Terug naar dirkzwager.nl
De Wet Homologatie Onderhands Akkoord (WHOA)

WHOA: heeft het verzwijgen van een procedure met betrekking tot kennelijk onbehoorlijk bestuur fatale gevolgen?

In een recente WHOA-zaak werd verzwegen dat sprake was van een procedure uit hoofde van kennelijk onbehoorlijk bestuur. Welke gevolgen had dat voor het WHOA-traject?

Inleiding

In een recent gepubliceerde uitspraak werd bij de behandeling van een verzoek tot de aanstelling van een herstructureringsdeskundige verzwegen dat sprake was van een procedure uit hoofde van kennelijk onbehoorlijk bestuur. Welke gevolgen had dat voor de behandeling van dit verzoek?

De casus

In de betreffende uitspraak van de Rechtbank Rotterdam speelde het volgende. X B.V. is bestuurder van een gefailleerde vennootschap. De curator van die gefailleerde vennootschap spreekt X B.V. aan op grond van kennelijk onbehoorlijk bestuur en is daarover een procedure gestart.

De curator heeft ook uit andere hoofde een bedrag van X B.V. te vorderen. Omdat X B.V. niet aan die betalingsverplichting voldoet, vraagt de curator het faillissement van X B.V. aan. X B.V. pareert dit verzoek door een WHOA startverklaring in te schrijven en een verzoek in te dienen tot de aanwijzing van een herstructureringsdeskundige. De behandeling van het faillissementsverzoek wordt daardoor op grond van art. 3d Faillissementswet (voorlopig) geschorst.

Het verzwijgen van de bestuurdersaansprakelijkheidsprocedure mag niet

In het verzoekschrift tot aanwijzing van de herstructureringsdeskundige verzuimt X B.V. te melden dat sprake is van een procedure uit hoofde van onbehoorlijk bestuur. De betreffende vordering van de curator staat niet op de balans en is niet in het verzoekschrift gemeld. De rechtbank concludeert dat zij daardoor niet volledig is voorgelicht en dat daardoor sprake is van een tekortkoming aan de zijde van X B.V. Bij de indiening van een verzoek op grond van de WHOA moeten al de voor de beoordeling relevante feiten in het verzoek worden vermeld.

Aan deze tekortkoming van X B.V. worden in dit geval echter geen gevolgen verbonden. Het verzoek wordt namelijk al op andere gronden afgewezen. Het gaat al mis bij het feit dat bij een liquidatieakkoord sprake moet zijn van bedrijfsactiviteiten die door middel van een WHOA-traject gecontroleerd kunnen worden afgewikkeld. X B.V. ondernam echter al geruime tijd geen bedrijfsactiviteiten meer. De WHOA mist daardoor toepassing.

Een andere reden waarom het verzoek wordt afgewezen is dat de rechtbank het niet aannemelijk acht dat een sanering van schulden in een WHOA-traject tot een voor schuldeisers van X B.V. beter resultaat zal leiden dan een faillissement. In tegensteling tot in een WHOA-traject vindt in een faillissement een rechtmatigheidsonderzoek plaats. Er wordt dan een curator aangesteld die dan onder andere onderzoek doet naar onbehoorlijk bestuur en naar de vraag of er paulianeus is gehandeld.

Een rechtmatigheidsonderzoek zou in deze casus een belangrijke meerwaarde voor de schuldeisers kunnen hebben, aldus de rechtbank. Het argument van X B.V. dat door toepassing van de WHOA uit een faillissement voortvloeiende (reputatie-)schade kan worden voorkomen, gaat niet op.

Conclusie

Bij het indienen van het verzoek tot aanwijzing van een herstructureringsdeskundige mag niet worden verzwegen dat sprake is van een bestuurdersaansprakelijkheidsprocedure. In het verzoek moeten al de voor de beoordeling relevante feiten worden vermeld.

Aan het onvolledig informeren van de rechtbank wordt in deze casus geen gevolgen verbonden. Het verzoek wordt op andere gronden afgewezen. Het WHOA-traject van X B.V. is mislukt, hetgeen ertoe heeft geleid heeft dat enkele weken later het faillissement van X B.V. alsnog is uitgesproken.

Meer weten?

Wilt u weten of een WHOA-traject iets is voor uw onderneming, of wordt u als schuldeiser of aandeelhouder geconfronteerd met een WHOA-procedure en wilt u daarover advies? Neem contact op met Steven Effting.

 

 

Ga verder met lezen

Over de auteurs

Volgende