Zoeken
  1. De doorbreking van het appelverbod in deelgeschilprocedures

De doorbreking van het appelverbod in deelgeschilprocedures

Tegen een beslissing op het verzoek inzake een deelgeschilprocedure staat in beginsel geen hoger beroep of andere voorziening open, zo bepaalt artikel 1019bb Rv. Van deze hoofdregel kan in de bodemprocedure op grond van artikel 1019cc lid 3 Rv in een aantal gevallen worden afgeweken. In het arrest van 5 juni 2012 verduidelijkt het hof Den Haag wanneer het gerechtvaardigd is om de uitsluiting van rechtsmiddelen te doorbreken op een andere grondslag dan die welke reeds zijn opgenomen in artikel...
Auteur artikelDirkzwager
Gepubliceerd13 december 2012
Laatst gewijzigd13 december 2012
Leestijd 
Tegen een beslissing op het verzoek inzake een deelgeschilprocedure staat in beginsel geen hoger beroep of andere voorziening open, zo bepaalt artikel 1019bb Rv. Van deze hoofdregel kan in de bodemprocedure op grond van artikel 1019cc lid 3 Rv in een aantal gevallen worden afgeweken. In het arrest van 5 juni 2012 verduidelijkt het hof Den Haag wanneer het gerechtvaardigd is om de uitsluiting van rechtsmiddelen te doorbreken op een andere grondslag dan die welke reeds zijn opgenomen in artikel 1019cc lid  3 Rv.

Casus                                                                                                                                                                                                                                                     Casus

Een werknemer is enkele jaren bij zijn inmiddels voormalig werkgever in dienst geweest als belastingadviseur. Op enig moment heeft hij zich ziek gemeld met klachten die kort daarna zijn gediagnosticeerd als behorend bij RSI. De werknemer spant een deelgeschilprocedure aan tegen zijn voormalig werkgever, waarin hij de kantonrechter te Den Haag verzoekt te oordelen dat zijn voormalig werkgever op grond van artikel 7:658 BW, althans de artikelen 7:611 en 6:162 BW aansprakelijk is voor de schade die hij heeft opgelopen tijdens de uitoefening van zijn werkzaamheden. Mede op grond van deskundigenberichten oordeelt de kantonrechter dat de werkgever aansprakelijk is voor de schade die de werknemer heeft geleden. De werkgever gaat in hoger beroep tegen de door de kantonrechter gegeven beschikking, hoewel in de artikelen 1019bb jo. 1019cc lid 3 Rv is bepaald dat tegen de beschikking op het verzoek inzake een deelgeschil geen voorziening open staat.

Deelgeschil

In een eerder artikel op deze kennispagina is reeds op de deelgeschilprocedure in algemene zin ingegaan. Tevens is in een ander artikel op deze kennispagina een arrest van 17 april 2012 behandeld, in welk arrest hetzelfde hof als in de onderhavige zaak een oordeel geeft over de wijze waarop de deelgeschilprocedure was toegepast.

Oordeel hof Den Haag: geen hoger beroep

Het hof Den Haag sluit in zijn beslissing aan bij ratio van de deelgeschilprocedure. Het hof overweegt dat ingevolge artikel 1019bb Rv tegen de beslissing op het verzoek inzake een deelgeschilprocedure geen hoger beroep (of andere voorziening) openstaat, omdat het openstaan van een rechtsmiddel zich bezwaarlijk verdraagt met de ratio van de deelgeschilprocedure die een extra mogelijkheid biedt om de rechter te raadplegen en verder geen afbreuk doet aan de mogelijkheid om een bodemprocedure aan te spannen.

Het hof oordeelt dat de uitsluiting van rechtsmiddelen in een drietal gevallen kan worden doorbroken, namelijk als:

1. de rechter de procedure ten onrechte heeft toegepast;

2. de rechter de procedure ten onrechte buiten beschouwing heeft laten;

3. bij de behandeling van de zaak essentiële vormen zijn verzuimd.

Door aldus te oordelen zoekt het hof aansluiting bij de gronden voor doorbreking van het rechtsmiddelenverbod zoals deze sinds het standaardarrest Enka/Dupont (NJ 1986/242) zijn ontwikkeld in de rechtspraak van de Hoge Raad. Omdat het hof Den Haag oordeelde dat zich geen van voornoemde uitzonderingssituaties voordeden, kwam het hof aan een inhoudelijke beoordeling van het verzoek (c.q. het hoger beroep) niet toe.