De ontwikkelingen rond het coronavirus, COVID-19, gaan razendsnel. In ons kennisportal over het coronavirus vindt u onze juridische artikelen en andere relevante content. Bekijk het kennisportal

  1. Home
  2. Kennis
  3. Artikelen
  4. Buitengerechtelijke vernietiging van de arbeidsovereenkomst wegens bedrog vs. ontslag op staande voet

Buitengerechtelijke vernietiging van de arbeidsovereenkomst wegens bedrog vs. ontslag op staande voet

In februari heeft de Hoge Raad geoordeeld dat de buitengerechtelijke vernietiging van de arbeidsovereenkomst wegens bedrog niet in strijd is met het ontslagrecht én dat niet vereist is dat de arbeidsovereenkomst (vrijwel) nutteloos is gebleken. In dit artikel zetten wij de vernietiging wegens bedrog af tegen een vaker gebruikt middel om de arbeidsovereenkomst te beëindigen, namelijk een ontslag op staande voet.
Auteur artikelFrank Stout
Gepubliceerd07 april 2020
Laatst gewijzigd07 april 2020
Leestijd 

Inleiding

De Hoge Raad heeft zich recent voor het eerst uitgelaten over de vraag of een vervalste CV kan leiden tot (buitengerechtelijke) vernietiging van de arbeidsovereenkomst wegens bedrog. In de lagere rechtspraak liep onder die omstandigheden een vernietiging van de arbeidsovereenkomst wegens bedrog vaak stuk op het noodzakelijk geachte vereiste dat de arbeidsovereenkomst (vrijwel) nutteloos moet zijn gebleken. De Hoge Raad maakt daar korte metten mee.

Oordeel Hoge Raad

De Hoge Raad oordeelt dat het wettelijk stelsel van ontslagrecht niet in de weg staat aan de vernietiging van de arbeidsovereenkomst wegens bedrog, omdat dat stelsel niet strekt tot bescherming van de werknemer die bedrog pleegt bij het aangaan van de arbeidsovereenkomst. De Hoge Raad concludeert vervolgens dat uit artikel 3:44 lid 3 BW niet volgt dat de arbeidsovereenkomst (vrijwel) nutteloos moet zijn gebleken. Daarnaast voegt de Hoge Raad toe dat de rechter (i) aan de vernietiging desgevraagd geheel of gedeeltelijk haar werking kan ontzeggen als de reeds ingetreden gevolgen van de arbeidsovereenkomst bezwaarlijk ongedaan gemaakt kunnen worden op grond van artikel 3:53 lid 2 BW, (ii) dat bij vernietiging de regels rondom de onverschuldigde betaling van toepassing zijn, en (iii) dat een beroep op bedrog naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar kan zijn (artikel 6:248 lid 2 BW).

Met deze uitspraak is de lijn in de jurisprudentie dat sprake moet zijn dat de arbeidsovereenkomst  (vrijwel) nutteloos moet zijn gebleken voor een geslaagde vernietiging van de arbeidsovereenkomst wegens bedrog dus doorbroken. Deze kentering maakt het voortaan eenvoudiger om tot vernietiging van de arbeidsovereenkomst over te gaan wegens bedrog indien achteraf blijkt dat de werknemer opzettelijk onjuiste, doch belangrijke informatie in zijn CV heeft vermeld.

Ontslag op staande voet vs. vernietiging wegens bedrog: wat heeft de voorkeur? 

Vernietiging van de arbeidsovereenkomst wegens bedrog

Vernietiging van de arbeidsovereenkomst werkt terug tot het tijdstip waarop de rechtshandeling is verricht (artikel 3:53 lid 1 BW). Dit betekent dat (na de vernietiging) achteraf beschouwd de overeenkomst nooit tot stand is gekomen en prestaties van (een van de) partijen onverschuldigd zijn verricht. Eventueel onverschuldigde betalingen kunnen worden teruggevorderd (artikel 6:203 lid 1 en lid 2 BW). De verrichte arbeid is een prestatie die niet ongedaan kan worden gemaakt. In dat geval kan een vergoeding voor de waarde van de prestaties in de plaats treden (artikel 6:210 lid 2 BW). Bij vernietiging wegens bedrog zou dus een deel van het onverschuldigd betaalde loon kunnen worden teruggevorderd. De rechter kan er ook voor kiezen om de vernietiging geheel of ten dele haar werking te ontzeggen (artikel 3:53 lid 2 BW).

De vernietiging kan buitengerechtelijk worden ingeroepen (artikel 3:50 lid 1 BW). Er komt in principe dus geen rechter aan te pas. De werkgever kan binnen drie jaar nadat hij het bedrog heeft ontdekt de arbeidsovereenkomst vernietigen (artikel 3:52 lid 1 sub c BW). De andere kant van de medaille is dat de werknemer zich niet binnen twee maanden tot de rechter hoeft te wenden om de vernietiging aan te vechten, omdat de vervaltermijn uit artikel 7:686a lid 4 BW in die situatie niet van toepassing is.

Bij een vernietiging van de arbeidsovereenkomst is de werkgever, vanwege de terugwerkende kracht van de vernietiging, in beginsel geen transitievergoeding verschuldigd.

Ontslag op staande voet

In de situatie dat de werknemer bewust onjuiste informatie verstrekt met het doel aangenomen te worden, kan de werkgever er ook voor kiezen om de werknemer op staande voet te ontslaan. Voor een ontslag op staande voet is een dringende reden vereist (een niet-limitatieve lijst van dringende redenen staat in artikel 7:677 lid 1 BW). Daarnaast is vereist dat de werkgever de arbeidsovereenkomst onverwijld opzegt onder onverwijlde mededeling ervan aan de werknemer. Na het ontdekken van de dringende reden moet de werkgever dus voortvarend handelen.

Een dringende reden kan zijn dat de werknemer valse informatie op zijn CV heeft vermeld of dat de werknemer in ernstige mate de bekwaamheid of geschiktheid blijkt te missen tot de arbeid waarvoor hij zich heeft verbonden (artikel 7:678 lid 2 sub a en sub b BW). Anders dan een vernietiging van de arbeidsovereenkomst wegens bedrog, richt een ontslag op staande voet zich niet (primair) op de totstandkomingsfase van de arbeidsovereenkomst. Terugbetaling van loon is dus in beginsel niet aan de orde. Wel kan de werkgever eventueel de kantonrechter verzoeken om toewijzing van een gefixeerde schadevergoeding als bedoeld in artikel 7:677 lid 2 BW.

Een ontslag op staande voet wordt buitengerechtelijk verleend. Ook hier is het aan de werknemer om als eerste een gang naar de rechter te maken. De werknemer dient zich binnen twee maanden tot de kantonrechter te wenden met een verzoekschrift. Indien de werknemer meent dat hij ten onrechte op staande voet is ontslagen, dan kan hij het ontslag vernietigen of als alternatief om toewijzing van een billijke vergoeding (en transitievergoeding) verzoeken.

Conclusie

Door de uitspraak van de Hoge Raad is de lijn in de jurisprudentie doorbroken dat sprake moet zijn van een (vrijwel) nutteloos geworden arbeidsovereenkomst, als voorwaarde voor de vernietiging van de arbeidsovereenkomst wegens bedrog. Een buitengerechtelijke vernietiging van de arbeidsovereenkomst zal daarom eerder dan voorheen in rechte in stand blijven. Per situatie moet worden bekeken of de werkgever er verstandig aan doet om te opteren voor een vernietiging wegens bedrog of een ontslag op staande voet. Denk bijvoorbeeld aan de situatie dat de werkgever constateert dat het CV vervalst is, maar door drukte op de zaak de kwestie enige tijd laat liggen. In dat geval loopt u het risico dat een ontslag op staande voet geen stand zal houden omdat het ontslag niet onverwijld is verleend, terwijl een vernietiging wegens bedrog dat vereiste niet kent.

Heeft u nog vragen naar aanleiding van dit artikel of over andere ontslagkwesties, dan kunt u ons bereiken via 024 – 381 31 23.