Zoeken
  1. Bestemmingswijziging door hennepkwekerij; toch dekking na brandschade?

Bestemmingswijziging door hennepkwekerij; toch dekking na brandschade?

Het enkele feit dat een hennepkwekerij een bestemmingswijziging in de zin van de polis is, rechtvaardigt niet onverkort een dekkingsuitsluiting indien brandschade is ontstaan na ontmanteling ervan.Hennepkwekerij - leegstand - brandDe kwestie die leidde tot het vonnis van 29 april 2015 van de rechtbank Gelderland (zittingsplaats Zutphen) betrof een geschil over verzekeringsdekking.Een verhuurder verhuurde een pand waarin zijn huurder zonder zijn medeweten een hennepkwekerij had gevestigd. Nada...
Artikel | 03 juni 2015 | Daan Baas
Het enkele feit dat een hennepkwekerij een bestemmingswijziging in de zin van de polis is, rechtvaardigt niet onverkort een dekkingsuitsluiting indien brandschade is ontstaan na ontmanteling ervan.

Hennepkwekerij - leegstand - brand

De kwestie die leidde tot het vonnis van 29 april 2015 van de rechtbank Gelderland (zittingsplaats Zutphen) betrof een geschil over verzekeringsdekking.

Een verhuurder verhuurde een pand waarin zijn huurder zonder zijn medeweten een hennepkwekerij had gevestigd. Nadat de hennepkwekerij volledig was ontmanteld en het pand leeg kwam te staan, is er brand gesticht door een onbekend persoon.

Beroep op dekkingsuitsluiting gaat niet op

Het beroep van de verhuurder op vergoeding van de schade onder zijn verzekering, die dergelijke brandschade in beginsel dekt, strandt bij de verzekeraar.

De verzekeraar doet een beroep op een dekkingsuitsluiting vanwege een bestemmingswijziging van het pand. De hennepkwekerij zou tot een groter gevaar dan het gevaar dat bij het aangaan van de overeenkomst bekend was leiden. Het feit dat de kwekerij was ontmanteld, doet niet af aan toename van de kans op schade, omdat het in het illegale milieu niet ongewoon is om geschillen illegaal te beslechten of te trachten bewijsmateriaal door brandstichting te vernietigen, aldus de verzekeraar.

De rechtbank oordeelt dat, voor zover al sprake is van een bestemmingswijziging (zoals een hennepkwekerij), op het moment van de brand geen sprake meer was van een bestemmingswijziging. Het was dus een wijziging met een kort incidenteel karakter.

Bovendien bepaalt de rechtbank dat uit het rapport van één van de experts is gebleken dat hetgeen tot verhoging van het brandgevaar zou kunnen leiden (namelijk een ondeugdelijke elektrische installatie), in zijn geheel was weggenomen.

De slotsom is dat onder deze omstandigheden geen sprake is van een bestemmingswijziging in de zin van de verzekeringsvoorwaarden die tot afwijzing van dekking kan leiden.

Wat betreft het morele risico verband houdende met een activiteit als een hennepkwekerij, oordeelt de rechtbank dat de door de verzekeraar ter zake ingenomen stelling zonder enige onderbouwing is geponeerd. Deze stelling wordt vervolgens verworpen omdat de verzekeraar op het moment van de brand wist dat deze leegstond en zij zich daarmee impliciet akkoord verklaarde.

Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat de rechtbank tevens heeft geoordeeld dat niet vaststaat dat de betreffende verzekeringsvoorwaarden aan de verhuurder zijn verzonden. Voorts is bepaald dat de bepaling over de bestemmingswijziging niet kwalificeert als kernbeding (om welke reden het beroep van verhuurder op vernietigbaarheid van de voorwaarden volgens de verzekeraar niet op zou gaan), omdat de bepaling op indirecte in plaats van directe invloed is op de omvang van de dekking.

Risicowijziging?

De relevante polisbepaling die ziet op een ‘bestemmingswijziging’ wordt gekoppeld aan het risico dat het betreffende gebouw aan meer gevaar wordt blootgesteld. Feitelijk gaat het wat betreft de verzekeraar ingeval van (leegstand na) een hennepkwekerij om een risicowijziging waardoor zij in haar belangen zou worden geschaad (omdat zij de verzekering bij bekendheid met het werkelijke risico niet of niet tegen dezelfde voorwaarden zou hebben afgesloten).

De rechtbank deelt die visie niet.

Voorop staat dat de rechtbank waarde hecht aan het al dan niet bestaan van een bestemmingswijziging (en daarmee een navenante risicowijziging) op het moment dat de schade intreedt. Dat daarvóór sprake was van een bestemmingswijziging (en impliciet een risicowijziging/vergroting van gevaar) acht zij niet relevant.

Wat betreft het morele risico dat volgens de verzekeraar aan een hennepkwekerij kleeft, is het maar de vraag of de rechtbank reeds om die reden een dekkingsuitsluiting zou rechtvaardigen. De rechtbank volstaat met de opmerking dat ‘deze algemene stelling zonder enige onderbouwing wordt geponeerd’, maar verwerpt de stelling reeds om een andere reden, te weten de kennis van de verzekeraar van de leegstand ten tijde van de brand.