Zoeken
  1. Zorgplicht van de reisorganisatie om de reiziger ongeschonden op de eindbestemming te doen aankomen?

Zorgplicht van de reisorganisatie om de reiziger ongeschonden op de eindbestemming te doen aankomen?

Een dame boekt voor haar en haar gezin in 2011 via reisorganisatie Thomas Cook (onder de handelsnaam Neckermann) een vliegreis naar Antalya, Turkije. Het vliegtuig landt om 21.00 uur ter plaatse en het gezin stapt in een transferbus, die door Thomas Cook is verzorgd, om hen van het vliegveld naar het hotel te brengen. De bus stopt onderweg naar het hotel om circa 22.30 uur onaangekondigd bij een wegrestaurant en parkeert daar circa 40 meter vandaan. De parkeerplaats om het restaurant is onver...
Artikel | 05 februari 2016 | Chris Diks
Een dame boekt voor haar en haar gezin in 2011 via reisorganisatie Thomas Cook (onder de handelsnaam Neckermann) een vliegreis naar Antalya, Turkije. Het vliegtuig landt om 21.00 uur ter plaatse en het gezin stapt in een transferbus, die door Thomas Cook is verzorgd, om hen van het vliegveld naar het hotel te brengen. De bus stopt onderweg naar het hotel om circa 22.30 uur onaangekondigd bij een wegrestaurant en parkeert daar circa 40 meter vandaan. De parkeerplaats om het restaurant is onverlicht en vrij toegankelijk. Er stonden weinig andere voertuigen geparkeerd. De zon was inmiddels ondergegaan en het was stikdonker, aldus mevrouw. De chauffeur stapt uit, sluit de twee deuren van de bus niet, laat de passagiers achter en gaat in het restaurant iets eten. Mevrouw en haar gezin gaan ook iets eten in het restaurant, net als een aantal medepassagiers en komen eerder bij de bus terug dan de chauffeur. De zitplaats van mevrouw is aan het gangpad ter hoogte van de tweede deur.

Plotseling rukt een berover, die de bus ineens betreedt via de tweede deur, aan de tas van mevrouw. Door de ruk valt zij van de trap van haar zitplaats naar de tweede deur. Zij breekt hierbij haar linkerhiel. De berover ontkomt. Door het incident kan mevrouw haar eigen werk niet verrichten, heeft zij meerdere operaties moeten ondergaan en gedurende een half jaar huishoudelijke hulp gehad.

Mevrouw houdt de reisorganisatie aansprakelijk voor al haar schade. Zij stelt dat de reis niet is verlopen zoals zij op grond van de reisovereenkomst (artikel 7:500 Burgerlijk Wetboek) mocht verwachten en dat Thomas Cook wanprestatie heeft geleverd. Thomas Cook had bij het gebruikmaken van de transferbus althans de diensten van de vervoermaatschappij zodanige voorzieningen moeten treffen dat de beroving niet had kunnen plaatsvinden. De omstandigheden waren echter onveilig.

Thomas Cook stelt dat de situatie wel degelijk als veilig was aan te merken. Zij kon er echter niet voor instaan dat er criminaliteit zou plaatsvinden. Ook zonder het treffen van voorzorgsmaatregelen, zou het risico op criminaliteit blijven bestaan, zodat het feit dat Thomas Cook geen verdere maatregelen heeft getroffen, niet maakt dat zij aansprakelijk kan worden gehouden.

De rechtbank oordeelde hierover in mei 2013 dat mevrouw er inderdaad vanuit mocht gaan dat de reis veilig – dat wil zeggen: zonder beroving – zou plaatsvinden. Gezien het feit dat Thomas Cook geen enkele voorzorgsmaatregel heeft getroffen om de veiligheid te garanderen en het de rechtbank plausibel voorkomt dat de beroving niet zou hebben plaatsgevonden indien de buschauffeur geparkeerd zou hebben op een verlichte parkeerplaats, dichter bij het restaurant en de deuren op slot zou hebben gedaan, wordt Thomas Cook veroordeeld tot de schade die mevrouw heeft geleden en nog zal lijden.

Het Gerechtshof komt in hoger beroep echter tot een ander oordeel . Reeds in een tussenuitspraak gaf het Hof aan van oordeel te zijn dat Thomas Cook niet enkel aansprakelijk is voor de schade van mevrouw omdat de reis niet veilig was verlopen; de reisovereenkomst is hierdoor niet al in beginsel geschonden. Er is namelijk geen sprake van een absolute waarborg door Thomas Cook. Maar had Thomas Cook wel het nodige gedaan wat van haar gevergd kon worden om de reis zo veilig mogelijk te laten verlopen?

In het licht van de ontkenning in hoger beroep dat de bus 40 meter van het restaurant was geparkeerd en dat de parkeerplaats onverlicht was, wordt mevrouw toegelaten tot het bewijs van deze stellingen, waaraan zij door middel van getuigenbewijs tracht te voldoen. De verklaringen die de getuigen afleggen, verschillen echter van 40 meter tot 10 meter, en van enigszins verlicht tot slecht verlicht (maar niet: “stikdonker”).

Dit overwegende, alsook het feit dat de situatie ter plaatse (kennelijk) niet per definitie als onveilig werd ervaren (immers, mevrouw , haar man en hun 8-jarig kind verlieten de bus, net al een aantal medepassagiers) meent het Hof dat Thomas Cook het nodige heeft ondernomen om de reis veilig te laten verlopen, maar dat de voorzorgsmaatregelen zoals mevrouw meent dat Thomas Cook deze had moeten nemen, niet nodig waren althans niet van Thomas Cook gevergd hadden kunnen worden.

De vorderingen van mevrouw worden dan ook afgewezen.