De ontwikkelingen rond het coronavirus, COVID-19, gaan razendsnel. In ons kennisportal over het coronavirus vindt u onze juridische artikelen en andere relevante content. Bekijk het kennisportal

  1. Home
  2. Kennis
  3. Artikelen
  4. Collectieve actie voor autobezitters vanwege sjoemelsoftware Volkswagen grotendeels ontvankelijk verklaard

Collectieve actie voor autobezitters vanwege sjoemelsoftware Volkswagen grotendeels ontvankelijk verklaard

Een collectieve actie door Stichting Volkswagen Car Claim tegen onder andere Volkswagen en 56 Nederlandse autodealers naar aanleiding van de ‘Dieselgate’ is door de Rechtbank Amsterdam grotendeels ontvankelijk verklaard (ECLI:NL:RBAMS:2019:8741). De collectieve actie is gestart ten behoeve van bezitters van auto’s met sjoemelsoftware en gericht op het vaststellen van aansprakelijkheid en de mogelijkheid tot ontbinding van de koopovereenkomsten van de auto’s.
Auteur artikel Jonathan Overes
Gepubliceerd 06 december 2019
Laatst gewijzigd 10 december 2019
Leestijd 

In september 2015 werd naar aanleiding van Amerikaans onderzoek wereldwijd bekend dat in bepaalde dieselauto’s van Volkswagen hardware en software was ingebouwd die de uitstoot bij emissietesten positiever deed voorkomen dan die bij normaal gebruik was (‘defeat devices’ en ‘sjoemelsoftware’). Nadien bleek dat bij deze zogenoemde ‘Dieselgate’ ook andere automerken betrokken waren. Wereldwijd zijn diverse boetes opgelegd aan en claims ingesteld tegen betrokken partijen.

De collectieve actie door Stichting Volkswagen Car Claim

Binnen twee weken na de wereldwijde bekendmaking van de sjoemelsoftware bij Volkswagen werd in Nederland op 1 oktober 2015 de Stichting Volkswagen Car Claim opgericht. Het doel van deze stichting is onder meer het vaststellen van en onderzoek doen naar de financiële gevolgen van de dieselgate ten behoeve van de betrokken autobezitters, waaronder een eventueel recht op ontbinding van koopovereenkomsten en op schadevergoeding. De stichting zet zich in voor zowel particuliere als zakelijke autobezitters, en voor zowel eerstehands en tweedehands autokopers als leaserijders.

De stichting is in december 2017 een collectieve actie gestart bij de Rechtbank Amsterdam, waarbij de volgende partijen werden gedagvaard: naast Volkswagen, Audi, Skoda en Seat ook de leverancier van de software (het Duitse Bosch), de Nederlandse importeur van de auto’s (Pon) en 56 Nederlandse autodealers die de betreffende auto’s (zouden) hebben verkocht.

De collectieve actie bevat meerdere vorderingen. Het merendeel daarvan is gericht op de autodealers. Jegens hen vordert de stichting verklaringen voor recht dat zij onrechtmatig hebben gehandeld jegens de diverse autobezitters en dat de auto’s niet voldoen aan de gesloten overeenkomsten en dat de autobezitters in beginsel het recht hebben hun overeenkomsten te ontbinden en/of te vernietigen, zonder een gebruiksvergoeding te hoeven te betalen. Verder vordert de stichting een verklaring voor recht dat de autodealers, de vier genoemde autofabrikanten, de softwareleverancier en de Nederlandse importeur (gezamenlijk) onrechtmatig hebben gehandeld jegens de autobezitters vanwege hun betrokkenheid bij de betreffende auto’s.

Vanwege de complexiteit en omvang van deze procedure heeft de rechtbank met de partijen afgesproken de zaak in fases te behandelen. In het tussenvonnis van 20 november jl. oordeelt de rechtbank over het toepasselijk recht en over de ontvankelijkheid van de stichting. De internationale bevoegdheid van de rechtbank ter zake de vorderingen tegen de buitenlandse partijen stond niet ter discussie, zodat de rechtbank daarvan kon uitgaan (r.o. 5.1).

De ontvankelijkheidsbeslissing: grotendeels ontvankelijk

Een collectieve actie is in Nederland mogelijk binnen de voorwaarden van art. 3:305a Burgerlijk Wetboek (BW). Hoewel op de vorderingen jegens de Duitse softwareleverancier deels buitenlands recht van toepassing zal zijn (zie hierna), kan de stichting ook jegens haar een beroep doen op art. 3:305a BW. Art. 3:305a BW wordt immers gezien als onderdeel van het Nederlandse procesrecht en niet het materiële Nederlandse recht en omdat de procedure in Nederland loopt, is Nederlands procesrecht van toepassing. Dit oordeel van de rechtbank (r.o. 5.2) sluit aan bij eerdere Nederlandse collectieve acties tegen buitenlandse partijen waarin buitenlands materieel recht van toepassing was, zoals de Shell Nigeria-zaak (Nigeriaans recht van toepassing) en de Trafigura-zaak (recht van Ivoorkust).

Art. 3:305a BW stelt een aantal voorwaarden voor ontvankelijkheid van een claimorganisatie. De rechtbank oordeelt in deze zaak uitdrukkelijk nog niet op basis van het nieuwe art. 3:305a BW, dat per 1 januari 2020 op basis van de Wet Afwikkeling Massaschade in Collectieve Actie (WAMCA) gewijzigd zal worden. De WAMCA zal overigens ook vanaf volgend jaar niet gebruikt kunnen worden voor deze kwestie, nu deze dateert van vóór 15 november 2016.

Art. 3:305a lid 1 BW vereist dat de belangen van de gedupeerden waarop de collectieve actie ziet voldoende gelijksoortig zijn. De gedaagden hebben met name op dit gelijksoortigheidsvereiste verweer gevoerd, door onder meer te wijzen op de diversiteit aan type gedupeerden (particulier/zakelijk, kopers/leaserijders etc.) en type gedaagden. De rechtbank acht de betrokken belangen bij de verschillende vorderingen echter voor het grootste gedeelte voldoende gelijksoortig. De collectieve actie voldoet echter niet aan dit vereiste waar het gaat om de vordering tot verklaring voor recht dat de autobezitters bij ontbinding geen gebruiksvergoeding verschuldigd zijn en de gevorderde verklaring voor recht dat de autodealers oneerlijke handelspraktijken valt te verwijten. Die vorderingen zijn volgens de rechtbank te zeer afhankelijk van de specifieke omstandigheden van het geval (r.o. 6.28 en 6.44).

Ook het verweer dat de stichting een onvoldoende grote achterban zou hebben en daarom geen voldoende representativiteit zou hebben, wordt door de rechtbank verworpen. Bij de stichting hebben zich circa 9.000 autobezitters gemeld, waarmee de stichting volgens de rechtbank voldoende aangetoond heeft dat er een omvangrijke groep personen is die een concreet belang heeft bij een collectief oordeel (r.o. 5.17).

Art. 3:305a lid 1 BW vereist ook dat de collectieve actie ziet op belangen die de claimorganisatie op basis van haar statuten dient. Ook aan dit statutenvereiste is naar het oordeel van de rechtbank voldaan. De stichting heeft zich ook actief bezig gehouden met deze kwestie, waaronder deelname aan overleggen, onderzoeken en internationale netwerken. Dat de stichting haar statutaire doelstelling heeft verruimd twee dagen voor de dagvaarding doet volgens de rechtbank aan dit alles niet af (r.o. 5.20) .

Art. 3:305a lid 2 BW bevat het overlegvereiste: een collectieve actie mag pas gestart worden als de claimorganisatie voldoende heeft geprobeerd het gevorderde door overleg met de gedaagden te bereiken, waarbij een verzoek tot overleg binnen twee weken in elk geval voldoende is. De rechtbank oordeelt dat ook hieraan is voldaan, hoewel de stichting Pon op 1 december 2017 had aangeschreven en vervolgens op 19 december 2017 had gedagvaard. De rechtbank noemt dit kort, maar voldoende (r.o. 5.26).

Verder oordeelt de rechtbank dat de stichting ook voldoet aan het waarborgvereiste van art. 3:305a lid 2 BW. Daarbij betrekt de rechtbank uitdrukkelijk niet de niet-toepasselijke WAMCA en de Claimcode 2019, maar de Claimcode 2011 (r.o. 5.29).

Interessant is tot slot dat het verweer werd gevoerd dat de stichting niet-ontvankelijk moest worden verklaard omdat de autobezitters geen nadeel zouden hebben geleden, zodat de stichting onvoldoende belang zou hebben bij de collectieve actie (art. 3:303 BW). Betoogd werd onder meer dat de autobezitters een goedgekeurde update was aangeboden ter optimalisatie van het brandstofgebruik. De rechtbank oordeelt dat de stichting geen voldoende belang zou hebben bij de collectieve actie als nu al zou kunnen worden vastgesteld dat geen van de gedupeerden schade heeft geleden (r.o. 5.51). Dat stond echter niet nu al vast, gezien de gemotiveerde betwisting daarvan door de stichting. Dit geldt ook voor het verweer dat de vorderingen hoe dan ook al verjaard of vervallen waren (r.o. 5.57). Interessant is dat de rechtbank dus wel de theoretische mogelijkheid zag dat bij ontbreken van schade bij de gedupeerden een claimorganisatie al daarom niet-ontvankelijk kan worden verklaard. In de Trafigura-zaak, waar dit verweer ook was aangevoerd, leek diezelfde rechtbank die mogelijkheid principieel echter (nog) niet te aanvaarden en overwoog de rechtbank dat de vraag of schade is geleden een vraag is die pas in de inhoudelijke beoordeling van de zaak thuishoort (ECLI:NL:RBAMS:2018:2476, r.o. 4.14).                    

Het toepasselijk recht ten aanzien van de claims op de buitenlandse partijen

Van de gedaagden waren er vijf niet gevestigd in Nederland: Volkswagen (Duitsland), Audi (Duitsland), Skoda (Tsjechië), Seat (Spanje) en Bosch (Duitsland). De vorderingen jegens hen waren gebaseerd op buiten-contractuele aansprakelijkheid. De vraag was welk recht van toepassing was. Omdat de verwijten zagen op een periode van 2008 tot september 2015 was er verschillende regelgeving toepasselijk.

De rechtbank oordeelt dat op de vorderingen jegens de vier autofabrikanten over de gehele relevante periode Nederlands recht van toepassing is (r.o. 7.14). Ten aanzien van de vorderingen jegens Bosch maakt de rechtbank echter een onderscheid in periode. Voor zover die vorderingen zien op feiten in de periode tot 11 januari 2009 is Duits recht van toepassing en vanaf dat moment Nederlands recht (r.o. 7.33).

Het vervolg van de procedure

De collectieve actie gaat nu de inhoudelijke fase in. De rechtbank stelt geen mogelijkheid tot tussentijds hoger beroep tegen het tussenvonnis open en geeft de stichting de gelegenheid om inhoudelijk te reageren op een aantal vragen van de rechtbank, waarna de gedaagden de gelegenheid zullen krijgen om bij conclusies van antwoord inhoudelijk te reageren op de vorderingen. Wordt vervolgd dus.

Maak kennis met het team Massaschade & Verzekering van Dirkzwager. Klik op deze link voor meer informatie.