Zoeken
  1. Bestuurdersaansprakelijkheid: onwetendheid bij een onbezoldigd bestuurder werkt niet disculperend

Bestuurdersaansprakelijkheid: onwetendheid bij een onbezoldigd bestuurder werkt niet disculperend

Dat de bestuurder van een (volkstuin)vereniging onwetend is van onjuist bestuurshandelen, doet aan haar verantwoordelijkheid ter zake niet af. Zodoende kan zij voor de schadelijke gevolgen daarvan in privé worden aangesproken, ook al is haar functie onbezoldigd en op vrijwillige basis.
Artikel | 22 oktober 2018 | Daan Baas

Onbezoldigd bestuurder loopt ook risico op persoonlijke aansprakelijkheid

Vorig jaar schreef ik op ons Kennisblog dat ook een bestuurder die zijn bestuurstaken onbezoldigd verricht persoonlijk aansprakelijk kan zijn.

Recent is dat uitgangspunt nog eens bevestigd door het gerechtshof Den Haag in zijn arrest van 28 augustus 2018.

Gerechtshof: onwetendheid werkt niet disculperend

In deze zaak gaat het om de persoonlijke aansprakelijkheid van een bestuurder van Stichting De Beukhoeve, die tevens bestuurder was van Volkstuinvereniging De Beukhoeve. Allerhande volkstuinders binnen de gemeente Rotterdam zijn in die vereniging verenigd. Zij huren die volkstuinen van de Rotterdamse Bond van Volkstuinders (RBvV). Voornoemde vereniging int de huurpenningen en leidt deze door naar de RBvV. Voornoemde stichting hield zich – kort gezegd – bezig met het ontvangen en beheren van derdengelden.

De vereniging had een achterstand in het betalen van de huurpenningen aan RBvV. De vereniging bood onvoldoende verhaal, o.a. omdat allerhande gelden naar de stichting waren overgeboekt. De vorderingen die de vereniging op de stichting had zijn bij wijze van cessie naar RBvV overgegaan. In onderhavige procedure vordert RBvV van de stichting en haar (voormalige) voorzitter en secretaris de bedragen die volgens haar ten onrechte door de vereniging naar de stichting zijn overgeboekt.

De rechtbank veroordeelt de bestuurder na matiging tot betaling van EUR 50.000. De bestuurder stelt in appel dat de rechtbank bij het aannemen van aansprakelijkheid op grond van art. 2:9 BW ten onrechte is voorbij gegaan aan haar verweren zij geen kennis had van de overboekingen en dat de kascontrolecommissie van de vereniging een goedkeurende verklaring heeft afgegeven waarop door de algemene ledenvergadering decharge is verleend en dat haar daarom geen verwijt kan worden gemaakt.

Het hof haalt eerst de welbekende rechtsregel uit het arrest Staleman/Van de Ven aan:

Art. 2:9 BW regelt de interne aansprakelijkheid van bestuurders van een rechtspersoon tegenover die rechtspersoon. Ingevolge lid 1 van dit artikel is elke bestuurder tegenover de rechtspersoon gehouden tot een behoorlijke vervulling van zijn taak. Tot de taak van de bestuurder behoren alle bestuurstaken die niet bij of krachtens de wet of de statuten aan een of meer andere bestuurders zijn toebedeeld. Voor aansprakelijkheid is vereist dat een ernstig verwijt kan worden gemaakt aan de desbetreffende bestuurder. Of in een bepaald geval sprake is van een ernstig verwijt dient te worden beoordeeld aan de hand van alle omstandigheden van het geval (HR 10 januari 1997, ECLI:NL:HR:1997:ZC2243, NJ 1997, 360).”

En hij overweegt vervolgens:

Binnen de vereniging zijn de financiële zaken een taakgebied van alle bestuurders, nu niet is gesteld of gebleken dat deze krachtens de wet of de statuten aan een of meer van de bestuurders waren toebedeeld. [Deze bestuurder] is daarbij evenzeer verantwoordelijk voor de financiële gang van zaken als de andere twee bestuurders, ook als zij zich daar niet feitelijk mee heeft bemoeid.”

Kort en goed heeft het hof geoordeeld dat deze bestuurder de toenmalige voorzitter en penningmeester hun gang heeft laten gaan en geen openheid van zaken geeft gegeven aan de vereniging door het informeren van de algemene ledenvergadering, zodat zij niet alles heeft gedaan wat van haar als bestuurder kan worden verlangd.

Kortom: onwetendheid werkt in beginsel niet disculperend.

Onbezoldigdheid en vrijwilligerswerk: (verdere) matiging?

De rechtbank had de schadevergoedingsverplichting ex art. 6:109 BW gematigd tot EUR 50.000 op grond van het feit dat de bestuurder haar functie onbezoldigd en op vrijwillige basis heeft verricht, terwijl gesteld noch gebleken is dat zij op enigerlei wijze persoonlijk gewin heeft nagestreefd of verkregen.

Het hof laat dat in stand, maar ziet geen grond voor verdere matiging, ook niet vanwege het feit dat de bestuurder is geschrokken van de eerdere veroordeling of de omstandigheid dat EUR 50.000 voor haar een groot bedrag is.

Conclusie

Dat de bestuurder van een (volkstuin)vereniging onwetend is van onjuist bestuurshandelen, doet aan haar verantwoordelijkheid ter zake niet af. Zodoende kan zij voor de schadelijke gevolgen daarvan in privé worden aangesproken, ook al is haar functie onbezoldigd en op vrijwillige basis.