Overwegingen ten overvloede: wanneer zijn ze nog te billijken?

26 april 2017
Het blijft een wat hybride procesrechtelijke figuur: de overweging ten overvloede. Heel kort samengevat zijn er twee soorten rechtvaardigingen te bedenken voor dergelijke beschouwingen in rechterlijke uitspraken: 1. rechtseenheid, rechtszekerheid en/of rechtsontwikkeling, of 2. de proceseconomie met het oog op het vervolg van de procedure.Met name de tweede categorie biedt aanleiding voor interessante dogmatische discussies over bijvoorbeeld de grenzen van de rechtsstrijd, de lijdelijkheid en...
Tom van Malssen
Tom van Malssen
Advocaat bij de Hoge Raad - Partner
In dit artikel
Het blijft een wat hybride procesrechtelijke figuur: de overweging ten overvloede. Heel kort samengevat zijn er twee soorten rechtvaardigingen te bedenken voor dergelijke beschouwingen in rechterlijke uitspraken: 1. rechtseenheid, rechtszekerheid en/of rechtsontwikkeling, of 2. de proceseconomie met het oog op het vervolg van de procedure.

Met name de tweede categorie biedt aanleiding voor interessante dogmatische discussies over bijvoorbeeld de grenzen van de rechtsstrijd, de lijdelijkheid en onpartijdigheid van de rechter, en de toetsbaarheid van overwegingen ten overvloede (al dan niet slechts ‘in naam’) in cassatie.

In zijn conclusie bij HR 24 september 1993, NJ 1994/299 achtte A-G Vranken wat ik gemakshalve maar even ‘voorschotoordelen’ noem ‘in zijn algemeenheid verkeerd’. Anderen (Asser Procesrecht/Bakels, Hammerstein & Wesseling-van Gent 4 2012/147) stellen daarentegen de beleidsvrijheid van de (verwijzende) rechter voorop, maar niet zonder daarbij te benadrukken dat de rechter wel in zijn beoordeling dient te betrekken of hij de kwestie waarover hij zich ten overvloede wil uitlaten voldoende kan overzien en of niet de indruk kan ontstaan dat de rechter ontoelaatbaar meeprocedeert.

Interessant met name in het kader van de laatste punt is een recent arrest in kort geding van het Hof Arnhem-Leeuwarden over de beroepsaansprakelijkheid van een accountant. Het Hof oordeelt in dat arrest namelijk dat de vordering van appellant (tot betaling van schadevergoeding) spoedeisend belang ontbeert. In feite zou hiermee de kous af moeten zijn. Of toch niet?

Nee. In een overweging ten overvloede die niet minder dan 11 randnummers beslaat merkt het Hof namelijk op dat het met appellant ‘vooralsnog’ wil ‘uitgaan van een zeker verband’ tussen het handelen van geïntimeerde en de beweerdelijke schade van appellant. Het causaal verband in de juridisch relevante zin van het woord tussen handelen en schade is volgens het Hof in het kort geding echter niet aannemelijk geworden. Nadat het Hof dit oordeel vrij uitvoerig inhoudelijk en aan de hand van concrete stukken en door partijen in de procedure ingenomen stellingen heeft onderbouwd, overweegt het Hof nog het volgende:

De vraag of sprake is van kansschade (dan wel bij onduidelijkheid omtrent het conditio-sine-qua-nonverband van proportionele aansprakelijkheid), welke vraag overigens door partijen niet is opgeworpen, leent zich zonder nadere toelichting die ontbreekt niet voor beoordeling in dit kort geding’ (onderstreping toegevoegd).

Anticipeert het Hof hiermee op een bodemprocedure of een eventueel cassatieberoep van appellant? Of ligt de overweging simpelweg in het verlengde van het in het kort geding gevoerde partijdebat? Wrang voor geïntimeerde is in ieder geval dat hij deze vragen – desgewenst – waarschijnlijk niet met succes aan de Hoge Raad kan voorleggen wegens gebrek aan belang. En dat appellant mogelijk door het Hof ‘wijzer’ is gemaakt in zijn voorbereiding op een bodemprocedure.

Gerelateerd

'GRATIS' als merk registreren: kan dat volgens het merkenrecht?

Detailhandelaar SESES probeert GRATIS als merk in te schrijven voor onder meer parfums, cosmetica, kleding en items voor persoonlijke verzorging. Is dit...
Gerechtshof gebouw

Aanvangsmoment korte verjaringstermijn: Hoge Raad bevestigt subjectieve toets

De Hoge Raad heeft op 12 januari 2024 twee belangwekkende arresten gewezen over het aanvangsmoment van de korte verjaringstermijn van artikel 3:310 lid 1 BW....

Werken van toegepaste kunst uit VS ook door EU auteursrecht beschermd!

Ontwerpen die in de VS zijn gemaakt, worden hier in de EU auteursrechtelijk beschermd op grond van de Europese geharmoniseerde regels van het auteursrecht.

Bewijsbeslag en zoekwoorden: welke woorden zijn relevant?

Het kiezen van de juiste zoekwoorden voor een bewijsbeslag kan soms een puzzel zijn: als beslaglegger wil je graag verlof krijgen om beslag te leggen, maar het...

Twee arresten over de eisen aan een verzoek om een voorlopig getuigenverhoor (2)

De Hoge Raad heeft op 15 juli jl. twee hoven teruggefloten naar aanleiding van de afwijzing van een verzoek om een voorlopig getuigenverhoor. De twee hoven (te...

Twee arresten over de eisen aan een verzoek om een voorlopig getuigenverhoor (1)

De Hoge Raad heeft op 15 juli jl. twee hoven teruggefloten naar aanleiding van de afwijzing van een verzoek om een voorlopig getuigenverhoor. De twee hoven (te...
No posts found
Events

Aankomende online en live events

We delen diepgaande kennis en pragmatische inzichten over actuele onderwerpen in het vakgebied en de maatschappelijke thema's waar we dichtbij staan.

19
mei
2026
Seminar
Zorg & Sociaal domein
Flexibele personeelsinzet in de zorg: van strategie tot werkbare oplossingen

Hoe organiseert u als zorginstelling flexibele personeelsinzet die juridisch en fiscaal klopt? De druk op capaciteit en continuïteit groeit, terwijl de regels rond collegiale uitleen, het contracteren met uitzendbureaus, toelatingsvergunningen en btw meer aandacht vragen. Steeds meer zorginstellingen zoeken duurzame vormen van flexibiliteit, zoals regionale samenwerking, inzet van (buitenlandse) bemiddelings- en uitzendbureaus, vernieuwd werkgeverschap of het vergroten van interne mobiliteit. Tijdens deze kennissessie krijgt u inzicht in de belangrijkste strategische keuzes voor flexibele personeelsinzet, aangevuld met praktijkervaring uit onze multidisciplinaire begeleiding van samenwerkingen in de zorg. 

Arnhem
10:00 - 13:00
21
mei
2026
Seminar
Arbeid & Pensioen
Gelijke beloning onder de loep: bent u er klaar voor?

Nieuwe Europese wetgeving over loontransparantie verplicht werkgevers om beloningsverschillen tussen mannen en vrouwen inzichtelijk te maken, te verklaren én waar nodig aan te pakken. Richtlijn (EU) 2023/970 stelt minimumvereisten ter versterking van de toepassing van het beginsel van gelijke beloning. Lidstaten moeten uiterlijk 7 juni 2026 aan de richtlijn voldoen; Nederland heeft te kennen gegeven te streven naar implementatie per 1 januari 2027. Middels dit seminar delen wij de kennis en handvatten die voor u van belang zijn.

Arnhem
14:00 - 17:00
Liever een inhouse training op maat?

Wij organiseren ook events op maat. Van kleine tot grote groepen, we zorgen voor een inspirerende sessie afgestemd op uw wensen. Informeer naar de mogelijkheden.

Contact opnemen