Over 'Zorg voor Mekaar'
Als ‘chef voor mekaar’ is Maartje van Spijker
de spin in het web van de coöperatie. Zorg voor Mekaar is een coöperatie van zes zorgorganisaties uit de Achterhoek: Azora, Careaz, de Gouden Leeuw Groep, Marga Klompé, Markenheem en Sensire. Met dit samenwerkingsverband wordt het arbeidspotentieel in de regio gezamenlijk benut en behouden, onder meer via een regionale flexpool, gezamenlijke opleidingstrajecten en innovatieve wervingsaanpakken.
Dirkzwager heeft Maartje begeleid bij de juridische en fiscale aspecten tijdens de oprichting van Zorg voor Mekaar.
De juiste zorg, op het juiste moment, op het juiste niveau
"De wens voor een regionale samenwerking op ook dit punt leefde al langer bij de zorgorganisaties in de regio. Iedereen ziet de tekorten aankomen en zoekt naar manieren om de beschikbare capaciteit op de arbeidsmarkt zo goed mogelijk te vinden en te behouden. De kern is dat we echt anders moeten kijken en zorgen dat het werk past bij het leven van de mensen.
Die gezamenlijke ambitie vraagt een echte omslag in het denken: de medewerker centraal. Niet de organisatie. Niet het rooster. We moeten ons flexibeler opstellen, zodat we voor iedereen die in de zorg wil werken iets passends kunnen bieden. Denk aan zorgverleners met mantelzorgtaken thuis of professionals met een partner die onregelmatig werkt en daardoor meer roosterflexibiliteit nodig hebben. Daarom richt de coöperatie zich bewust breder dan de flexpool alleen, met trajecten rondom gezamenlijk opleiden, laagdrempelige instroom, de beweging naar bekwaam-is-inzetbaar en samenwerking rondom informele zorg."
Je zet kleine stapjes, maar ze tellen wel op
“Het begin was uitdagend. De zorg werkt zorgvuldig, met protocollen en heldere structuren. Dat past ook bij het werk; het gaat immers binnen de zorg regelmatig om leven of dood. Maar in dit traject moet je soms het grijze gebied opzoeken. Als je dat met zes organisaties doet, is dat soms even wennen.
Het vraagt doortastendheid: toch met een voorstel komen, een besluit formuleren en dan vragen 'kunnen we ons hierin vinden?'. Ook als je weet dat de uitkomst op dat moment nog geen 10 is. Daar komt de militaire achtergrond om de hoek kijken: het voortouw pakken, besluiten nemen en zorgen dat een groep tot een besluit komt.”
We streven naar consent, niet consensus
"Om alle partijen aangesloten te houden hanteer ik één principe consequent: consent in plaats van consensus. Consent betekent: als er geen zwaarwegende bezwaren zijn, gaan we door. Je hoeft het niet overal helemaal mee eens te zijn. Dat principe pas ik toe in alle werkgroepen. Onze bestuurders doen het onderling ook. Je krijgt het nooit een perfecte 10 voor iedereen. Als je dat probeert, zit je voor altijd aan tafel.
De gesprekken met bestuurders draaien om dezelfde kernvraag: wat wil jij als individuele organisatie hieruit halen? Elke organisatie heeft zijn eigen belang en dat mag er zijn. Voor de ene instelling ligt het accent meer op informele zorg, voor de andere op de flexpool. Doordat je die individuele belangen serieus neemt, blijft het voor iedereen interessant om aangehaakt te blijven. Dat geldt niet alleen aan de bestuurstafel. Je hebt ook de werkvloer mee te nemen. Een afdeling recruitment die vragen stelt over de eigen wervingsdoelstelling in relatie tot de flexpool heeft een punt. Die vragen neem je serieus en daar investeer je in met tijd, gesprekken en geduld."
Bouw eerst het fundament, dan de rest
"Het is een traject dat tijd kost. Soms wat meer dan je vooraf denkt. Maar benut die tijd ook en zorg voor een goede voorbereiding. Niet als rem op de vaart, maar omdat je zaken juridisch gewoon goed met elkaar vast moet leggen. Wie draagt wat bij? Wat spreek je af als het even niet loopt zoals gehoopt? Dat geeft houvast op het moment dat het er echt toe doet.
Voor zorginstellingen die ook nadenken over regionaal samenwerken: begin met een select aantal instellingen dat dezelfde urgentie voelt, bouw eerst een succesvol fundament en breidt dan uit. Zorg ook dat je voor elke organisatie die aansluit iets concreets oplevert. Want niemand stapt in puur op de gezamenlijke ambitie. En ook, heb de durf om gewoon te starten. Ook als alles nog niet is uitgekristalliseerd.”
Uiteindelijk doen we het voor de cliënt
"Temidden van alles wat er komt kijken bij het opzetten van de coöperatie moet je één ding nooit uit het oog verliezen: we doen het voor de cliënt. De realiteit is dat we straks minder zorgverleners hebben. Het oude model, waarbij je altijd kunt terugvallen op vaste gezichten en ruime bezetting, is niet meer houdbaar. Als maatschappij moeten we ons daarop voorbereiden. Maar dat betekent niet dat de kwaliteit van zorg minder wordt. Het betekent dat we er alles aan moeten doen om de mensen die de zorg wél willen verlenen, dat ook met plezier te laten doen."
"Daar zit de verbinding. Een zorgverlener die een baan heeft die bij hem of haar past, met een rooster dat klopt, ruimte om zich te ontwikkelen en het gevoel dat er naar ze geluisterd wordt, die komt met hele andere energie bij de cliënt. En dat is uiteindelijk wat telt: de juiste zorg, op het juiste moment, op het juiste niveau. Alles wat we met Zorg voor Mekaar opbouwen staat in dienst van dat ene doel."
Een groot regionaal ecosysteem
"Mijn ambitie voor de komende jaren is om de coöperatie verder te verstevigen en te verbreden, over de grenzen van de verschillende zorginstellingen heen. Want alleen red je het als organisatie niet meer. Door krachten te bundelen in één groot regionaal ecosysteem kun je meer mensen bereiken en behouden voor de zorg in de regio.
Omdat we al werken met concrete trajecten, rondom opleiden, laagdrempelige instroom, bekwaam-is-inzetbaar en informele zorg, bieden we nieuwe organisaties een concreet vertrekpunt en een bewezen fundament om bij aan te haken.”
Zoveel potentieel dat niet in bestaande hokjes past
“Ik zie Zorg voor Mekaar echt uitgroeien tot een loket voor elke zorgverlener die op een kruispunt staat. Verpleegkundigen die meer afwisseling zoeken, mensen die zelf tijdelijk niet volledig in de zorg kunnen werken, maar wel in een andere rol uitstekend nieuwe mensen kunnen begeleiden. Of medewerkers die het werken voor een andere doelgroep eens uit willen proberen of dat zien als een welkome afwisseling van inzet bij bijvoorbeeld een zware doelgroep. Er is zoveel potentieel rondom zorgverleners die net niet binnen de bestaande hokjes passen. Voor iedereen iets passends kunnen bieden, dat is de kern. Regionale samenwerking is geen tijdelijk project meer. Je doet het omdat 1 plus 1 echt 3 moet worden. Voor de medewerker, voor de organisatie en voor de regio.”