Zoeken
  1. Amsterdamse rechtbank had gastrol in ruzie Naftogaz en Gazprom

Amsterdamse rechtbank had gastrol in ruzie Naftogaz en Gazprom

Deze week werd een kort geding uitspraak gepubliceerd van de rechtbank Amsterdam van 13 juli 2018 over de gasruzie tussen Gazprom en Naftogaz. Het is jammer dat de publicatie zo lang op zich heeft laten wachten, waardoor het onderwerp iets aan actualiteit heeft ingeboet. Omdat ik het toch wel bijzonder vind dat de Amsterdamse rechtbank een gastrolletje heeft mogen spelen in deze miljardenstrijd tussen giganten, en de nerd in mij jullie graag meeneemt in het Nederlandse beslag- en procesrecht, maak ik graag van de gelegenheid gebruik om wat over deze uitspraak te schrijven.
Artikel | 01 februari 2019 | Cindy Snelders-van de Kamp

Al zo’n vijf jaar ruziën de Oekraïense staats- en energiemaatschappij ‘Naftogaz’ en de Russische grootleverancier van aardgas ‘Gazprom’ met elkaar over de nakoming van overeenkomsten over het vervoer en de verkoop van gas. Deze geschillen zijn voorgelegd aan de arbiters van de Kamer van Koophandel te Zweden. In een van de procedures is Gazprom in 2018 veroordeeld tot betaling van ruim 2,5 miljard US dollar aan Naftogaz. Gazprom kan zich niet in de uitspraak vinden en betaalt Naftogaz niet. Gazprom heeft vervolgens de Zweedse rechter verzocht het arbitrale vonnis te vernietigen. Die zaak loopt nu nog. Op 28 juni 2018 heeft de rechtbank in Stockholm de tenuitvoerlegging van het arbitrale vonnis geschorst. Oftewel, Naftogaz mag geen executoriale maatregelen nemen om haar vordering van ruim 2,5 miljard dollar op Gazprom te incasseren.

Hoe komt deze kwestie nu in Nederland terecht?

Naftogaz heeft een vordering van 2,5 miljard dollar en mag het niet incasseren. Naftogaz zal echter, zo neem ik aan, wel zoveel mogelijk pressie willen uitoefenen op Gazprom om tot betaling over te gaan. Ook zal zij zoveel mogelijk zekerheid willen hebben dat Gazprom op een later moment (als het arbitrale vonnis in stand blijft) voldoende middelen heeft om Naftogaz te betalen. Het bedrag in kwestie is tenslotte geen peulenschilletje. Nu zal een partij als Gazprom niet snel failleren, maar Gazprom zou wel haar best doen om vermogen voor Naftogaz ‘te verstoppen’.

In Nederland is het mogelijk om ter verkrijging van die zekerheid zogenaamd ‘conservatoir beslag’ te leggen op vermogen van je debiteur. Dit kan bijvoorbeeld op bankrekeningen, aandelen die de debiteur in (dochter)vennootschappen houdt of op vorderingen die je debiteur nog bij derden kan incasseren. Conservatoir beslag is een ‘bewarend beslag’ dat vermogensbestanddelen ‘bevriest’ totdat er een uitspraak is die tenuitvoergelegd kan worden. Nu wil het ook nog eens zo zijn dat er in Nederland heel wat Russische centjes aanwezig zijn, omdat diverse Gazprom vennootschappen gevestigd zijn in Amsterdam.

Dit heeft Naftogaz kennelijk doen bewegen om beslag te leggen op de aandelen van Gazprom in vier (dochter)vennootschappen in Amsterdam (er werd ook beslag gelegd op het lidmaatschap in een coöperatie, maar dit was niet van invloed op het eindoordeel van de rechter en zal derhalve voor de leesbaarheid van dit artikel buiten beschouwing gelaten worden).

Het woord ‘dochter’ schrijf ik hierboven bij ‘vennootschappen’ tussen haken, omdat dit juist niet het geval bleek te zijn. De Nederlandse Gazprom vennootschappen hebben een notaris bij akte laten verklaren dat Gazprom op 30 mei 2018 geen aandeelhouder was van de Nederlandse Gazprom vennootschappen op wiens aandelen beslag was gelegd. Deze verklaring werd door de Nederlandse Gazprom vennootschappen aan de deurwaarder toegezonden. Dit komt niet vaak voor. Gebruikelijker is om aan de deurwaarder het aandeelhoudersregister te laten zien, waaruit blijkt wie wel de aandeelhouders van de vennootschappen zijn. De deurwaarder vraagt ook standaard het aandeelhoudersregister op, omdat een beslag op aandelen op grond van de Nederlandse wet (artikel 474c RV) in het aandeelhoudersregister dient te worden ingeschreven. Die inschrijving moet door de deurwaarder worden ondertekend. De vennootschap op wiens aandelen beslag is gelegd, kan dan ook op basis van de wet gedwongen worden om hieraan mee te werken en het aandeelhoudersregister aan de deurwaarder te overhandigen. Werkt die vennootschap daar niet aan mee, dan kan dat serieuze consequenties hebben. De niet meewerkende vennootschap kan op basis van de artikelen 474c en 444b RV namelijk veroordeeld worden tot betaling van de vordering waarvoor beslag is gelegd. In dit geval was dit bijna 2,5 miljard euro!

Naftogaz is van mening dat de Nederlandse Gazprom vennootschappen het niet mochten afdoen met een notariële verklaring, maar dat zij verplicht waren om de aandeelhoudersregisters aan de deurwaarder te laten zien. Nu zij dat niet hebben gedaan, zijn de vennootschappen volgens Naftogaz gehouden om de vordering van bijna 2,5 miljard euro aan haar te voldoen. In het kort geding waar het hier om gaat, vordert Naftogaz een voorschot van EUR 150 miljoen van de Nederlandse Gazprom vennootschappen.

Daarnaast vond Naftogaz dat de voorzieningenrechter de Nederlandse Gazprom vennootschappen alsnog moest veroordelen hun aandeelhouderregisters aan de deurwaarder ter beschikking te stellen, op straffe van een dwangsom.

Ik denk niet dat Naftogaz de aandeelhoudersregisters nog wilde (laten) inzien omdat zij de notariële aktes niet vertrouwde. Het valt op dat de notaris verklaart dat Gazprom op 30 mei 2018 geen aandeelhouder was van de Nederlandse Gazprom vennootschappen. Naftogaz heeft kennelijk het vermoeden dat het Russische Gazprom de Nederlandse Gazprom vennootschappen recentelijk had laten ‘verhangen’, zo blijkt ook uit de uitspraak. Door inzage in de aandeelhoudersregisters had Naftogaz dit na kunnen gaan. Dit zou Naftogaz wellicht munitie geven om (in een andere procedure) jegens Gazprom het standpunt in te nemen dat zij doelbewust vermogen aan het verhaal van Naftogaz onttrekt. Dit laatste blijkt overigens niet uit te uitspraak, maar is mijn eigen interpretatie van de door Naftogaz ingestelde vordering.  

De voorzieningenrechter in Amsterdam vindt dat het beslagrecht niet is bedoeld om inzage te krijgen in de (historische) aandeelhoudersposities van een vennootschap. De voorzieningenrechter vindt ook niet dat de Gazprom vennootschappen in strijd hebben gehandeld met het bepaalde in artikel 474c RV. Omdat het beslag kennelijk geen doel had getroffen, zo bleek uit de notariële verklaringen, hadden de Nederlandse Gazprom vennootschappen ook geen verplichting om hun aandeelhoudersregisters aan de deurwaarder te overhandigen. Er viel immers niets in de registers aan te tekenen. De voorzieningenrechter heeft de vorderingen van Naftogaz dus afgewezen.

De tijd zal leren hoe dit geschil tussen Gazprom en Naftogaz ooit tot een einde zal komen.