Zoeken
  1. Kredietopzegging door de bank (1)

Kredietopzegging door de bank

Veel ondernemers worden (voor een deel) gefinancierd door een bank. Hierbij kan worden gedacht aan een rekening-courant krediet, een geldlening, of bijvoorbeeld een faciliteit op grond waarvan de bank bereid is om garanties ten behoeve van de ondernemer te verstrekken. De ondernemer die door de bank wordt gefinancierd, houdt in zijn bedrijfsvoering rekening met het feit dat hij die verstrekte gelden ook daadwerkelijk kan gebruiken. Het kan zelfs zo zijn dat de ondernemer volledig afhankelijk...
Auteur artikelAlexandra Slaski (uit dienst)
Gepubliceerd23 mei 2016
Laatst gewijzigd23 mei 2016
Leestijd 
Veel ondernemers worden (voor een deel) gefinancierd door een bank. Hierbij kan worden gedacht aan een rekening-courant krediet, een geldlening, of bijvoorbeeld een faciliteit op grond waarvan de bank bereid is om garanties ten behoeve van de ondernemer te verstrekken. De ondernemer die door de bank wordt gefinancierd, houdt in zijn bedrijfsvoering rekening met het feit dat hij die verstrekte gelden ook daadwerkelijk kan gebruiken. Het kan zelfs zo zijn dat de ondernemer volledig afhankelijk is van de bancaire financiering: indien deze wegvalt, kan de onderneming niet meer bestaan. Het zal dan ook niet verbazen dat een bank niet zomaar mag overgaan tot opzegging (of opschorting) van de door haar verstrekte kredietfaciliteiten.

Bevoegdheid kredietopzegging
Op kredietovereenkomsten zijn vrijwel altijd de algemene voorwaarden van de bank van toepassing. De door banken gebruikte algemene voorwaarden komen in grote lijnen met elkaar overeen. Uit die voorwaarden blijkt dat banken de bevoegdheid hebben om het in rekening-courant verstrekte krediet op ieder moment (soms worden andere woorden gebruikt, zoals: dagelijks, terstond, onmiddellijk) op te zeggen. Ten aanzien van leningen worden meestal specifieke (maar ruim geformuleerde) gronden in de documentatie opgenomen. In dat kader kan bijvoorbeeld worden gedacht aan het geval de ondernemer besluit over te gaan tot staking of vervreemding van zijn onderneming of indien op een deel van de onderneming beslag wordt gelegd of een verzoek tot faillietverklaring wordt ingediend. De bevoegdheid tot opzegging bestaat ook indien de ondernemer enige verplichting jegens de bank niet (tijdig) nakomt. Indien het voorgaande zonder meer zou worden toegepast, betekent dit dat de bank tot opzegging en opeising mag overgaan, als de ondernemer bijvoorbeeld zijn jaarstukken één dag te laat bij de bank aanlevert. Eenieder voelt aan dat een dergelijk gevolg niet in verhouding staat tot de ernst van de tekortkoming. Ook uit de rechtspraak blijkt dat de bank niet zonder meer van haar bevoegdheid tot opzegging gebruik mag maken. Er dient in alle gevallen een belangenafweging plaats te vinden.

Belangenafweging
De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 10 oktober 2014 geoordeeld dat de bank de verstrekte financiering mag opzeggen en mag opeisen op basis van de bevoegdheid in de door haar gehanteerde  (algemene) voorwaarden, tenzij het gebruik maken van die bevoegdheid, gelet op de maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Opzeggen mag dus, tenzij…. Ook heeft de Hoge Raad beslist dat per faciliteit die wordt opgezegd, een belangenafweging dient plaats te vinden. Dit kan ertoe leiden dat er bijvoorbeeld voldoende gronden zijn om een geldlening op te zeggen, maar dat die gronden geen rechtvaardiging zijn voor de opzegging van een krediet in rekening-courant. Daarnaast kan de belangenafweging tot gevolg hebben dat bij opzegging van het rekening-courant krediet een langere opzegtermijn in acht moet worden genomen dan bij de geldlening het geval is of omgekeerd.

In het kader van de hiervoor genoemde belangenafweging zijn alle omstandigheden van het geval van belang. Handvatten worden geboden in een arrest van het hof Arnhem uit 2003. Zo zijn onder andere de volgende omstandigheden van belang: (i) de duur, de mate van exclusiviteit, de omvang en de ingewikkeldheid en het verloop van de kredietrelatie, (ii) een aanmerkelijke afname van de kredietwaardigheid en/of een toename van het risico dat de bank loopt, (iii) het gedrag en de betrouwbaarheid van de ondernemer, (iv) of en in welke mate de ondernemer toerekenbaar tekort is geschoten, (v) de kans dat de ondernemer zal overleven en de mate waarin de ondernemer bezig is met een reorganisatie, (vi) de termijn die de ondernemer wordt gegund om herfinanciering te krijgen bij een andere bank, (vii) heeft de bank voor de opzegging overleg gevoerd met de ondernemer en gewaarschuwd voor opzegging, (viii) heeft de bank bepaalde verwachtingen gewekt, zoals het gedurende een bepaalde periode toestaan dat de kredietlimiet wordt overschreden, (ix) andere maatschappelijke belangen, zoals het voortbestaan van werkgelegenheid.

De hiervoor genoemde handvatten zijn niet limitatief: er kunnen ook andere zaken een rol spelen in de belangenafweging. Daarnaast dienen alle relevante omstandigheden in zijn geheel te worden beschouwd en is de ene omstandigheid niet bij voorbaat belangrijker dan de andere, maar groot belang wordt toegekend aan de voorafgaande waarschuwing en de termijn van opzegging. De bank dient de ondernemer te waarschuwen voor een mogelijke opzegging. Bij een ongeoorloofde overschrijding van de kredietlimiet dient de bank de ondernemer hierop te wijzen en aan te geven dat er moet worden aangezuiverd en te waarschuwen voor de mogelijkheid van opzegging indien hier niet (tijdig) aan wordt voldaan. De bank hoeft niet te waarschuwen indien een waarschuwing geen effect meer kan hebben, zoals het geval is als de ondernemer reeds in staat van faillissement verkeert.

Naast de waarschuwingsplicht, speelt ook de termijn van opzegging een belangrijke rol. In sommige gevallen hoeft geen termijn in acht te worden genomen en kan de bank met onmiddellijke ingang opzeggen (bijvoorbeeld wanneer de kredietnemer failliet is verklaard), maar doorgaans dient de termijn dusdanig te zijn dat de ondernemer de kans krijgt om herfinanciering bij een andere bank te krijgen of andere maatregelen te nemen om de negatieve gevolgen van de opzegging te verzachten. Wat een redelijke termijn voor opzegging is (een week, een maand, twee maanden), is niet op voorhand te zeggen en is ook – net zoals de opzegging zelf – afhankelijk van alle omstandigheden van het geval.

Opschorten van de kredietfaciliteit
Naast opzegging van de kredietfaciliteit gebeurt het ook wel dat de bank de faciliteit eenzijdig opschort. Dit is bijvoorbeeld het geval indien de bank de limiet van de rekening-courant verlaagt, waardoor de ondernemer dus over minder krediet kan beschikken dan hij op grond van de kredietovereenkomst zou kunnen. Aangenomen wordt dat de vraag of de bank hiertoe mag overgaan, aan de hand van dezelfde belangenafweging dient te worden beantwoord als in het geval van opzegging van de kredietfaciliteit.

Oneens met de opzegging
Indien u als ondernemer wordt geconfronteerd met een kredietopzegging waar u het niet mee eens bent, dan kunt u zich tot de rechter wenden en vorderen dat de bank niet tot opzegging mag overgaan, dan wel dat zij een langere opzegtermijn in acht dient te nemen. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Alexandra Slaski op 026-3538310.