De ontwikkelingen rond het coronavirus, COVID-19, gaan razendsnel. In ons kennisportal over het coronavirus vindt u onze juridische artikelen en andere relevante content. Bekijk het kennisportal

  1. Home
  2. Kennis
  3. Artikelen
  4. Zorgplicht assurantietussenpersoon: overname verzekeringsportefeuille en onderverzekering

Zorgplicht assurantietussenpersoon: overname verzekeringsportefeuille en onderverzekering

Bij een overname van een verzekeringsportefeuille mag actief handelen van een assurantietussenpersoon worden verwacht. De zorgplicht van een assurantietussenpersoon is echter niet onbegrensd. Ook een verzekeringnemer dient bij de les te blijven en tijdig aan de bel te trekken.
Auteur artikelLieke Carrière - Verlinden
Gepubliceerd23 april 2020
Laatst gewijzigd23 april 2020
Leestijd 

Feiten en omstandigheden


In een kwestie waarover de rechtbank Den Haag in maart 2020 oordeelde werd de assurantietussenpersoon verweten tekort te zijn geschoten in de op haar rustende zorgplicht.

De assurantietussenpersoon had de verzekeringsportefeuille van een boomkwekerij in 1999 overgenomen. Tussen de overname in 1999 en 2010 heeft er nauwelijks contact plaatsgevonden. In 2010 kocht de boomkwekerij een loods en een kantoor en verzocht de assurantietussenpersoon voor de benodigde verzekering(en) zorg te dragen. De tussenpersoon brengt een bezoek aan de boomkwekerij, verzoekt de verzekeraar de opstal in voorlopige dekking te nemen en de polissen samen te voegen in een agrarisch ondernemerspakket.

De opstal wordt getaxeerd door een expert van de verzekeraar en de getaxeerde bedragen met geoffreerde premies worden aan de tussenpersoon gezonden. De tussenpersoon stuurt de offerte aan de boomkwekerij met de mededeling graag een afspraak te willen maken om te bezien of het voordelig is een pakket samen te stellen. Tevens wordt het verzoek gedaan het aanvraagformulier getekend retour te zenden of te bellen om een afspraak te maken. Het aanvraagformulier wordt getekend retour gezonden, waarna de tussenpersoon het getekende aanvraagformulier aan de verzekeraar doorzendt.
 
Tussen 2010 en 2013 hebben partijen wederom nauwelijks contact. Wel meldt de assurantietussenpersoon wat in zijn beleving is afgesproken, namelijk dat er ‘een ondernemerspakket’ van wordt gemaakt. Ook wordt (nogmaals) om kopieën van reeds lopende AVB-, rechtsbijstand- en milieuverzekering(en) verzocht, om te bezien of dit extra korting oplevert. Niet blijkt dat hierop door de boomkwekerij is ingegaan.

Eind 2013 doet zich stormschade aan de opstal voor, waarna blijkt dat de inventaris niet was verzekerd en dat een bedrijfsschadeverzekering ontbreekt. Kort daarna meldt de assurantietussenpersoon zich onder andere met de mededeling dat het verstandig is snel een afspraak te maken om alles door te lopen, waarbij ook een arbeidsongeschiktheidsverzekering en een aansprakelijkheidsverzekering aan bod kunnen komen. Ook hierop gaat de boomkwekerij niet in.

Dan breekt in mei 2018 een brand uit in een al eerder door de boomkwekerij gekochte loods. De totale schade wordt getaxeerd op EUR 267.560,60 en vastgesteld wordt dat sprake is van forse onderverzekering. Er wordt door de verzekeraar in verband met de onderverzekering EUR 67.170 vergoed. De hoogte van de milieuschade en bedrijfsschade is niet vastgesteld, omdat die risico’s niet verzekerd waren.

Kort daarna stelt de boomkwekerij de assurantietussenpersoon aansprakelijk. De tussenpersoon wordt verweten de boomkwekerij onvoldoende zorgvuldig te hebben bijgestaan. Dit zou blijken uit het feit dat er geen milieuschadeverzekering, aansprakelijkheidsverzekering voor bedrijven en bedrijfsschadeverzekering waren afgesloten en er sprake was van een forse onderverzekering van de opstal die door de brand is getroffen.

Beoordeeld dient te worden of de assurantietussenpersoon de op haar rustende zorgplicht in de zin van artikel 7:401 BW ten opzichte van de boomkwekerij heeft geschonden.

Zorgplicht assurantietussenpersoon


Samengevat weergegeven ziet het door de rechtbank Den Haag gehanteerde beoordelingskader er als volgt uit. Voorop staat de algemene norm van het moeten betrachten van de zorg van een redelijk bekwaam en redelijk handelend beroepsgenoot. Daar binnen zijn de volgende aanknopingspunten relevant:
- waken voor belangen van de verzekeringnemer bij de tot de portefeuille behorende verzekeringen;
- tijdig opmerkzaam maken op de gevolgen die de bij de tussenpersoon bekend geworden feiten kunnen hebben voor de dekking van de tot de portefeuille behorende verzekeringen;
- de zorgplicht strekt zich in het algemeen ook uit tot de fase van advisering voorafgaand aan het tot stand brengen van de verzekeringsovereenkomst en de fase na de totstandkoming;
- de reikwijdte van deze zorgplicht is afhankelijk van de omstandigheden van het geval
     o aard en inhoud van de opdracht
     o belangen van de cliënt (voor zover die voor de tussenpersoon kenbaar zijn)
     o overige omstandigheden
- in het geval van opstalverzekeringen zich ervan vergewissen dat de herbouwwaarde juist wordt vastgesteld en periodiek de verzekerde herbouwwaarde aan de werkelijke herbouwwaarde te toetsen;
- voldoende vaak en voldoende indringend waarschuwen voor de gevolgen van mogelijke onderverzekering en daarbij voldoende actief behulpzaam zijn (waarbij de omstandigheden van het geval relevant zijn voor de precieze invulling); en
- zorgdragen voor bijverzekering indien de verzekeringnemer die wens kenbaar maakt.

In het algemeen kan niet worden gesteld dat de taak van een assurantietussenpersoon meebrengt dat hij ervoor moet zorgen dat in zijn portefeuille geen verzekeringen voorkomen waarbij sprake is van onderverzekering. Bij overdracht van een verzekeringsportefeuille moet wel worden onderzocht of sprake is van onderverzekering en moet een beeld worden gevormd over de overgenomen portefeuille. Tevens moet worden onderzocht of de portefeuille dient te worden gewijzigd. De opvolgend assurantietussenpersoon mag er niet zonder meer op vertrouwen dat een voorganger voor correct beheer heeft zorggedragen.

Is de assurantietussenpersoon tekortgeschoten?


Ter beoordeling van de vraag of de assurantietussenpersoon in dit geval is tekortgeschoten, maakt de rechtbank een onderscheid tussen (i) het nalaten te zorgen voor een passende verzekerde som voor de opstal en (ii) het nalaten te adviseren over een AVB-, milieuschade-, en bedrijfsschadeverzekering waardoor er risico’s onverzekerd zijn gebleven.

Met betrekking tot de onderverzekering van de opstal kan de tussenpersoon worden verweten dat zij in de periode vanaf 1999 tot aan de brand in mei 2018 geen actie heeft ondernomen om onderverzekering van de opstal te voorkomen en/of de boomkwekerij niet heeft gewezen op het risico van onderverzekering.

Ook ten aanzien van het verwijt met betrekking tot de ontbrekende verzekeringen meent de rechtbank dat de assurantietussenpersoon is tekortgeschoten. De rechtbank overweegt dat ondanks dat aan de tussenpersoon moet worden toegegeven dat de zorgplicht in beginsel ziet op verzekeringen die tot de portefeuille behoren, dit niet betekent dat een tussenpersoon zich niet hoeft af te vragen of zijn klant is voorzien van alle voor hem relevante verzekeringen. In een geval waarin relevante verzekeringen ontbreken kan in beginsel van een tussenpersoon worden verlangd dat hij zijn klant daarover bevraagt en/of actief waarschuwt voor de risico’s.

Eigen schuld boomkwekerij


De boomkwekerij heeft de polisbladen met daarop de verzekerde sommen ontvangen en ook bestudeerd. Dat mag ook van een verzekeringnemer worden verlangd. Het mag zo zijn dat de boomkwekerij weinig kaas heeft gegeten van verzekeringen, maar zij heeft wel meermaals contact opgenomen naar aanleiding van ontvangen stukken. Van een ondernemer mag een bepaalde mate van professionaliteit worden verwacht. Mede gelet op het feit dat de verzekerde som voor de opstal al sinds jaar en dag hetzelfde was en bovendien veel lager was dan voor de andere opstal, had de boomkwekerij zich kunnen (en moeten) realiseren dat deze onvoldoende was, ook zonder daarop te zijn gewezen.

Daarnaast komt het deels voor rekening en risico van de boomkwekerij dat zij herhaaldelijk niet is ingegaan op verzoeken van de tussenpersoon om te bespreken of een verzekeringspakket gunstig zou zijn. Bovendien was de boomkwekerij in ieder geval na de stormschade in 2013 ermee bekend dat een bedrijfssschadeverzekering ontbrak.

Ten aanzien van de onderverzekering acht de rechtbank een verdeling van 3:1 in het nadeel van de tussenpersoon passend. Voor de schade als gevolg van het feit dat verschillende risico’s niet waren verzekerd wegen de fouten even zwaar en blijft 50% voor rekening van de boomkwekerij.

Conclusie


De algemene norm van het moeten betrachten van de zorg van een redelijk bekwaam en redelijk handelend beroepsgenoot kan met verschillende aanknopingspunten en aan de hand van de omstandigheden van het geval worden ingevuld.

In het algemeen kan niet worden gesteld dat de taak van een assurantietussenpersoon meebrengt dat hij ervoor moet zorgen dat in zijn portefeuille geen verzekeringen voorkomen waarbij sprake is van onderverzekering. Bij overdracht van een verzekeringsportefeuille moet wel worden onderzocht of sprake is van onderverzekering en moet een beeld worden gevormd over de overgenomen portefeuille. Daarnaast moet worden onderzocht of de portefeuille dient te worden gewijzigd. Ook dient voldoende vaak en voldoende indringend gewaarschuwd te worden voor de gevolgen van mogelijke onderverzekering en daarbij dient de tussenpersoon voldoende actief behulpzaam zijn.

Daar staat tegenover dat van een ondernemer een bepaalde mate van professionaliteit mag worden verwacht. Het enkele feit dat bij een verzekeringnemer mogelijk minder kennis over verzekeringen bestaat, betekent niet dat op hem geen enkele verantwoordelijkheid rust. Van een verzekeringnemer mag worden verwacht dat polisbladen met daarop de verzekerde sommen worden bestudeerd en dat bij vragen, onduidelijkheden of opvallende zaken aan de bel wordt getrokken. Een eigen verantwoordelijkheid geldt ook in het geval niet wordt ingegaan op verzoek om het gehele verzekeringspakket door te spreken en temeer wanneer bekend is dat een bepaalde verzekering ontbreekt.