Zoeken
  1. Home
  2. Kennis
  3. Artikelen
  4. Moeder en dochter voor gelijk deel aansprakelijk?

Moeder en dochter voor gelijk deel aansprakelijk?

Wanneer er een schuld wordt aangegaan door twee of meer partijen dienen niet alleen goede afspraken te worden gemaakt tussen de schuldeiser en de schuldenaren. Ook de verhouding tussen de schuldenaren onderling dient goed geregeld te worden. Juridisch kaderWanneer er een schuld wordt aangegaan door twee of meer partijen, geldt als uitgangspunt dat deze partijen ieder voor een gelijk deel verplicht zijn deze schuld terug te betalen. Artikel 6:6 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: “BW”) b...
Auteur artikelSebastiaan van de Kant (uit dienst)
Gepubliceerd12 september 2012
Laatst gewijzigd16 april 2018
Leestijd 
Wanneer er een schuld wordt aangegaan door twee of meer partijen dienen niet alleen goede afspraken te worden gemaakt tussen de schuldeiser en de schuldenaren. Ook de verhouding tussen de schuldenaren onderling dient goed geregeld te worden. 

Juridisch kader
Wanneer er een schuld wordt aangegaan door twee of meer partijen, geldt als uitgangspunt dat deze partijen ieder voor een gelijk deel verplicht zijn deze schuld terug te betalen. Artikel 6:6 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: “BW”) bepaalt het volgende:

‘Is een prestatie door twee of meer schuldenaren verschuldigd, dan zijn zij ieder voor een gelijk deel verbonden, tenzij uit wet, gewoonte of rechtshandeling voortvloeit dat zij voor ongelijke delen of hoofdelijk verbonden zijn’.

Deze verplichting tot het terugbetalen van de schuld ziet enkel op de verhouding tussen de schuldenaar en de schuldeiser (de externe verhouding). Artikel 6:6 lid 1 BW regelt niet de onderlinge verhouding tussen de partijen die de schuld zijn aangegaan (de interne verhouding).

Voorbeeld
De bank leent in totaal  1000 uit aan twee partijen. Te weten aan een moeder en een dochtervennootschap die tot het zelfde concern behoren. Op grond van de wet bestaan er twee mogelijkheden met betrekking tot de omvang van de schuld voor beide schuldenaren. Of partijen komen, als hoofdregel, overeen dat moeder en dochter ieder voor gelijk deel aansprakelijk zijn voor de schuld jegens de bank (figuur 1) of partijen komen overeen dat moeder en dochter ieder voor het geheel aansprakelijk zijn voor de schuld jegens de bank (figuur 2).



 

De Hoge Raad heeft aan de hand van figuur 1 uitgelegd dat de afspraak van moeder en dochter die is gemaakt met de bank om ieder een ‘gelijk deel’ terug te betalen enkel ziet op de  (externe)  relatie tussen moeder, dochter en de bank. Deze afspraken regelen niets in de interne verhouding tussen moeder en dochter. Mocht het dus voorkomen dat, in de situatie van figuur 1, dochter 600 aan de bank terugbetaald, dit nog niet automatisch betekend dat dochter een vordering op moeder verkrijgt ter hoogte van het teveel terugbetaalde. In casu een vordering van 100. Voor deze situatie is het wetsartikel van figuur 1 niet geschreven. Het kan namelijk zo zijn dat partijen onderling iets heel anders overeen zijn gekomen wat betreft de onderlinge draagplicht van de schuld.

De Hoge Raad heeft daarnaast aan de hand van figuur 2 uitgelegd dat wanneer zowel moeder als dochter voor het geheel aansprakelijk zijn en er tussen moeder en dochter intern niets is geregeld omtrent verdeling, dat dan op grond van de goede trouw en solidariteit (welke de onderlinge verhoudingen tussen schuldenaren beheersen) de financiering moeder en dochter in gelijke mate aangaat.

Aanbeveling
Voor een onderneming of concern is een financiering soms de enige manier om het hoofd boven water te kunnen houden. Banken vragen tegenwoordig om meer zekerheid ten behoeve van de volledige terugbetaling. Deze zekerheid kan gevraagd worden in de vorm van het aangaan van de financiering met meerdere schuldenaren die onderdeel uitmaken van het zelfde concern. De bank stelt zo haar vordering veilig door deze over meerdere partijen ‘uit te smeren’. De afspraken die in de kredietovereenkomst worden vastgelegd, gelden tussen de bank en de schuldenaren. Het is dus zaak om door een deskundige partij ook de interne verhoudingen tussen de schuldenaren onderling goed vast te leggen. Wanneer een van uw medeschuldenaren onverhoopt failliet mocht gaan, dan weet u in ieder geval voor welk deel van de schuld u verantwoordelijk bent.