Zoeken
  1. Inzage administratie van gefailleerde eisen van curator: toch mogelijk?

Inzage administratie van gefailleerde eisen van curator: toch mogelijk?

Wanneer een debiteur failliet gaat, kan er een reden zijn om als schuldeiser inzage te willen in de administratie van de gefailleerde partij. Buiten een faillissement om, is het al mogelijk (om in een kort geding of als incidentele vordering in een bodemprocedure) te vorderen van de wederpartij dat deze delen uit haar administratie ter inzage geeft. Dit is een vordering op grond van artikel 16 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering tot openlegging van de boeken, bescheiden en geschriften. He...
Auteur artikelDirkzwager
Gepubliceerd20 februari 2015
Laatst gewijzigd16 april 2018
Leestijd 
Wanneer een debiteur failliet gaat, kan er een reden zijn om als schuldeiser inzage te willen in de administratie van de gefailleerde partij. Buiten een faillissement om, is het al mogelijk (om in een kort geding of als incidentele vordering in een bodemprocedure) te vorderen van de wederpartij dat deze delen uit haar administratie ter inzage geeft. Dit is een vordering op grond van artikel 16 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering tot openlegging van de boeken, bescheiden en geschriften. Het moet hier gaan om stukken die de wederpartij in bezit heeft en het moet hier gaan om de door de eiser met naam genoemde stukken; het mag niet gaan om “alle administratie” of zoiets dergelijks. Dat is namelijk te ruim geformuleerd. Over het algemeen wordt dan aangenomen dat er sprake is van een ‘fishing expedition’.

In het faillissement ligt deze kwestie nog iets lastiger. Er is een wettelijke regeling die inhoudt dat de curator verplicht is inzage te verschaffen in de administratie van de gefailleerde partij, voor zover dit nodig zou zijn voor de schuldeiser om haar vordering op de gefailleerde partij te kunnen bewijzen aan de curator. Er kunnen echter andere redenen zijn voor de schuldeiser om inzage te willen in de admini­stratie van de gefailleerde partij, namelijk om te onderzoeken of daarin gegevens gevonden kunnen worden of andere bewijzen die zouden kunnen dienen voor een bestuurdersaansprakelijkheids­zaak van die schuldeiser tegen de bestuurder van de gefailleerde partij. Voor de goede orde merk ik op, dat het niet gaat om administratie van de curator die hij in het kader van het faillissement zelf al bijhoudt; de Hoge Raad heeft hieromtrent overigens uitgemaakt dat de schuldeiser niet vrijstaat deze gegevens in te zien.

In eerdere instantie heeft het Gerechtshof in Arnhem uitgemaakt dat de wettelijke bepaling art. 3:15j BW niet daartoe strekt, om de schuldeiser een wettelijke basis te geven om de administratie van de gefailleerde in te zien met als doel daaruit gegevens te kunnen putten die zouden kunnen dienen in een bestuurdersaansprakelijkheidsprocedure. Het Gerechtshof vond dat er “een te ver verwijderd (dus onvoldoende “rechtstreeks”) verband” was tussen enerzijds de in te stellen vordering tegen de bestuurders van gefailleerde en anderzijds het verband tussen de schuldeiser en de gefailleerde om daarop een vordering tot inzage administratie te baseren op art. 3:15j BW.

In een recente uitspraak te weten die van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 17 februari 2015 is echter uitgemaakt dat het belang van een schuldeiser bij inzage in de administratie om te onderzoeken of en waarin een bestuurder een verwijt kan worden gemaakt op grond waarvan deze jegens de schuldeiser aansprakelijk zou kunnen worden voor diens onbetaalde vordering, een rechtstreeks en voldoende belang in de zin van art. 3:15j BW is. De faillissements­boedel had in die zaak geen belangen die gediend moesten worden en die zich niet verhielden met het belang van de schuldeiser bij inzage administratie.

Wel moet er rekening mee worden gehouden dat de schuldeiser aan de curator een vergoeding zal moeten betalen voor de kosten die gemoeid zijn met het geven van die inzage. Deze kosten kunnen echter nimmer bij voorbaat worden berekend en als voorschot worden gevraagd door de curator, dit zal in principe pas achteraf kunnen.

Omdat de Hoge Raad in eerste instantie al zei dat inzage in de faillissementsadministratie zelf niet mogelijk was en het Gerechtshof te Arnhem in eerdere instantie al had uitgemaakt dat inzage daarnaast ook in de administratie van de gefailleerde niet van de curator kon worden afgedwongen, maar het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch nu heeft uitgemaakt dat het wel moet kunnen, is het afwachten of deze zaak nog wordt voorgelegd aan het hoogste rechtscollege van ons land, de Hoge Raad, om hierover eenduidigheid te geven. In ieder geval lijkt de deur nu op een kier te staan, terwijl deze eerst potdicht leek.