De ontwikkelingen rond het coronavirus, COVID-19, gaan razendsnel. In ons kennisportal over het coronavirus vindt u onze juridische artikelen en andere relevante content. Bekijk het kennisportal

  1. Home
  2. Kennis
  3. Artikelen
  4. Dekkingsgeschil: beroep op vernietiging polisvoorwaarde door niet-verzekeringnemer en beroep op serieschadeclausule

Dekkingsgeschil: beroep op vernietiging polisvoorwaarde door niet-verzekeringnemer en beroep op serieschadeclausule

Leestijd 
Auteur artikel Daan Baas
Gepubliceerd 15 februari 2021
Laatst gewijzigd 16 februari 2021
 

Op 6 januari 2021 wees de rechtbank Rotterdam vonnis in een dekkingsgeschil. Eiseres is op 26 augustus 2016 met de auto van haar broer tegen een vangrail gereden. Bij National Academic (NA) is een SIV afgesloten met aanvullend een autorechtsbijstandsverzekering. De verzekering is door de verzekeringnemer opgezegd op 29 augustus 2016.

Cordaet is ingeschakeld en die stelde vast dat verzekerde zich in juni 2017 heeft ziekgemeld. NA meent in augustus 2018 dat haar belangen door o.a. verlate verzending van medische informatie is geschaad en dat eiseres zich niet aan de voorwaarden heeft gehouden, zodat de schade niet verder in behandeling wordt genomen. NA heeft de aanspraak op rechtsbijstand afgewezen omdat het geschil van augustus 2018 niet is ontstaan tijdens de looptijd van de verzekering.

In art. 7 van de polisvoorwaarden staat zakelijk weergegeven dat als verzekerde op de hoogte is of behoort te zijn van een voorval zij verplicht is alle relevante inlichten te verschaffen en medewerking te verlenen aan NA. Eisers vordert primair deze bepaling te vernietigen, subsidiair voor recht te verklaren dat conform de SVI uitgekeerd moet worden en voorts om voor recht te verklaren dat aanspraak kan worden gemaakt op de rechtsbijstandsverzekering.

Eiseres doet het beroep op vernietiging wegens een terhandstellingsgebrek tevergeefs, omdat zij niet de contractuele wederpartij van NA is. Dat zij als verzekerde partij is geworden bij de verzekeringsovereenkomst doet daar niet aan af. Ten overvloede wordt bepaald dat de vordering ook niet toewijsbaar is omdat ingevolge art. 3:51 BW de vordering tot vernietiging dient te worden gericht tot hen die partij bij de overeenkomst zijn. Dat is dus ook verzekeringnemer, die niet in de procedure is betrokken.

Eiseres stelt dat NA slechts een beroep op schending van de inlichtingenplicht van art. 7 mag weigeren indien zij door de gestelde tekortkoming schade heeft geleden. Dat vergt uitleg van het beding naar objectieve factoren, waarbij van belang is dat verzekeringnemer een privépersoon is. Het staat een verzekeraar vrij voor schending van de mededelings- en inlichtingenplicht verval van recht te bedingen. Zij dient daarbij echter aan verzekeringnemer duidelijk te maken dat zij met haar beding de schending ook voor andere gevallen dan opzettelijke misleiding met verval van recht wil kunnen sanctioneren. Dat heeft NA onvoldoende duidelijk gemaakt. Ten eerste omdat in de onderhavige zinsnede het risico dat de gehele schade niet zal worden vergoed is samengevoegd met het risico dat een deel van de schade niet zal worden vergoed en ten tweede omdat niet de woorden ‘verval van recht op uitkering’ worden gebruikt waar NA dat in de daaropvolgende zinsnede met betrekking tot opzettelijke misleiding wel doet. Hierdoor was voor de verzekeringnemer niet duidelijk en begrijpelijk dat NA met de in art. 7 vermelde tekst een verval van recht op uitkering voor andere gevallen dan opzettelijke misleiding beoogde. Haar stelling dat de betreffende tekst een vervalbeding inhoudt, wordt daarom niet gevolgd.

Uit die tekst wordt evenmin duidelijk in welke gevallen de schade geheel niet zal worden vergoed en in welke gevallen een deel van de schade niet zal worden vergoed en op basis van welke objectieve factoren dat deel wordt bepaald. Dit betekent dat de voor de verzekeringnemer meest gunstige uitleg prevaleert en dat houdt in dit geval in dat dit beding niet verder reikt dan art. 7:941 lid 3 BW (“Indien door de tot uitkering gerechtigde een verplichting als bedoeld in de leden 1 of 2 niet is nagekomen, kan de verzekeraar de uitkering verminderen met de schade die hij daardoor lijdt.”). NA moet dekking verlenen onder de SVI.

Datzelfde geldt voor de autorechtsbijstandsverzekering. Eisers meent dat het ongeval het eerste voorval was dat het juridische geschil heeft doen ontstaan. NA meent dat het contractuele geschil de gebeurtenis is die tot aanspraak op de autorechtsbijstandsverzekering heeft geleid en dat dit na de beëindiging van de verzekering was.

Omdat de feiten waarop het verweer is gebaseerd in zodanig verband met het ongeval staan, vormen ze een reeks voorvallen in de zin van de polisvoorwaarden. Omdat het ongeval plaatsvond gedurende de verzekeringstermijn, bestaat dekking.