugbetaling lening aan vennootschap

Bestuurdersaansprakelijkheid wegens niet terugbetaling lening aan vennootschap

Bestuurders en schuldeisers let op! Het niet terugbetalen van een lening door een bestuurder aan een vennootschap kan – indien de betreffende vennootschap in slecht weer komt te verkeren – een grond zijn voor bestuurdersaansprakelijkheid. Dit blijkt uit een recent arrest van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch.
Artikel | 05 februari 2019 | Steven Effting

Wat was het geval?

Een verhuurder verhuurt een bedrijfspand aan een holdingmaatschappij (“de Holding”). Al snel wordt de huur niet meer betaald, waarop de verhuurder de huurovereenkomst ontbindt en het faillissement van de Holding aanvraagt.

Het daaropvolgende faillissement wordt enige tijd later opgeheven wegens gebrek aan baten. Aan uitkering aan de concurrente crediteuren, waaronder de verhuurder, wordt dus niet toegekomen.

De verhuurder richt zijn pijlen vanwege het onbetaald en onverhaalbaar blijven van zijn vordering op de bestuurder van de Holding. De verhuurder constateerde namelijk dat de Holding een aanzienlijk bedrag van de bestuurder te vorderen had. In totaal had de bestuurder meer dan vijf ton van de Holding geleend. Ondanks ernstige liquiditeitsproblemen van de Holding was geen enkele poging ondernomen deze vordering te incasseren. De bestuurder zou zijn persoonlijke belangen boven de belangen van de Holding hebben laten prevaleren en daarmee persoonlijk onrechtmatig jegens de verhuurder hebben gehandeld, aldus de verhuurder.

Oordeel gerechtshof

Uitgangspunt
In lijn met vaste jurisprudentie overweegt het gerechtshof dat in beginsel alleen de vennootschap aansprakelijk is voor het niet nakomen van verbintenissen en de gevolgen daarvan.

Indien een schuldeiser van een vennootschap benadeeld is door het onbetaald en onverhaalbaar blijven van diens vordering, kan er echter ook grond zijn voor aansprakelijkheid van degene die als bestuurder (i) namens de vennootschap heeft gehandeld dan wel (ii) heeft bewerkstelligd of toegelaten dat de vennootschap haar wettelijke of contractuele verplichtingen niet nakomt.

In beide gevallen mag in het algemeen slechts worden aangenomen dat de bestuurder jegens de schuldeiser onrechtmatig heeft gehandeld indien hem – mede gelet op zijn verplichting tot een behoorlijke taakuitoefening als bedoeld in art. 2:9 BW – een voldoende ernstig verwijt kan worden gemaakt.

Voldoende ernstig persoonlijk verwijt
Van de bestuurder mocht, gelet op het feit dat de Holding niet meer aan zijn betalingsverplichtingen kon voldoen, verwacht worden dat hij als bestuurder ten behoeve van de vennootschap de schuldenaar (hijzelf dus) zou aanspreken tot terugbetaling en zich zou inspannen tot het incasseren van de vordering die de vennootschap op hem in privé had.

Met het uitblijven van deze inspanningen handelde de bestuurder ten opzichte van de verhuurder zodanig onzorgvuldig dat hem daarvan persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt. De bestuurder had redelijkerwijs behoren te begrijpen dat de door hem bewerkstelligde handelwijze van de vennootschap tot gevolg zou hebben dat de Holding haar verplichtingen jegens de verhuurder niet meer zou nakomen en ook geen verhaal zou bieden.

Overigens wordt voor het hof niet vastgesteld dat de oorzaak van het faillissement in het niet terugbetalen van de lening is gelegen. Dit acht het hof in dit verband ook niet doorslaggevend.
Het ernstige verwijt zit erin dat van de bestuurder mocht worden verwacht dat hij, op het
moment dat de Holding in zwaar weer kwam te verkeren en haar eigen betalingsverplichtingen niet
meer kon nakomen, de positie van de vennootschap zou trachten te verbeteren en het tekort aan
liquiditeiten zou trachten op te heffen.

Conclusie

Indien sprake is van een vordering van een vennootschap op een bestuurder en deze vennootschap in liquiditeitsproblemen komt te verkeren, dan mag van het bestuur worden verwacht dat het tracht deze vordering te incasseren. Doet het bestuur dat niet, dan kan dit een grond opleveren voor bestuurdersaansprakelijkheid.

Bent u een schuldeiser en vermoedt u dat sprake is van bestuurdersaansprakelijkheid? Dan is het nuttig te onderzoeken of hier inderdaad sprake van is. In geval van faillissement bieden de door de curator in dat faillissement uitgebrachte verslagen vaak een goed eerste aanknopingspunt. Ook kunt u inzage in de administratie van de gefailleerde vennootschap vorderen.

Bent u een bestuurder en wenst u de risico’s omtrent bestuurdersaansprakelijkheid in kaart te brengen of wordt u aansprakelijk gesteld? Laat u dan vroegtijdig adviseren.

Dirkzwager legal & tax staat zowel schuldeisers als bestuurders bij. Ik help u graag op weg. Neem daarvoor contact met mij op via 024 – 381 31 38 of effting@dirkzwager.nl.