De ontwikkelingen rond het coronavirus, COVID-19, gaan razendsnel. In ons kennisportal over het coronavirus vindt u onze juridische artikelen en andere relevante content. Bekijk het kennisportal

  1. Home
  2. Kennis
  3. Artikelen
  4. Bestuurdersaansprakelijkheid: geen rekening houden met vernietiging in hoger beroep is voor eigen risico

Bestuurdersaansprakelijkheid: geen rekening houden met vernietiging in hoger beroep is voor eigen risico

De partij die door dreiging met executie van een uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis de wederpartij heeft gedwongen tot nakoming van dat vonnis voordat dit in kracht van gewijsde is gegaan, handelt in beginsel onrechtmatig en is schadeplichtig wanneer het vonnis in hoger beroep wordt vernietigd. Als sprake is van frustratie van verhaal, dan kan de bestuurder aansprakelijk zijn. Dit wordt bevestigd in een recent arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Auteur artikelDaan Baas
Gepubliceerd15 juni 2020
Laatst gewijzigd15 juni 2020
Leestijd 

Houd rekening met vernietiging van een vonnis in hoger beroep

Volgens vaste rechtspraak moet worden aangenomen dat de partij die door dreiging met executie van een uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis de wederpartij heeft gedwongen tot nakoming van dat vonnis voordat dit in kracht van gewijsde is gegaan, in beginsel onrechtmatig handelt en schadeplichtig is wanneer het vonnis in hoger beroep wordt vernietigd. Geen rekening houden met vernietiging in hoger beroep gebeurt met andere woorden voor eigen risico. In beginsel moet er rekening mee worden gehouden dat het betaalde bedrag na een eventuele vernietiging in hoger beroep terugbetaald zou moeten worden.

Wanneer loopt de bestuurder een risico?

Als een rechtspersoon onrechtmatig handelt, is in beginsel alleen die rechtspersoon aansprakelijk. Onder bijzondere omstandigheden kan er ook ruimte zijn voor aansprakelijkheid van een bestuurder voor het onrechtmatig handelen van de vennootschap. Als sprake is van frustratie van betaling en verhaal waardoor een schuldeiser wordt benadeeld, dient volgens vaste rechtspraak (vgl. Hoge Raad 8 december 2006, ECLI:NL:HR:2006:AZ0758 (Ontvanger/Roelofsen)) beoordeeld te worden of het handelen of nalaten als bestuurder ten opzichte van de schuldeiser in de gegeven omstandigheden zodanig onzorgvuldig is dat hem daarvan persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt.

Daarvoor kan in deze situatie in elk geval van belang zijn (vgl. Hoge Raad 8 februari 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD7326 rov. 3.5 (Maarssens Bouwbedrijf) Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2 april 2013, ECLI:NL:GHARL:2013:BZ6228 (Conservatrix)):

(i) of de bestuurders op grond van de hen bekende omstandigheden rekening hadden moeten houden met de    mogelijkheid dat het vonnis zou worden vernietigd;

(ii) of zij wisten of ernstig rekening hadden moeten houden met de mogelijkheid dat in geval van vernietiging van het vonnis de rechtspersoon niet in staat zou zijn aan de wederpartij het door haar na het veroordelend vonnis betaalde bedrag terug te betalen; en

(iii) of in de gegeven omstandigheden aan de bestuurders kan worden verweten dat zij desondanks gelden            onttrokken hebben aan de rechtspersoon, met verwaarlozing van de belangen van de wederpartij.

In de kwestie die leidde tot het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 12 mei 2020 was sprake van een niet aflatende juridische strijd met de wederpartij. Het hof oordeelde dat de rechtspersoon (en daarmee haar bestuurders) daarom in beginsel rekening moesten houden met de mogelijkheid dat het vonnis vernietigd zou worden. Zodoende hadden zij voorzichtig moeten handelen en het door de wederpartij ondertussen betaalde bedrag moeten reserveren.

Dit zou wellicht anders kunnen zijn als het bedrag moest worden besteed aan de gewone bedrijfsvoering van de rechtspersoon en in het kader daarvan aan noodzakelijke betalingen aan crediteuren om het bedrijf te kunnen voortzetten. In deze kwestie was daarvan geen sprake: het ineens inlossen van een vordering die de bestuurders hadden uit rekening-courant was niet noodzakelijk. Ook van de noodzaak van betalingen op dat moment aan een dochtermaatschappij en aan eveneens (door familiebanden) gelieerde vennootschappen is niet gebleken.

Gelet op al deze feiten en omstandigheden kan de bestuurders volgens het hof persoonlijk een ernstig verwijt gemaakt worden dat zij het door de rechtspersoon betaalde bedrag hebben besteed aan de genoemde onverplichte betalingen, met verwaarlozing van het belang van de wederpartij.

Ook indien sprake is van een onzekere verplichting (doordat hoger beroep is ingesteld van een voor de vennootschap gunstig vonnis) kan onder bepaalde omstandigheden aan de bestuurders van die vennootschap persoonlijk een ernstig verwijt gemaakt worden als zij geen gelden reserveren voor terugbetaling.

Conclusie

De partij die door dreiging met executie van een uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis de wederpartij heeft gedwongen tot nakoming van dat vonnis voordat dit in kracht van gewijsde is gegaan, handelt in beginsel onrechtmatig en is schadeplichtig wanneer het vonnis in hoger beroep wordt vernietigd. Als sprake is van frustratie van verhaal, dan kan de bestuurder aansprakelijk zijn. Dit kan anders zijn als het bedrag moest worden besteed aan de gewone bedrijfsvoering van de rechtspersoon en in het kader daarvan aan noodzakelijke betalingen aan crediteuren om het bedrijf te kunnen voortzetten. Bij niet-noodzakelijke uitgaven loopt de bestuurder echter persoonlijk het risico aansprakelijk en schadeplichtig te zijn. Kortom: houd zekerheidshalve rekening met vernietiging, bijvoorbeeld door reservering van het uit hoofde van het vonnis ontvangen bedrag, tenzij dit bedrag noodzakelijkerwijs voor de bedrijfsvoering moet worden uitgegeven.

 

 

 

Beoordeel dit artikel