Zoeken
  1. Onderneming in zwaar weer : Hoe handel je als bestuurder?

Onderneming in zwaar weer : Hoe handel je als bestuurder?

Stel: uw onderneming heeft financiële problemen. Discontinuïteit dreigt. Welke verantwoordelijkheden heeft u als bestuurder? Wat moet u doen, en wanneer ‘gooit u de handdoek in de ring’?In een al weer wat oudere uitspraak gaf de rechtbank Amsterdam een aantal duidelijke aanwijzingen in een door een curator tegen de bestuurders van een failliete besloten vennootschap aangespannen rechtszaak. De curator verweet de bestuurders de onderneming te lang te hebben voortgezet, en hield hen aansprakeli...
Auteur artikelDirkzwager
Gepubliceerd11 juni 2014
Laatst gewijzigd11 juni 2014
Leestijd 
Stel: uw onderneming heeft financiële problemen. Discontinuïteit dreigt. Welke verantwoordelijkheden heeft u als bestuurder? Wat moet u doen, en wanneer ‘gooit u de handdoek in de ring’?

In een al weer wat oudere uitspraak gaf de rechtbank Amsterdam een aantal duidelijke aanwijzingen in een door een curator tegen de bestuurders van een failliete besloten vennootschap aangespannen rechtszaak. De curator verweet de bestuurders de onderneming te lang te hebben voortgezet, en hield hen aansprakelijk voor de schade die de crediteuren zouden hebben geleden. Deze uitspraak heeft nog niet aan belang ingeboet. Hierna citeer ik de twee belangrijkste overwegingen van de rechtbank:

"9.1     De rechtbank stelt voorop dat als de continuïteit van een onderneming gevaar loopt, slechts van de bestuurders mag worden gevergd dat zij de onderneming uit eigen beweging staken indien er redelijkerwijs geen mogelijkheden bestaan deze in enigerlei vorm voort te zetten. Het feit dat een situatie bestaat waarin het overleven van de onderneming onzeker is, verplicht het bestuur nog niet de onderneming zelf stil te leggen. Zelfs als de kans op het voortbestaan daarvan klein is, handelt het bestuur niet onrechtmatig als zij niettemin poogt de onderneming al dan niet in gewijzigde vorm voort te zetten. Daarbij moet in de beschouwing worden betrokken dat indien eenmaal het faillissement van de onderneming is uitgesproken, in de meeste gevallen zal blijken dat het voortzetten van de onderneming vanaf een zeker moment de schuldenlast heeft verzwaard en de verhaalsmogelijkheden van haar crediteuren heeft verkleind. Dit moet echter worden afgewogen tegen de kans dat vanaf datzelfde moment het bestuur zou hebben kunnen slagen in haar pogingen de onderneming te redden, wat ertoe zou hebben geleid dat niet alleen de crediteuren, maar ook alle anderen die een belang in de onderneming hebben, in een betere positie zouden zijn komen te verkeren.

9.2       In dit geding komt het er dus op aan of de bestuurders X en Y in het voorjaar van 1995, toen zij onderkenden dat de vermogenstoestand van Thijssen Bouw slecht was en dat maatregelen moesten worden getroffen, op basis van deugdelijk onderzoek hebben mogen menen dat er een reële, zij het wellicht kleine, overlevingskans voor Thijssen Bouw bestond. Was dat niet het geval, dan hadden zij na uitvoering van dat onderzoek de onderneming moeten staken, omdat zij in dat geval hadden moeten beseffen dat voortzetting van de onderneming geen redelijk, althans geen rechtens te respecteren doel meer kon dienen en tot benadeling van de gezamenlijke crediteuren moest leiden, telkens wanneer het actief afnam of het passief toenam.

Alsdan staat vast dat de bestuurders jegens de gezamenlijke crediteuren onrechtmatig hebben gehandeld, zodat zij aansprakelijk zijn voor de schade die dezen in hun verhaalsmogelijkheden lijden. Hun schade bestaat uit het bedrag waarmee het boedeltekort is toegenomen doordat na dat onderzoek de onderneming is voortgezet."

Alles draait dus om het antwoord op de vraag of uw onderneming een reële, zij het wellicht kleine, overlevingskans heeft. Wat betekent dit concreet voor u als bestuurder? Om de kans op aansprakelijkheid te minimaliseren, doet u er goed aan:

  • Te beschikken over een administratie die steeds up-to-date is

  • Tijdig te onderkennen dat sprake is van een zorgelijke financiële situatie, waarbij de continuïteit van de onderneming gevaar loopt

  • Deugdelijk onderzoek te (doen) verrichten naar de overlevingskansen

  • Daarbij in ieder geval een liquiditeitsprognose en een reorganisatieplan op te (laten) stellen en die bij voorkeur op haalbaarheid te laten toetsen

  • Gemotiveerd en gedocumenteerd omtrent staking of voortzetting van de onderneming te besluiten, zo nodig met behulp van financieel en juridisch deskundigen


Doet u dit alles, dan komt u – mede in het belang van alle stakeholders van de onderneming – tot een zorgvuldig besluit omtrent voortzetting of staking van de bedrijfsvoering. Ook zal u dan niet snel namens de onderneming beslissingen nemen die niet kunnen worden nagekomen. Dat is ook van groot belang voor de vermijding van een andere vorm van bestuurdersaansprakelijkheid, waar ik een volgende keer nader op zal ingaan.