1. Home
  2. Kennis
  3. Artikelen
  4. Geen dubbel betaald salaris meer na doorstart

Geen dubbel betaald salaris meer na doorstart

Het kwam nogal eens voor dat werknemers bij een doorstart na faillissement voor hun werkzaamheden na de faillissementsdatum betaald kregen van zowel UWV (namens de curator) als de doorstarter. In een recente uitspraak maakt de Hoge Raad daar een einde aan.
Leestijd 
Auteur artikel Rogier Faase
Gepubliceerd 27 juni 2022
Laatst gewijzigd 27 juni 2022

Loongarantieregeling UWV

In geval van faillissement zal de curator in de regel vrij snel na zijn aanstelling de arbeidsovereenkomsten met de werknemers van de gefailleerde entiteit opzeggen. Artikel 40 Faillissementswet bepaalt dat de opzegtermijn zes weken bedraagt; gedurende de opzegtermijn dienen de werknemers zich beschikbaar te houden voor werkzaamheden. Daar worden ze ook voor betaald, en wel door UWV op grond van de loongarantieregeling.

Die loongarantieregeling houdt in dat UWV de salarissen van de werknemers over de opzegtermijn – naast onder meer de onbetaald gebleven salarissen tot dertien weken vóór de faillissementsdatum – voor de curator voorschiet, ongeacht of de curator dit bedrag ooit kan terugbetalen. UWV nodigt het personeel na het faillissement uit voor een intakegesprek, en na beoordeling van de gegevens en de berekening van de hoogte van de uitkering, krijgen de werknemers het salaris over de opzegtermijn gestort. UWV laat op zijn beurt de voorgeschoten salarissen door de curator noteren als boedelschuld.

Doorstart

De curator gaat in de regel direct na zijn aanstelling ook op zoek naar kopers voor de activa en activiteiten van de door de gefailleerde entiteit gedreven onderneming. Idealiter vindt er dan een doorstart plaats. Over het algemeen spreken we van een doorstart als (een deel van) de activa en activiteiten worden overgenomen en als (een deel van) het personeel ook in dienst treedt bij de overnemende partij.

Werknemers twee keer betaald

Al naar gelang hetgeen de curator en de doorstartende partij afsprekend, kan de indiensttreding plaatsvinden met terugwerkende kracht vanaf de faillissementsdatum, of op een later moment. Als de indiensttreding plaatsvindt met terugwerkende kracht vanaf de faillissementsdatum of op enig ander moment gedurende de opzegtermijn, bestaat de kans dat de betreffende werknemers twee keer salaris ontvangen: één keer op grond van de loongarantieregeling van UWV en één keer op grond van de nieuwe arbeidsovereenkomst met de doorstartende partij.

Om dat te voorkomen, hebben curatoren in de afgelopen jaren proactief UWV aangeschreven om te melden welke werknemers bij de doorstartende partij in dienst waren getreden. Zodoende zou de uitkering van UWV op basis van de loongarantieregeling (gedeeltelijk) kunnen worden stopgezet. Desalniettemin werd die dubbele betaling vaak niet voorkomen, zodat de curator geconfronteerd werd met een (te hoge) boedelvordering van UWV.

De curator zou dan de onterecht verrichte uitkeringen eventueel kunnen terugvorderen bij de verschillende werknemers, maar met de wijziging van art. 7:628 BW per 1 januari 2020 (geen arbeid, toch loon) was een dergelijk incassotraject tamelijk risicovol.

Een andere oplossing zou kunnen worden gevonden in de betwisting van de boedelvordering van UWV, en dat is wat een curator in een op 5 juli 2016 uitgesproken faillissement heeft gedaan. UWV heeft daarop de curator in rechte betrokken. De rechtbank heeft de vordering van UWV toegewezen, en toen het hof de curator in het gelijk stelde, heeft UWV de kwestie voorgelegd aan de Hoge Raad.

De Hoge Raad

In zijn arrest van 3 juni 2022 heeft de Hoge Raad geoordeeld dat als een werknemer na faillietverklaring van zijn werkgever bij een doorstart van diens onderneming of een deel daarvan tegen gelijke arbeidsvoorwaarden in dienst treedt van de verkrijger, de curator daaruit mag afleiden dat de werknemer niet langer bereid is arbeid bij de gefailleerde werkgever te verrichten. Dit kan in redelijkheid niet voor rekening van de gefailleerde komen. Er bestaat geen rechtvaardiging voor de dubbele betaling van loon.

Als uitgangspunt geldt dus dat een werknemer vanaf het moment van indiensttreding bij de doorstarter geen recht heeft op loon van de gefailleerde. Daarom heeft de werknemer over de periode vanaf de indiensttreding bij de verkrijger geen aanspraak op UWV uit hoofde van de loongarantieregeling, aldus de Hoge Raad.

Tot slot voegt de Hoge Raad nog toe dat deze regel niet alleen geldt voor de situaties van vóór de wijziging van art. 7:628 BW – toen nog het adagium “geen arbeid, geen loon” nog gold – maar ook voor het nieuwe adagium “geen arbeid, toch loon”. Met deze wijziging is volgens de Hoge Raad immers geen inhoudelijke verandering van de risicoverdeling tussen werknemer en werkgever beoogd.

Relevant voor de praktijk

Het is goed dat er met de uitspraak van de Hoge Raad duidelijkheid is gekomen over deze kwestie. De gezamenlijke schuldeisers hebben baat bij een zo laag mogelijke boedelschuld, aangezien er op deze manier meer geld voor hun overblijft. En voor de doorstarter is het goed dat er geen onnodig ingewikkelde bepalingen in de koopovereenkomst behoeven te worden opgenomen om de gevolgen van de eventueel dubbel betaalde salarissen te voorkomen.