Zoeken
  1. Eerste hulp bij krakers

Eerste hulp bij krakers

Snel handelen is bij het constateren van krakers geboden. Wanneer de politie de krakers zo spoedig mogelijk ontruimt hebben de krakers nog geen huisrecht opgebouwd. In dat geval hoeft een kort geding van de krakers tegen de ontruiming door de politie niet te worden afgewacht.
Artikel | 11 november 2016 | Rutger Fabritius

In het kader van de herontwikkeling van onroerend goed komt het geregeld voor dat er sprake is van een (soms korte) periode van leegstand voordat herontwikkeling daadwerkelijk plaatsvindt. De kans is aanwezig dat in deze tussenperiode krakers hun intrek nemen in uw leegstaande pand. Zij zullen doorgaans schermen met een beroep op het huisrecht om een ontruiming op korte termijn te voorkomen. Met als gevolg dat de herontwikkelingsplannen worden gefrustreerd. Wat kunt u doen wanneer uw leegstaand gebouw of braakliggend terrein wordt gekraakt door krakers?

Op grond van art. 138 (lokaalvredebreuk) of art. 138a Sr. (kraken) handelen krakers strafbaar wanneer zij hun intrek nemen in leegstaand vastgoed of braakliggend terrein[1]. Op grond van art. 551a Sv. heeft iedere opsporingsambtenaar de mogelijkheid om in geval van verdenking van lokaalvredebreuk of kraken het pand (of het terrein) te (laten) ontruimen. Krakers zullen in de regel proberen om een ontruiming op basis van art. 551a Sv. te voorkomen door een beroep te doen op bescherming op grond van het huisrecht.

De vraag of krakers met succes bescherming kunnen ontlenen aan het huisrecht is afhankelijk van de vraag of zij het gebouw of terrein ook ‘feitelijk bewonen’. In een arrest van de Hoge Raad uit 2013 hadden krakers kort na het leegkomen van het gebouw in kwestie hun intrek in het pand genomen. De krakers werden vervolgens binnen zeven uur door de politie ontruimd. De krakers stelden zich op het standpunt dat zij het pand bewoonden en daarom recht hadden op bescherming op grond van het huisrecht. De Hoge Raad oordeelde echter dat in dit geval nog geen sprake was van feitelijke bewoning. De krakers hadden slechts enkele spullen het pand in gebracht en waren als het ware nog bezig met ‘inhuizen’ (HR 28-05-2013, ECLI:NL:HR:2013:CA0793).

Hebben de krakers succes met een beroep op bescherming op grond van het huisrecht dan zal het OM de ontruiming van het pand eerst voldoende tijdig aan moeten kondigen en de krakers in de gelegenheid moeten stellen om de aanstaande ontruiming door de rechter te laten toetsen. Zo blijkt uit het arrest van de Hoge Raad van 28 oktober 2011 (ECLI:NL:HR:2011:BQ9880).

Op deze toetsingsmogelijkheid zijn uitzonderingen denkbaar wanneer zich bijzondere omstandigheden voordoen. Dit kan het geval zijn wanneer de krakers worden verdacht van andere strafbare feiten die de rechthebbende van het pand treffen (denk aan vernieling e.d.) of als door de wederrechtelijke bewoning een gevaarlijke situatie ontstaat (bijvoorbeeld brandgevaar of instortingsgevaar). In die gevallen kan de ontruiming toch rechtmatig geschieden ook al kunnen de krakers zich beroepen op een huisrecht en hebben zij niet de mogelijkheid gehad om zich tot de rechter te wenden voordat de ontruiming is uitgevoerd.

Conclusie

Uit bovenstaande arresten kan worden opgemaakt dat snel handelen bij het constateren van aanwezigheid van krakers geboden is. Wacht u te lang met het inschakelen van de politie dan is de kans groter dat de krakers met succes een beroep op het huisrecht kunnen doen. Hierdoor loopt een eventuele ontruiming vertraging op. Concrete tip is dan ook om, wanneer u vastgoed heeft dat op korte termijn leeg zal komen te staan, de nodige maatregelen te nemen om snel in te kunnen grijpen. Zo is het raadzaam om gebruik te maken van een beveiligingssysteem en bijvoorbeeld een beveiligingsbedrijf periodieke controles uit te laten voeren. Daarnaast kan de politie worden ingelicht dat een pand op korte termijn leeg zal komen te staan en dat het risico bestaat dat krakers het pand zullen betrekken.

[1] In een recent arrest heeft de Hoge Raad geoordeeld dat voor het 'gebruik' van braakliggend terrein niet dezelfde eisen gelden als bij een leegstaand pand. De vraag is of een ander dan de kraker in feitelijke zin enigerlei bezit of houderschap over het erf uitoefent  (HR 26-02-2016, ECLI:NL:HR:2016:345).