Zoeken
  1. Bestaat er een inzagerecht in een door een deskundige opgestelde medische analyse?

Bestaat er een inzagerecht in een door een deskundige opgestelde medische analyse?

Regelmatig worden in (medische) aansprakelijkheidsprocedures medisch deskundigen ingeschakeld. Deze deskundigen stellen een medische analyse op en er wordt gecorrespondeerd over de verstrekte analyse. Wat nu als de wederpartij in een procedure via art. 843a Rv afgifte van die medische analyse en correspondentie vordert? De Hoge Raad oordeelde op 16 maart 2018 dat een medische analyse niet zomaar behoeft te worden verstrekt.Vooraf – de casusDe kwestie die aan het arrest van de Hoge Raad ten gr...
Auteur artikelLieke Carrière - Verlinden
Gepubliceerd23 maart 2018
Laatst gewijzigd23 maart 2018
Leestijd 
Regelmatig worden in (medische) aansprakelijkheidsprocedures medisch deskundigen ingeschakeld. Deze deskundigen stellen een medische analyse op en er wordt gecorrespondeerd over de verstrekte analyse. Wat nu als de wederpartij in een procedure via art. 843a Rv afgifte van die medische analyse en correspondentie vordert? De Hoge Raad oordeelde op 16 maart 2018 dat een medische analyse niet zomaar behoeft te worden verstrekt.

Vooraf – de casus

De kwestie die aan het arrest van de Hoge Raad ten grondslag lag ging het over een bevalling via een keizersnede die met een verlostang was uitgevoerd. Enige tijd later werd bij het kindje een hoge dwarslaesie geconstateerd. De dienstdoende gynaecoloog wordt aansprakelijk gesteld omdat de dwarslaesie het gevolg zou zijn van een bij de keizersnede gemaakte beroepsfout.

De gynaecoloog en het ziekenhuis stellen hoger beroep in nadat de rechtbank de vordering tegen de gynaecoloog en het ziekenhuis ex aequo et bono voor 50% aan hen heeft toegerekend. Namens het kind wordt vervolgens zowel incidenteel appel ingesteld als een incidentele vordering gebaseerd op art. 843a Rv. Het doel van deze laatste vordering was het verkrijgen van inzage in de notitie met bevindingen van een door de gynaecoloog en het ziekenhuis geraadpleegde radioloog als deskundige en de in dat verband gevoerde correspondentie. Het gerechtshof wees deze vordering af en vernietigde bovendien het vonnis van de rechtbank.

Inzagerecht in een medische analyse?

Bij de Hoge Raad komt de afwijzing van de op art. 843a Rv gebaseerde vordering aan de orde. De vraag die dan voorligt is of een partij recht heeft op inzage van een medische analyse die door een door de andere partij ingeschakelde deskundige is opgesteld.

Het gerechtshof heeft bij de beoordeling volgens de Hoge Raad terecht niet het toetsingskader van art. 35 Wet bescherming persoonsgegevens (“Wbp”) gehanteerd. De vordering was immers gebaseerd op art. 843a Rv en niet op art. 35 Wbp en beide bepalingen hebben een eigen toepassingsgebied (vgl. HR 29 juni 2007, NJ 2007/638). De vordering dient dus te worden beoordeeld binnen het toetsingskader van art. 843a Rv.

Zoals ook het gerechtshof overweegt voorziet art. 843a Rv niet in een onbeperkt recht op inzage in bescheiden. De rechter kan (in het kader van lid 4) de belangen van partijen afwegen. Daarbij is van belang dat een aanspraak op inzage in correspondentie die is gevoerd tussen een advocaat van een procespartij en een geraadpleegde deskundige inbreuk zou maken op het recht van die partij om de eigen procespositie te bepalen (vgl. ook art. 6 EVRM).

De vraag is of in het kader van voornoemde belangenafweging doorslaggevende betekenis had moeten worden toegekend aan de omstandigheid dat de stukken waarvan inzage werd gevorderd betrekking zouden hebben op persoonsgegevens in de zin van de Wbp.

Volgens de Hoge Raad moet onderscheid worden gemaakt tussen inzage in medische gegevens en inzage in een medische analyse die door een deskundige aan de hand van medische gegevens op verzoek van een partij is opgesteld. In dit geval is sprake van het laatste: het gaat om een analyse van reeds bestaande en bekende medische gegevens. Dit maakt volgens de Hoge Raad dat van een inzagerecht geen sprake is.

Van belang daarbij is dat de inzagevordering is gericht op het verkrijgen van informatie ten behoeve van een procedure. Dit is iets anders dan het doel van Richtlijn 95/46/EG (die door de Wbp is geïmplementeerd), namelijk het controleren van de juistheid van persoonsgegevens en de rechtmatige verwerking daarvan. Het gaat hier volgens de Hoge Raad dus niet om persoonsgegevens in de zin van voornoemde richtlijn. Het gerechtshof heeft dan ook terecht geoordeeld dat aan de Wbp in dit geval niet een recht op verstrekking van de medische analyse kan worden ontleend.

Niet onbelangrijk was dat in dit geval het volledige medische dossier ter beschikking was gesteld en de betrokken gynaecoloog ter comparitie nog een verklaring had afgelegd. Hiermee was aan de op de gynaecoloog en het ziekenhuis rustende verzwaarde stelplicht[1] voldaan.

Conclusie

In het geval op grond van art. 843a Rv inzage wordt gevorderd in een medische analyse die is opgesteld op verzoek van de ene partij en is gebaseerd op bekende medische informatie, zal deze analyse niet snel met de wederpartij hoeven te worden gedeeld. Volgens de Hoge Raad was de vordering gericht op het verkrijgen van informatie ten behoeve van een procedure en niet op het doel van Richtlijn 95/46/EG waardoor van persoonsgegevens in de zin van die richtlijn geen sprake is. Binnen het toetsingskader van art. 843a Rv kan aan de Wbp in voornoemd geval geen recht op verstrekking worden ontleend.

 

[1] De verplichting om aan de gedupeerde voldoende feitelijke gegevens of aanknopingspunten te verschaffen ten behoeve van haar eventuele bewijslevering.