Zoeken
  1. Het faillissement van een kerk – kan dat (en is dat wel zo praktisch)?

Het faillissement van een kerk – kan dat (en is dat wel zo praktisch)?

Als gevolg van het sterk teruglopende aantal kerkgangers sinds de jaren ’60, komen steeds meer kerken leeg te staan. Kardinaal Eijk voorspelt dat niet de pastoor, maar de deurwaarder voor de parochie zal preken. De vraag is of dat zo is, wat er dan gebeurt, of dat een goed idee is en of er andere opties zijn.
Artikel | 18 september 2018 | Rogier Faase

In het interview met De Gelderlander van 15 september jl. heeft aartsbisschop Eijk gezegd dat 10% van de Rooms-Katholieke kerken in het bisdom Utrecht feitelijk failliet is. Hij stelt dat de onderhoudskosten van de vaak grote, monumentale kerken te hoog zijn, zodat het in gebruik houden van de kerken onbetaalbaar wordt. De kerken zullen dan ook de deuren moeten sluiten, aldus de kardinaal.


Kan een kerk in staat van faillissement worden verklaard?

Dat kan. Artikel 2:2 BW bepaalt dat een kerkgenootschap een rechtspersoon is, en rechtspersonen kunnen failliet worden verklaard. Dat zal gebeuren als die rechtspersoon meerdere schulden onbetaald laat.


Hoe kan het dat een kerk failliet kan worden verklaard?

Het lijkt vreemd dat een kerkgenootschap, dat volgens het interview een groot, monumentaal kerkgebouw in eigendom heeft, toch failliet kan worden verklaard. Toch is dat niet zo vreemd als het lijkt. In zo’n geval zit het geld “vast in de stenen”: weliswaar heeft de parochie een kerkgebouw – dat waarschijnlijk een hoge waarde vertegenwoordigt – op de balans staan, maar zij heeft geen liquide middelen om haar schulden te betalen. De parochie zou dan nog wel solvabel zijn, maar door het gebrek aan snel geld is zij illiquide, en als gevolg daarvan zou zij zomaar insolvent kunnen zijn.


Wat gebeurt er als zo’n kerkgenootschap failliet wordt verklaard?

Wanneer een partij failliet wordt verklaard, dan stelt de rechtbank een curator aan. De curator heeft onder meer als taak om de eigendommen van de failliete partij te gelde te maken. Bij een kerkgenootschap zal de curator dan ook op zoek moeten gaan naar een koper voor het kerkgebouw, de beelden, de schilderijen, de in de liturgie gebruikte voorwerpen enzovoorts. Idealiter gaat de curator op zoek naar een doorstartkandidaat, maar het is maar de vraag of andere kerkgenootschappen daarin geïnteresseerd zullen zijn; uit het interview volgt immers dat het ‘klantenbestand’ nog maar weinig waard zal zijn: de parochianen blijven immers weg.

Daarna zullen de verkoopopbrengsten worden verdeeld onder de schuldeisers conform de wettelijke rangorde. Mochten er na de voldoening van alle schuldeisers nog gelden resteren, dan zal de curator dienen te onderzoeken aan wie dat restant toekomt.


Is een faillissement dan wel de beste optie?

Dat hangt af van verschillende omstandigheden. In het interview meldt de monseigneur dat het onderhoud van de kerk niet bekostigd kan worden. In een dergelijk geval zou een sale-and-lease-backconstructie een goede mogelijkheid kunnen zijn: het kerkgenootschap verkoopt de onroerende zaak aan een partij die het onderhoud van die onroerende zaak voor zijn rekening neemt. Het kerkgenootschap ontvangt de koopsom – waardoor het weer over liquide middelen beschikt – en het betaalt periodiek een huurprijs voor het gebruik van de kerk. Zodoende kan de parochie het nog wel enige tijd uitzingen, in de hoop op betere tijden.

Een andere optie zou kunnen zijn om de rechtspersoon te ontbinden en te vereffenen. In dat geval wordt een vereffenaar – doorgaans het bestuur van de rechtspersoon – aangesteld die de baten en schulden inventariseert. De rechtspersoon verkeert per datum ontbinding in liquidatie en de vereffenaar voldoet met de baten de schulden. Mochten er aan het einde van de vereffening nog gelden resteren, dan zal de vereffenaar ook dienen te onderzoeken aan wie de resterende gelden toekomen.

Het voordeel van deze vereffening is dat de curator buiten de deur gehouden wordt, omdat het kerkgenootschap zelf het heft in handen houdt. Bovendien wordt zodoende voorkomen dat de voor de kerk heilige voorwerpen voor een habbekrats op de veiling worden verkocht. Ondanks dat het aantal kerkgangers drastisch afneemt, zullen weinig mensen die nog affiniteit met de katholieke kerk hebben het 21e-eeuwse equivalent van de beeldenstorm kunnen waarderen.


Conclusie

Dat 10% van de kerken in het bisdom Utrecht feitelijk failliet is, betekent nog niet dat dit noodzakelijkerwijs tot het faillissement van die kerkgenootschappen leidt. Er zijn nog mogelijkheden om te voorkomen dat er een seculiere curator wordt aangesteld die belast is met het beheer en de vereffening van hetgeen eens zo heilig was.