Zoeken
  1. Bij onrechtmatig handelen jegens een holding is geen sprake van afgeleide schade

Bij onrechtmatig handelen jegens een holding is geen sprake van afgeleide schade

In een belangrijk arrest oordeelt de Hoge Raad dat indien jegens een holding onrechtmatig wordt gehandeld, haar schade geen afgeleide schade is zoals bedoeld in het arrest ABP/Poot.
Artikel | 22 oktober 2018 | Daan Baas

In een belangrijk arrest oordeelt de Hoge Raad dat indien jegens een holding onrechtmatig wordt gehandeld, haar schade geen afgeleide schade is zoals bedoeld in het arrest ABP/Poot. Dat zou immers enkel anders zijn als jegens de dochter onrechtmatig is gehandeld en de holding daardoor ontstane schade vordert. De schade van de holding in de vorm van waardevermindering van aandelen in de dochter komt wel voor vergoeding in aanmerking als deze in zodanig verband staat met het betreffende onrechtmatig handelen jegens haar dat deze, mede gezien de aard van de aansprakelijkheid en van de schade, als een gevolg daarvan aan de schadeveroorzaker kan worden toegerekend.

Verkorte weergave van de zaak

Het betreft een bijzondere zaak, alleen al omdat de Hoge Raad het arrest van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch vernietigt en de conclusie van A-G Hartlief niet volgt.

Het gaat om een holding die aandelen houdt in haar dochtermaatschappij. De holding was net begonnen met de aanleg van een containerveld ten behoeve van een potplantenkwekerij toen de gemeente Gilze en Rijen haar gelastte daarmee te stoppen. O.a. dat besluit wordt later vernietigd en vast staat dat de gemeente onrechtmatig heeft gehandeld jegens de holding.

De holding en de dochtermaatschappij spreken de gemeente aan tot schadevergoeding. De rechtbank wijst dit jegens de dochtermaatschappij af, omdat zij zelf de betrokken besluiten niet heeft aangevochten. Jegens de holding staat het onrechtmatige handelen wel vast.

Centraal staat de vraag welke schade de holding vergoed kan krijgen. Kan zij alsnog de schade van haar dochter vorderen of stuit dit af op het leerstuk van de afgeleide schade?

Het hof wijst enkel vergoeding van verschillende door de holding rechtstreeks geleden schadeposten toe en wijst enkele afgeleide-schadeposten af. De Hoge Raad casseert in zijn arrest van 12 oktober 2018.

Wat is afgeleide schade?

Van afgeleide schade is sprake als een aandeelhouder schade lijdt ten gevolge van een waardevermindering van zijn aandelen, voor zover deze waardevermindering het gevolg is van een jegens de vennootschap gepleegde onrechtmatige daad. Het gaat daarbij dus om indirecte schade die de aandeelhouder (in die hoedanigheid) via het vermogen van de vennootschap lijdt.

Hoge Raad: geen afgeleide schade, maar wel vergoeding van schade ten gevolge van waardevermindering aandelen

De Hoge Raad herhaalt eerst het bepaalde in haar eerdere welbekende uitspraken (Poot/ABP en Chipshol/Coopers&Lybrand):

“Volgens vaste rechtspraak geldt dat indien een derde aan een naamloze of besloten vennootschap vermogensschade toebrengt door een toerekenbare tekortkoming in de nakoming van een contractuele verplichting jegens de vennootschap of door gedragingen die jegens de vennootschap onrechtmatig zijn, alleen de vennootschap een vordering heeft tot vergoeding van deze schade. In beginsel komt aan een of meer houders van aandelen in de vennootschap niet een vordering toe tot vergoeding van schade bestaande in vermindering van de waarde van hun aandelen of gemiste koerswinst die het gevolg is van de vorenbedoelde tekortkoming of onrechtmatige gedraging jegens de vennootschap (zogeheten afgeleide schade). Op deze regel kan een uitzondering worden gemaakt indien sprake is van een gedraging die specifiek onzorgvuldig is jegens de aandeelhouder. […]

[Dit ziet] uitsluitend op het geval dat onrechtmatig is gehandeld of wanprestatie is gepleegd jegens een vennootschap, en de aandeelhouder vergoeding van zijn afgeleide schade vordert. Die regels berusten erop dat het in dat geval aan de vennootschap zelf is om, ter bescherming van de belangen van allen die bij het in stand houden van haar vermogen belang hebben, vergoeding van de toegebrachte schade te vorderen (zie het arrest Poot/ABP, rov. 3.4.1).”

In onderhavige zaak lag dit anders: de gemeente heeft niet onrechtmatig jegens de dochtermaatschappij gehandeld, maar enkel jegens de holding. Zodoende zijn de voornoemde regels omtrent afgeleide schade niet van toepassing. Die zijn immers enkel van toepassing als jegens de dochter onrechtmatig is gehandeld en de holding daardoor ontstane schade vordert. Het hof heeft dit miskend.

Juist is dat schade van een dochtermaatschappij ook schade van de aandeelhouder (holding) in de vorm van gemiste dividenduitkeringen of een lagere waarde van de aandelen tot gevolg kan hebben. Als inderdaad van laatstbedoelde schade sprake is en deze in zodanig verband staat met de onrechtmatige gedraging van de derde (gemeente) jegens de holding, dan kan die mede gezien de aard van de aansprakelijkheid en van de schade als een gevolg van die onrechtmatige gedragingen aan de gemeente worden toegerekend.

Conclusie

In een belangrijk arrest oordeelt de Hoge Raad dat indien jegens een holding onrechtmatig wordt gehandeld, haar schade geen afgeleide schade is zoals bedoeld in het arrest ABP/Poot. Dat zou immers enkel anders zijn als jegens de dochter onrechtmatig is gehandeld en de holding daardoor ontstane schade vordert. De schade van de holding in de vorm van waardevermindering van aandelen in de dochter komt wel voor vergoeding in aanmerking als deze in zodanig verband staat met het betreffende onrechtmatig handelen jegens haar dat deze, mede gezien de aard van de aansprakelijkheid en van de schade, als een gevolg daarvan aan de schadeveroorzaker kan worden toegerekend.