Zoeken
  1. Wetsvoorstel invoering UBO-register

Wetsvoorstel invoering UBO-register

Vanaf januari 2020 zijn UBO's van bepaalde juridische entiteiten verplicht zich te registreren in het Nederlandse UBO-register. In dit artikel wordt uiteengezet of uw juridische entiteit volgens het wetsvoorstel onder de nieuwe registratieplicht valt en wat de gevolgen zijn van deze registratieplicht.
Artikel | 06 mei 2019 | Deline Kruitbosch

Vanaf januari 2020 zijn UBO's van bepaalde juridische entiteiten verplicht zich te registreren in het Nederlandse UBO-register. Deze registratieplicht volgt uit het wetsvoorstel 'Implementatiewet registratie van uiteindelijk belanghebbenden van vennootschappen en andere juridische entiteiten', op 4 april 2019 ingediend bij de Tweede Kamer. Het wetsvoorstel geeft gehoor aan de implementatie van Richtlijn 2018/843 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor witwassen van geld en terrorismefinanciering (de 'Richtlijn'). 
In dit artikel wordt uiteengezet of uw juridische entiteit volgens het wetsvoorstel onder de nieuwe registratieplicht valt en wat de gevolgen zijn van deze registratieplicht.

Wat is een UBO?

De Ultimate Beneficial Owner oftewel de "UBO" is volgens de Wet ter voorkoming van witwassen en financiering van terrorisme de natuurlijke persoon die de uiteindelijk eigenaar is van of zeggenschap heeft over een in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel ingeschreven vennootschap of andere juridische entiteit. Voor een nadere uiteenzetting van deze definitie, tezamen met een uitleg omtrent de definitie van een zogenaamde 'pseudo-UBO', verwijzen wij graag ons artikel 'Definitie UBO en het UBO-register'.

Wie zijn verplicht tot registratie van de UBO’s?

Middels het wetsvoorstel zijn de volgende in Nederland opgerichte vennootschappen of andere entiteiten verplicht om hun UBO’s te registreren:

  • Besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid en niet beursgenoteerde naamloze vennootschappen;
  • Europese naamloze vennootschappen, Europees economische samenwerkingsverbanden en Europese coöperatieve vennootschappen;
  • Coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen;
  • Verenigingen met volledige rechtsbevoegdheid en verenigingen zonder volledige rechtsbevoegdheid die een onderneming drijven;
  • Stichtingen, waaronder stichtingen met een ANBI-status en stichtingen administratiekantoor ('STAK’s');
  • De personenvennootschappen: maatschappen, commanditaire vennootschappen en vennootschappen onder firma; en
  • Rederijen.

Zoals wellicht opvalt, vallen bepaalde juridische entiteiten niet onder de registratieplicht. Dit zijn onder meer de eenmanszaken, publiekrechtelijke rechtspersonen, informele verenigingen en de kerkgenootschappen. Ook buitenlandse rechtspersonen met een hoofd- of nevenvestiging in Nederland hoeven geen UBO te registreren. Een onderneming die niet (meer) in Nederland is gevestigd maar die wel toebehoort aan een in Nederland opgerichte maatschap, vennootschap onder firma of commanditaire vennootschap of rederij, dient zich wel (opnieuw) te registreren.

De registratieplicht geldt nadrukkelijk ook voor een stichting administratiekantoor (STAK) omdat de stichting als entiteit is opgenomen.

Een fonds voor gemene rekening is een fiscaalrechtelijk begrip. Deze fondsen zijn niet omschreven naar burgerlijk recht of vennootschapsrecht en kunnen op verschillende wijzen worden vormgegeven. Deze fondsen vallen onder de verplichting voor trusts en soortgelijke juridische constructies om informatie over hun UBO in te winnen en centraal te registreren. Deze verplichting wordt in een separaat wetsvoorstel vastgelegd, waarvoor op grond van de Richtlijn geldt dat de implementatie uiterlijk 10 maart 2020 dient te zijn geschied.

Fondsen voor gemene rekening en commanditaire vennootschappen worden in de praktijk regelmatig gebruikt voor privacybescherming en vermogensbeheer. In het wetsvoorstel zijn geen bepalingen opgenomen die leiden tot openbaarmaking van financiële gegevens van het fonds of de commanditaire vennootschap in het Handelsregister.

Wat houdt de registratieplicht in?

De registratieplicht voor de UBO houdt in dat bepaalde gegevens moeten worden versterkt aan de Kamer van Koophandel, zodat deze gegevens in het UBO-register kunnen worden opgenomen. Het UBO-register zal worden gekoppeld aan het Handelsregister. Slechts een gedeelte van de te verstrekken informatie zal voor een ieder openbaar toegankelijk zijn.

Het gaat hierbij om de volgende gegevens van de UBO:

  • Naam;
  • Geboortemaand en geboortejaar;
  • Nationaliteit;
  • Land van verblijf; en
  • Aard en omvang van het economische belang gehouden door de UBO (bandbreedtes van steeds 25%, dus tussen de 25% en 50% en 50% en 75% etc. en er zullen geen geldbedragen bijstaan).

De volgende gegevens zijn niet openbaar toegankelijk en kunnen slechts worden ingezien door de bevoegde autoriteiten en Financiële Inlichtingen Eenheid ('FIE'). De bevoegde autoriteiten (zoals de notaris, de Autoriteit Financiële Markten en de Belastingdienst) en de FIE kennen in dit verband een geheimhoudingsplicht.

Het betreft:

  • Geboortedag, -plaats en -land;
  • Adres;
  • Burgerservicenummer (BSN) en/of buitenlands fiscaal identificatienummer (TIN);
  • Afschrift van documenten op grond waarvan de identiteit van de UBO is geverifieerd; en
  • Afschrift van documenten waaruit blijkt waarom de ingeschreven persoon de UBO-status heeft en waarmee de aard en omvang van het economische belang van de UBO wordt aangegeven.

In het wetsvoorstel is geen gehoor gegeven aan de kritiek over de privacy van gegevens van de UBO. De UBO kan slechts in de volgende beperkte gevallen een verzoek tot afscherming van zijn gegevens die voor een ieder openbaar zijn doen:

  • blootstelling aan een onevenredig risico;
  • een risico op fraude, ontvoering, chantage, afpersing, geweld of intimidatie;
  • minderjarigheid; of
  • andersoortige handelingsonbekwaamheid.

Deze afscherming geldt niet voor de bevoegde autoriteiten en FIE. De UBO-informatie zal niet worden gepubliceerd zolang niet onherroepelijk (na bezwaar en beroep) is beslist op het verzoek tot afscherming van de gegevens. De beoordelingscriteria voor toekenning of afwijzing van het verzoek zijn (nog) niet bekendgemaakt.

 Verplichting en sancties

Degene aan wie de vennootschap of andere juridische entiteit toebehoort, zomede iedere bestuurder is verplicht tot het doen van de inschrijving van de UBO-informatie. Wanneer een juridische entiteit zich niet houdt aan de verplichting tot het inschrijven van de UBO in het Handelsregister kan sprake zijn van zowel een strafrechtelijke- als een bestuursrechtelijke sanctie. Bij een bestuursrechtelijke sanctie moet worden gedacht aan een last (verplichting) onder een dwangsom of een bestuurlijke boete. Een strafrechtelijke sanctie als gevolg van het plegen van een economisch delict zal aan de orde zijn indien zich verzwarende omstandigheden voordoen, zoals het opzettelijk doorgeven van onjuiste UBO-informatie.

Uiterste registratiedatum

Na inwerkingtreding van het wetsvoorstel, welke uiterlijk op 10 januari 2020 in werking moet zijn getreden op basis van de Richtlijn, moeten alle juridische entiteiten bij oprichting een (pseudo-)UBO registeren in het UBO-register. Juridische entiteiten die reeds bestonden voor de datum van de implementatie, krijgen achttien maanden de tijd om aan de registratieplicht te voldoen. Deze termijn begint direct na inwerkingtreding van de Richtlijn en zal hoogstwaarschijnlijk eindigen op 10 juli 2021.

 

Bedenk dus op tijd of uw juridische entiteit onder de nieuwe registratieplicht valt en schrijf uw UBO zo spoedig mogelijk in bij het Handelsregister. Door middel van een quick-scan kunnen wij met u bepalen welke registratieverplichtingen volgens de nieuwe UBO-wetgeving voor u en de entiteit waar u bij betrokken bent van toepassing zullen zijn.

 

Indien u verdere vragen heeft over de gevolgen van deze Richtlijn op uw juridische entiteit, dan kunt u altijd contact opnemen met Dirkzwager legal & tax.