Zoeken
  1. Hoe ver reikt een pandrecht op een bankrekening?

Hoe ver reikt een pandrecht op een bankrekening?

Om zekerheid te krijgen dat een vordering wordt betaald, is het gebruikelijk om een pandrecht te vestigen. Om bepaalde vorderingen onder het pandrecht te brengen, dient de pandhouder zogenaamde pandlijsten te registreren bij de Inspectie waardoor alle op dan moment bestaande vorderingen, en alle vorderingen die voortvloeien uit de op dat moment bestaande rechtsverhoudingen, onder het stille pandrecht vallen. De datum waarop de pandakte wordt geregistreerd (en natuurlijk de inhoud van de panda...
Auteur artikelDirkzwager
Gepubliceerd16 juli 2010
Laatst gewijzigd16 april 2018
Leestijd 
Om zekerheid te krijgen dat een vordering wordt betaald, is het gebruikelijk om een pandrecht te vestigen. Om bepaalde vorderingen onder het pandrecht te brengen, dient de pandhouder zogenaamde pandlijsten te registreren bij de Inspectie waardoor alle op dan moment bestaande vorderingen, en alle vorderingen die voortvloeien uit de op dat moment bestaande rechtsverhoudingen, onder het stille pandrecht vallen. De datum waarop de pandakte wordt geregistreerd (en natuurlijk de inhoud van de pandakte) zijn bepalend voor de vraag welke vordering wel en welke niet onder het pandrecht vallen. 

Het Gerechtshof Den Bosch heeft onlangs (29 juni 2010) nogmaals de lijn in de rechtspraak weergegeven met betrekking tot de vraag of bijschrijvingen op een bankrekening na het opmaken van de pandlijst ook vallen onder het pandrecht.

In deze zaak waren de feiten als volgt. Rabobank had een krediet verleend aan X. X heeft op een gegeven moment meer dan € 600.000,= van het krediet opgebruikt. De Rabobank heeft dus voor dit bedrag een vordering op X. Tot zekerheid van terugbetaling van de vordering die de Rabobank op X had verkregen, heeft zij een stil pandrecht gevestigd op alle huidige en toekomstige vorderingen die X heeft of zal verkrijgen. Een stil pandrecht houdt in dat de schuldenaren van X nog ‘gewoon’ aan X mogen betalen. Zodra de Rabobank mededeling aan de schuldenaren van X doet van het pandrecht dat zij heeft, moeten de schuldenaren voortaan exclusief aan de Rabobank betalen.

Op 17 november 2003 wordt door de Rabobank een pandlijst geregistreerd waarin is bepaald dat alle op dan moment bestaande vorderingen, en alle vorderingen die voortvloeien uit de op dat moment bestaande rechtsverhoudingen, onder dit pandrecht van de Rabobank vallen.

X beschikte al enige tijd over een bankrekening bij de Dresdner Bank. Op 17 november 2003 (de datum van de laatste pandakte) was het saldo van de rekening bij de Dresdner Bedrag negatief. X gebruikte deze bankrekening vervolgens om de betalingen van haar schuldenaren op te laten binnenkomen, X verkreeg hierdoor dus een vordering op de Dresdner Bank. In totaal komt na 17 november 2003 een bedrag ad € 37.500,= binnen op de bankrekening van X bij de Dresdner Bank. Op 25 en 28 november 2003 en op 1 december 2003 wordt dit bedrag van € 37.500,= overgeschreven naar de rekening van X bij de Rabobank. De Rabobank verrekent dit bedrag met de schuld die X nog aan haar heeft.

X gaat enige tijd later (op 25 augustus 2004) failliet en de curator roept de nietigheid in van de betalingen aan de Rabobank (van in totaal € 37.500,=). Omdat de bijschrijving van in totaal € 37.500,= dateert na de laatste pandakte, meent de curator dat deze schuld niet onder het pandrecht van de Rabobank valt. De Rabobank had volgens de curator dus geen recht op de bijschrijving.

De Rabobank echter verweert zich door er op te wijzen dat alle op 17 november 2003 (de datum van de pandakte) bestaande vorderingen, en alle vorderingen die voortvloeien uit de op dat moment bestaande rechtsverhoudingen, onder het stille pandrecht vallen. De Rabobank meent dat de rechtsverhouding, namelijk de rekening-courant verhouding tussen X en de Dresdner Bank, al veel langer bestond en dat de vordering van X op de Dresdner Bankvoor het bedrag ad € 37.500,= voortvloeit uit deze rechtsverhouding. De betalingen zouden dus wel onder het pandrecht vallen.

Het Hof overweegt, volgens vaste jurisprudentie, dat de vordering die X op de Dresdner Bank verkrijgt omdat door een derde gelden op diens bankrekening bij Dresdner Bank worden gestort onvoldoende rechtstreeks voortvloeit uit de rekening-courantverhouding van X met de Dresdner Bank om onder het stille pandrecht te kunnen vallen.

De toekomstige vordering van X (gezien vanuit de datum van de laatste pandakte) op de Dresdner Bank uit hoofde van bijschrijvingen die zijn gedaan na 17 november 2003 valt dus niet onder het stille pandrecht van de Rabobank.

Indien u een stil pandrecht heeft, is het van belang om regelmatig voor het faillissement van uw schuldeiser/pandgever pandlijsten op te maken en deze te registreren bij de Inspectie zodat de vordering van uw schuldeiser/pandgever op bijvoorbeeld de bank niet langer toekomstig is (gezien vanuit de datum van verpanding), maar huidig en dus onder het pandrecht valt.