Zoeken
  1. Doorlinken van domeinnamen en het handelsnaamrecht

Doorlinken van domeinnamen en het handelsnaamrecht

In de serie artikelen 'Doorlinken van domeinnamen' bespreken wij onder welke omstandigheden het doorlinken van een domeinnaam - die gelijk is aan of overeenstemt met de merk- of handelsnaam van een ander - (on)geoorloofd is. In deze bijdrage bespreken wij het handelsnaamrecht als middel om doorlinken op internet tegen te gaan.
Artikel | 26 november 2018 | Joost Becker

Handelsnaamrecht

Voor het succesvol kunnen verbieden van het gebruiken van een handelsnaam (een verbod op grond van art. 5 Hnw), is in elk geval nodig dat het handelen van de gedaagde partij als het ‘voeren’ van die handelsnaam valt te kwalificeren. In de praktijk blijkt wel wat nodig om de doorlink van een domeinnaam, die gelijk is aan of slechts in geringe mate afwijkt van de eisende handelsnaam, te kwalificeren als het ‘voeren’ van een handelsnaam.

‘enkel doorlinken’

In de literatuur is opgemerkt dat het registreren van een domeinnaam en het enkele gebruik daarvan op zichzelf nog geen gebruik als handelsnaam oplevert.[1],[2],[3]

De gerechtshoven Amsterdam, Den Haag, en Arnhem-Leeuwarden hebben allen geoordeeld dat doorlinken niet als het gebruik van een handelsnaam heeft te gelden. Het Hof Amsterdam overwoog in het Thuisbezorgd-arrest uit 2010[4] dat de litigieuze domeinnaam thuisbezorgd.nl gedurende een bepaalde periode door Just-Eat was doorgelinkt naar justeat.nl. Later gaf de website onder de domeinnaam aan dat deze domeinnaam gekocht kon worden en nog later vertoonde dezelfde website slechts een blanco pagina. Het Hof oordeelt hierover als volgt: ‘Reeds vanwege het feit dat – naar het voorlopig oordeel van het hof – noch het enkele doorlinken van een domeinnaam naar een eigen website, noch het te koop aanbieden van een domeinnaam, voldoende is om gebruik van die domeinnaam als handelsnaam aan te nemen gaat het beroep (…) op handelen in strijd met artikel 5 Hnw niet op.’ [5]

In 2011 stelt hetzelfde hof voorop dat voor beantwoording van de vraag of de domeinnamen van Just-Eat tevens als handelsnaam is aan te merken, bepalend is of - rekening houdend met de perceptie van het publiek - Just-Eat op de aan de domeinnaam gekoppelde websites onder de benaming van die gebruikte domeinnamen ‘op commerciële wijze deelneemt aan het handelsverkeer’.[6] Beslissend is dus of middels het doorlinken al dan niet op commerciële wijze wordt deelgenomen aan het handelsverkeer, en of het relevante publiek de domeinnamen waarmee wordt doorgelinkt al dan niet zal opvatten als een aanduiding van de onderneming. Vooral dat laatste lijkt lastig aan te tonen voor een eisende partij die haar handelsnaam als domeinnaam enkel doorgelinkt ziet worden. Als die naam ook op de website als handelsnaam worden gebruikt, is het doorlinken met de domeinnaam veelal wel als handelsnaamgebruik te kwalificeren. In dit geval oordeelt het hof dat in de tekst die verscheen (te weten dat binnenkort via de website online eten kan worden besteld en bezorgd) op de website waarnaar werd doorgelinkt zo gelezen kan worden dat ‘onder de desbetreffende domeinnaam diensten zullen worden aangeboden’. Dergelijk gebruik ‘tendeert naar handelsnaamgebruik, maar is dat nog niet’. De dreiging van handelsnaamgebruik daargelaten, is dus meer nodig om het ‘voeren’ van een handelsnaam aan te nemen dan de aankondiging dat er bepaalde diensten zullen worden aangeboden.

Het Hof Den Haag oordeelde in 2010 over het doorlinken van domeinnamen als volgt: ‘Een domeinnaam is in beginsel niet meer of anders dan een internetadres van de domeinnaamhouder. Een domeinnaam kan echter tot handelsnaam worden wanneer de domeinnaam gebruikt wordt ter aanduiding van de onderneming, in welk verband rekening moet worden gehouden met de perceptie van het relevante publiek. In dat kader is onder meer van belang of, c.q. in hoeverre de domeinnaam overeenkomt met de handelsnaam van de domeinnaamhouder, alsmede de inhoud van de website die men door het intypen van de domeinnaam bereikt. [7] Het betrof hier een onderneming waarvan het hof vaststelt dat zij naar buiten treedt onder de naam GefeliciTAART. Via de website www.taartwinkel.nl werden bezoekers doorgelinkt naar www.gefeliciTAART.nl. Het Hof Den Haag neemt in dit geval het gebruik van de handelsnaam ‘taartwinkel’ niet aan, want - zo parafraseren wij - er wordt geen onderneming aangeduid met (slechts) het doorlinken. De inhoud van de website waarnaar wordt doorgelinkt is dus met name beslissend.

Net als het Hof Amsterdam en het Hof Den Haag, heeft ook het Hof Arnhem in algemene zin geoordeeld dat het enkele doorlinken van een domeinnaam naar een andere website niet voldoende is om gebruik van die (‘doorgelinkte’) domeinnaam als handelsnaam aan te nemen.[8] Ook het Hof Leeuwarden oordeelde langs dezelfde lijnen dat het enkele gebruik van een domeinnaam om die ‘naar haar eigen Liv-site te laten doorlinken’ geen gebruik als handelsnaam oplevert.[9]

Ook het Hof ‘s- Hertogenbosch heeft een soortgelijk oordeel gegeven, met dien verstande dat zij het gebruik van een domeinnaam als doorlinkadres zonder bijkomende omstandigheden niet kwalificeert als handelsnaamgebruik.[10]

-wel voeren

De lijn van de gerechtshoven wordt door de rechtbanken niet altijd gevolgd.

Zo werd er in geval van enkel doorlinken wel handelsnaamgebruik aangenomen door Rechtbank Middelburg, namelijk in de situatie dat: ‘[d]e door gedaagden gebruikte domeinnaam, die grotendeels overeenstemt met de handelsnaam van eisers, weliswaar niet de naam van de website van gedaagden [is], maar wel als directe doorgeleiding naar die website [dient]. Voorshands kan dan ook worden geconcludeerd dat gedaagden de naam [eiseres]vloeren.nl mede gebruiken als naam waaronder zij hun onderneming drijven.’[11] Een verbod op het gebruik van de domeinnaam en de overdracht daarvan is toen bevolen.

In de Club Wear-zaak voor de Rechtbank Utrecht is geoordeeld dat de verkoop van de domeinnaam clubswear.nl (waarvan in een eerder vonnis is bepaald dat het gebruik daarvan gestaakt (gehouden) diende te worden) aan een derde en die vervolgens naar een eigen, vergelijkbare website door te (laten) linken (waardoor de activiteiten op een andere manier worden voortgezet), schending van het eerdere vonnis oplevert.[12]

Door de Rechtbank Arnhem is, in een zaak waarin vorderingen wegens handelsnaaminbreuk waren ingesteld, ook een expliciet doorlink-verbod opgelegd.[13]

De voorzieningenrechter van de Rechtbank Den Haag heeft in een executiegeschil tussen twee lunchrooms geoordeeld over het doorlinken van een domeinnaam. In de daaraan voorafgaande procedure was bepaald dat ‘X’ de handelsnaam Scallywags of een handelsnaam met daarin het element Scallywags niet meer mocht gebruiken. X mocht expliciet wel Scallys gebruiken. X heeft daarop een domeinnaam scallywags-lunchroom.nl, die automatisch doorlinkte naar scallys-lunchroom.nl, in gebruik genomen. X meent dat hij daarmee het verbod niet heeft overtreden. “Met Y is de voorzieningenrechter van oordeel dat het verbod in 7.5 van het vonnis gegeven redelijkerwijs niet anders kan worden begrepen dan dat het tevens behelst het niet langer gebruik maken van de domeinnaam www.scallywags-lunchroom.nl, waaronder tevens is te begrijpen het gebruik als doorlink naar een andere website van X. De domeinnaam www.scallywags-lunchroom.nl werd door X gebruikt tot aan de sommatie van 3 januari 2013 door de doorverwijzing naar www.scallys-lunchroom.nl, op welke website informatie is te vinden over de lunchroom van X. Dit is tevens aan te merken als ‘gebruik’ in de zin van het vonnis, zodat X het verbod hiermee heeft overtreden.” [14]

De Rechtbank Amsterdam[15] oordeelde met betrekking tot de doorlinkende domeinnaam hollanddestinationservice.nl, als volgt: ‘Het gebruik van een domeinnaam kan onder omstandigheden worden beschouwd als het voeren van een handelsnaam. Aannemelijk is dat onder het gebruiken van een domeinnaam als handelsnaam ook het doorlinken naar een website in verband met commerciële doeleinden geldt. Als een onderneming oudere handelsnaamrechten heeft, kan zij met een beroep daarop in dat geval optreden tegen een jongere domeinnaamhouder die in de domeinnaam deze handelsnaam gebruikt.’

Dezelfde Rechtbank achtte tevens het doorlinken van een (op grond van een andere, oudere handelsnaam verboden) domeinnaam naar een andere domeinnaam, nog altijd ‘gebruik’ van diezelfde domeinnaam als handelsnaam.[16] Yows c.s. had in deze zaak haar handelsnaam al gewijzigd van Spruitt naar Splintt. Zij bezit echter nog steeds de domeinnaam spruitt.nl die doorlinkt naar splintt.nl: “Het publiek dat op dit moment immers de domeinnaam “www.spruitt.nl” intypt of het e-mailadres eindigend op “Spruitt” gebruikt, is bekend met deze adressen door een eerdere kennismaking met Yowsa en/of Yowsim in de periode dat zij de handelsnaam “Spruitt” voerden. Dit publiek maakt derhalve gebruik van deze adressen met het doel om de in haar ogen onder de handelsnaam “Spruitt” gedreven onderneming, welke zij wellicht daardoor ten onrechte associeert met Spruit ICT te benaderen. Er is daarom sprake van een voortdurende inbreuk op de handelsnaam van Spruit ICT zolang het via deze adressen benaderen van Yowsim en Yowsa mogelijk blijft.”

-geen voeren

Echter, in andere zaken is geoordeeld dat het enkel doorlinken geen handelsnaaminbreuk opleverde. Zo heeft de Rechtbank Arnhem geoordeeld dat het ‘slechts’ gebruiken van domeinnamen voor het doorlinken van geïnteresseerden naar een eigen website, leidt tot de conclusie dat deze domeinnamen als zodanig geen bedrijfsmatig karakter heeft. Daarmee wordt ‘vooralsnog’ niet onder die namen deelgenomen aan het handelsverkeer. Het doorlinken was in die zaak dan ook onvoldoende om gebruik als handelsnaam aan te nemen, zelfs ook al was het kennelijke oogmerk van gedaagden bij het doorlinken om via de domeinnamen ‘traffic’ te generen naar de eigen website.[17]

Naar het oordeel van de Rechtbank Utrecht is er ‘zonder nadere toelichting’ geen handelsnaamgebruik als enkel wordt doorgelinkt naar een andere website[18]: ‘Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, is het enkele 'doorlinken' naar een andere website, waarop de informatie over de onderneming te vinden is, niet te beschouwen als het voeren van een handelsnaam, omdat de domeinnaam waarop het doorlinken plaatsvindt, niet beschouwd kan worden als de naam waaronder de onderneming aan het handelsverkeer deelneemt.’ Dit is in lijn is met de hiervoor genoemde Hof-arresten. De enkele dreiging daarvan wordt – kennelijk – onvoldoende geacht om toch een verbod op te leggen: ‘Het enkele risico dat [X] dat in de toekomst wel zal doen, is voor toewijzing van een dergelijke vordering onvoldoende.’

Ook het gebruik van de internetadressen www.horses.tv en www.horsestv.nl als hyperlink naar een andere site (bedoeld is volgens ons een doorlink) kon niet worden gezien als het gebruik van een handelsnaam. Dit ondanks het feit dat die namen ook op de website te vinden waren. Het oordeel daarover luidt: ‘De vermelding staat in kleine lettertjes aan de onderkant van het logo van MacRider Online gedrukt en neemt daarin geen prominente plaats in. Voor de gebruikers op internet is duidelijk dat het gaat om Mac Rider Online.’ Verwarringsgevaar werd niet aannemelijk geacht.[19]

De Rechtbank Overijssel herhaalt in 2014 het aloude adagium “wie het eerst komt, het eerst maalt”. Dat resulteert erin dat in een kwestie waarbij beide partijen filters aanbieden en gedaagde als eerste ‘filterwebshop.nl’ registreert en vervolgens gebruikt om door te linken naar zijn eigen website, geen handelsnaamgebruik wordt aangenomen. De rechtbank overweegt dat of de registratie van een domeinnaam aan te merken is als het voeren van een handelsnaam afhangt van de omstandigheden van het geval. In dit geval, oordeelt de rechtbank, wordt de domeinnaam wordt slechts gebruikt als internetadres en niet als handelsnaam.[20]

Ook in andere lagere uitspraken van rechtbanken wordt - in de meeste gevallen - aangenomen dat het (enkel) doorlinken niet als handelsnaamgebruik heeft te gelden.[21] Dit past in de vaststelling dat een domeinnaam in beginsel slechts een ‘internetadres’ is (ook al is die van een onderneming), gebruikt voor doorgeleiding. In bepaalde andere gevallen wordt in zaken waarbij (ook) sprake is van het doorlinken van een domeinnaam om andere redenen geen handelsnaaminbreuk aangenomen, bijvoorbeeld zoals bij handelsnaaminbreuk in algemene zin gebruikelijk is bij beschrijvende aanduidingen.[22]

-grensgevallen

De grens wanneer doorlinken tendeert naar handelsnaamgebruik, is in voorkomende gevallen echter niet altijd eenvoudig vast te stellen.[23] Dit hangt sterk samen met de feiten.[24] Zodra er bijvoorbeeld naast een doorlink ook sprake is van het voeren van diezelfde domeinnaam als handelsnaam, kan (zoals blijkt uit de rechtspraak die hiervoor is besproken) sprake zijn van handelsnaamgebruik (mede) door het doorlinken zelf.[25] Ook indien de domeinnaam sterk overeenstemt met de eisende handelsnaam kan de doorlink onder omstandigheden worden verboden.[26]

Voor zover bekend bestaat er over het soort doorlinken waarover het gaat in deze bijdrage nog geen jurisprudentie van de Hoge Raad is gewezen. Mogelijk werpt het recente artiesteverloningen-arrest wel een nieuw licht op de vraag of en zo ja onder welke omstandigheden kan worden opgetreden tegen doorlinken, maar dat is niet zeker.[27]

(Tussen)conclusie handelsnaamrecht en doorlinken

De conclusie die op grond van het voorgaande kan worden getrokken is dat het merendeel van de beschikbare uitspraken erop wijst dat het enkel doorlinken van een domeinnaam niet vaak gebruik als handelsnaam oplevert. Er wordt vooral in eerste aanleg echter ook wel anders geoordeeld. Kortom de handelsnaamrechtelijke grondslag om op te treden tegen doorlinken biedt niet altijd soelaas. Dat kan anders liggen als de inhoud van de website waarnaar wordt gelinkt toch het voeren van een handelsnaam met zich meebrengt.

 

In de hierna volgende bijdragen bespreken we de mogelijkheden die het merkenrecht biedt om tegen doorlinken op te treden.

 

Joost Becker, advocaat internetrecht

 

 

[1] Van Nispen/Huydecoper/Cohen Jehoram, Industriële eigendom deel 3/2012, Vormen namen en reclame, para. 3.3.2: “Als een domeinnaam alleen wordt gebruikt om door te linken naar een andere website levert dit geen gebruik op als handelsnaam.”

[2] Kort begrip van het intellectuele eigendomsrecht, nr. 478. Eenzelfde overweging is te vinden bij Van Oerle: “Het enkele registreren of reserveren van een domeinnaam wordt niet gezien als gebruik als handelsnaam. Ook het gebruik van een domeinnaam enkel om door te linken naar een website onder een andere naam, dient niet als gebruik als handelsnaam te worden aangemerkt.”

[3] Th. Bosboom en C. Jeunink, ‘Het handelsnaamrecht in domeinnaamgeschillen’, IER 2003, 1, p. 6. “het doorlinken van de betreffende domeinnaam naar een eigen website op zichzelf onvoldoende is om het voeren van een handelsnaam aan te nemen.”

[4] Hof Amsterdam, 21 september 2010, ECLI:NL:GHAMS:2010:BN8149. Het eerste thuisbezorgd-arrest betreft Hof Amsterdam, 15 januari 2008, ECLI:NL:GHAMS:2008:BF7442. Dit arrest ging over het gebruik van de domeinnaam ‘thuisbezorgen.nl’; de zaak betrof toen echter geen doorlink.

[5] Ook was niet gesteld of aannemelijk geworden was dat geïntimeerde dezelfde naam (in verband met door haar onder die naam verrichte bedrijfsmatige activiteiten) anderszins als handelsnaam voerde.

[6] Hof Amsterdam, 4 januari 2011, ECLI:NL:GHAMS:2011:BP1963. Zie r.o. 3.6 en 3.6.2. van het arrest. Niet geheel duidelijk is overigens of ook het doorlinken naar de eigen website van Just-Eat, dat kennelijk plaatsvindt, door het Hof in haar oordeel wordt betrokken.

[7] Hof Den Haag, 9 maart 2010, ECLI:NL:GHSGR:2010:BL7683, r.o. 4.

[8] Hof Arnhem, 27 december 2011 (lieren-shop.nl), 200.092.092, r.o. 4.7

[9] Hof Leeuwarden, 5 juli 2011, ECLI:NL:GHLEE:2011:BR0392. De Rechtbank Groningen oordeelde daar overigens in eerste aanleg anders over Rechtbank Groningen, 8 april 2011, zaaknummer 125302 KG / ZA 11-89. ‘Liv Oost heeft de domeinnaam www.previtas.nl, waarvan het onderscheidende woord identiek is aan de handelsnaam Previtas, in het economische verkeer gebruikt terwijl Previtas Nederland daarvan als rechthebbende dient te worden aangemerkt. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is (het gebruik van) van de domeinnaam hier gelijk te stellen aan de handelsnaam, zodat dit gebruik een inbreuk als omschreven in artikel 5 Hnw oplevert.’

[10] Hof ’s-Hertogenbosch 5 juni 2018, ECLI:NL:GHSHE:2018:2424, (Sunsational Tanning), r.o. 3.8.3.: ‘Wat het handelsnaamgebruik betreft staat vast dat [geïntimeerde] de naam [het teken] inderdaad enige tijd (ook) als handelsnaam heeft gebruikt. Daarover is hiervoor (rov. 3.6.4 t/m 3.6.6) al geoordeeld. Tussen partijen is niet in geschil dat [geïntimeerde] op enig moment haar onderneming onder een andere naam is gaan voeren. De Domeinnaam stond toen nog wel op haar naam geregistreerd. Ook indien de Domeinnaam toen enige tijd is gebruikt als doorlinkadres naar de website van [geïntimeerde] waarop zij onder een nieuwe naam haar zonnestudio presenteerde, levert dat zonder bijkomende omstandigheden, die echter niet door [appellante] zijn gesteld, geen handelsnaamgebruik op.’ In dezelfde zin het vonnis in eerste aanleg: Rb. Zeeland-West Brabant 1 juni 2016, IEF 16077, r.o. 3.4.

[11] Vzr. Rechtbank Middelburg, 22 april 2009, ECLI:NL:RBMID:2009:BJ2415 (vloerdecor). De vordering werd toegewezen voor zover die betrof het gestaakt houden van het gebruik (inclusief doorlinken) van de domeinnaam. ‘De door gedaagden gebruikte domeinnaam, die grotendeels overeen stemt met de handelsnaam van eisers, is weliswaar niet de naam van de website van gedaagden, maar dient wel als directe doorgeleiding naar die website. Voorshands kan dan ook worden geconcludeerd dat gedaagden de naam [eiseres]vloeren.nl mede gebruiken als naam waaronder zij hun onderneming drijven. […] Voorts dient voor een succesvol beroep op artikel 5 van de Handelsnaamwet sprake te zijn van verwarringsgevaar tussen beide ondernemingen. Ook daarvan is naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter sprake. Daartoe wordt overwogen dat het onderscheidende element in de handelsnaam van eisers de combinatie van de woorden ‘[naam gebruik bedrijfsnaam eiseres]’ en ‘vloer’ is. Door eisers is onweersproken gesteld dat de gangbare aanduiding voor dit soort vloeren ‘vlokkenvloer’ of ‘chipsvloer’ is, zodat de benaming ‘[naam gebruik bedrijfsnaam eiseres]vloer’ geen algemeen gebruikelijke aanduiding is voor dergelijke vloeren. Het gevaar voor verwarring wordt verder versterkt doordat beide ondernemingen hetzelfde soort product verkopen (kunststofvloeren) en bij elkaar in de buurt gevestigd zijn (Goes en Oudenbosch), waardoor aangenomen moet worden dat zij in ieder geval deels hetzelfde afzetgebied hebben.’

[12] Rechtbank Utrecht, 12 mei 2010, ECLI:NL:RBUTR:2010:BM4473.

[13] Vzr. Rechtbank Arnhem, 18 januari 2012, ECLI:NL:RBARN:2012:BV2932 (Greenfox).

[14] Vzr. Rechtbank Den Haag, 20 maart 2013, zaaknr. C/09/436764/ KG ZA 13-140 (Scallywags).

[15] Vzr. Rechtbank Amsterdam, 26 maart 2013, ECLI:NL:RBAMS:2013:4286.

[16] Rechtbank Midden Nederland, 29 januari 2014, ECLI:NL:RBMNE:2014:206.

[17] Vzr. Rechtbank Arnhem, 11 februari 2010, ECLI:NL:RBARN:2010:BL4891, r.o. 4.4.

[18] Rechtbank Utrecht, 10 november 2010, IEPT20101110 (Oogartsenpraktijk.nl).

[19] Rb. Gelderland 4 maart 2014, Eisma/Macrider, ECLI:NL:RBGEL:2014:1968.

[20] Rb. Overijseel 18 april 2014, ECLI:NL:RBOVE:2014:1993 (www.filter-webshop.nl), r.o. 4.7.

[21] Zie de hiervoor opgesomde uitspraken en daarnaast: Vzr. Rechtbank Amsterdam, 15 oktober 2013; Vzr. Rechtbank Den Haag, 14 juni 2013 (Systec Designs/X); Vzr. Rechtbank Overijssel, 31 mei 2013 (Dealerstation / Dealerdirect); Vzr. Rechtbank Den Haag, 31 oktober 2012 (PST / Geretti Sports); Rechtbank Breda, 4 januari 2012 (Van Doorn / Gulls); Vzr. Den Haag, 9 april 2009 (Bax Beheer / [X] Clubsound); Rechtbank Zwolle, 30 oktober 2008 (Kachelplaats.nl / Gedaagde); Vzr. Rechtbank Rotterdam, 4 maart 2008 (Zegers Beveiligingssystemen / Zegers).

[22] Vzr. Rb. Breda, 10 april 2008, IER 2008, 50 met kritische noot van Ch. Gielen. De rechter oordeelde: ‘Voor zover al sprake zou zijn van een door gedaagde gevoerde handelsnaam — gedaagde gebruikt de aanduidingen www.groendirect.nl, www.groendirekt.nl en www.groen-direkt.nl thans immers uitsluitend als webadressen die doorlinken naar de website www.boomkwekerij.net — dan geldt dat eventueel verwarringsgevaar in de zin van art. 5 Handelsnaamwet bezwaarlijk kan worden toegeschreven aan het voeren van een gelijke beschrijvende aanduiding, welke essentieel is voor het beschrijven van de aangeboden diensten.’ Rechtbank Amsterdam, 14 april 2011, zaaknr. KG ZA 11-314 P/PV: ‘In deze zaak heeft Caesar Capital onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij ten tijde van de registratie van de domeinnamen traderonly.nl en traderonly.be door Today’s reeds met de naam Tradersonly als handelsnaam van haar onderneming naar buiten was getreden.’ ondernemingen van partijen gelijk is en zij zich richten op hetzelfde publiek, is de voorzieningenrechter van oordeel dat van verwarringsgevaar geen sprake is. Intervivos heeft de handelsnaam van Internet-notarissen niet in zijn totaliteit overgenomen, maar slechts de beschrijvende elementen "verklaring", "erfrecht" en ".nl".’ Zie ook Rb. Midden-Nederland, 16 juli 2014, IEPT20140716.

[23] Zie bijv. ook Rb. Den Haag 28 juni 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:7101, (NBG/Miro), r.o. 4.10: ‘Het door Miro onder A gevorderde verbod is zeer ruim en behelst handelingen die niet noodzakelijkerwijs inbreuk maken op haar handelsnaamrecht. Zo houdt gebruik van het teken Van Ruysdael in een emailadres of domeinnaam niet zonder meer gebruik als handelsnaam in. Slechts voor zover dat gebruik als handelsnaamgebruik kan worden aangemerkt, rechtvaardigt hetgeen Miro c.s. heeft gesteld het gevorderde verbod. Dat een verbod op andere gronden dan inbreuk op het handelsnaamrecht zou moeten worden gegeven, heeft Miro c.s. niet aan de vordering ten grondslag gelegd en is geen onderwerp geweest van het partijdebat, zodat er geen grondslag is voor een ruimer verbod dan gebruik van het teken Van Ruysdael in een emailadres of domeinnaam dat als handelsnaamgebruik is aan te merken’

[24] Zie bijv. Hof ’s-Hertogenbosch inzake LR Advocaten/LMR Advocaten r.o. 3.3 ‘Tussen partijen is in confesso dat enkel het voeren van een domeinnaam niet aan te merken is als het voeren van een handelsnaam. Een domeinnaam als zodanig is in feite uitsluitend een adres van de domeinnaamhouder.

Wanneer evenwel de domeinnaamhouder de domeinnaam, dan wel het relevante deel ervan (dus zonder extensie als ‘.nl’ of ‘.com’) ook gaat gebruiken als aanduiding voor zijn bedrijfsactiviteiten (of deel ervan), dan verschiet de domeinnaam van kleur en wordt tevens een handelsnaam (vergelijk Hof Amsterdam 19 oktober 2006, ECLI:NL:GHAMS:2006:AZ6080). Van een dergelijk gebruik is sprake indien in communicatie richting het publiek, waaronder de (potentiële) klanten de aanduiding ook wordt gebruikt, bijvoorbeeld in een disclaimer die onder alle e-mails verschijnt als door advocaten of ander personeel namens [Advocaten 1] Advocaten verstuurd. Hetzelfde geldt voor gebruik van de aanduiding LMR Advocaten op een website waar (potentiële) klanten informatie kunnen inwinnen over het kantoor of nieuwsbrieven kunnen raadplegen ‘ en r.o. 3.8: ‘In ieder geval acht het hof geen gebruik als handelsnaam (meer) aan de orde doch slechts gebruik als een (oud) adres, waarbij de gebruiker de mogelijkheid wordt geboden voordat de (nieuwe) website van [Advocaten 2] daadwerkelijk wordt bereikt, af te haken. Van kleurverschieten van die domeinnaam tot handelsnaam (als bedoeld in onderdeel 3.3.) is in ieder geval geen sprake (meer). Hetzelfde geldt voor het (mogelijke) gebruik van de oude emailadressen (met daarin de aanduiding ‘lradvocaten’) van [Advocaten 2] door klanten of derden die nog vóór de aanpassing over deze adressen beschikking hebben gekregen: door het nog bereikbaar zijn via die adressen is als zodanig van een gebruik als handelsnaam geen sprake.’

[25] Zie ook de noot van M. Haak in BIE 2014, nr. 40 onder het Hof arrest in de zaak Artiestenverloningen. Zie in dezelfde zin ook Rb. Gelderland 19 juli 2016 (Slaapspecialist Tiel), IEPT20160719, r.o. 4.9: ‘Hoewel betreffende domeinnaam doorlinkt naar de website van S. kan volgens de voorzieningenrechter de domeinnaam wel aangemerkt worden als handelsnaam. Op de website van S. komt herhaaldelijk de naam Slaapspecialist Tiel voor. Dientengevolge treedt S. onder de naam Slaapspecialist Tiel naar buiten en wordt de domeinnaam gekleurd tot handelsnaam’

[26] Zie bijv. Vzr. Rb. Amsterdam 7 juli 2016 , ECLI:NL:RBAMS:2016:5297 (Save id/Save-me.nu): r.o. 4.7: ‘Wel is, zoals ter zitting al aan partijen is meegedeeld, het gebruik van de domeinnaam www.save-id.nl om door te linken naar de website www.save-me.nu in strijd met het handelsnaamrecht van [eiser] . Het gebruik van de domeinnaam www.save-id.nl wordt voorshands als het voeren van een handelsnaam aangemerkt. De naam is vrijwel gelijk aan de handelsnaam van [eiser] (alleen de “f” en de “v” verschillen) en daarom is hier wel verwarring te duchten.’

[27] Er wordt op gewezen dat de Hoge Raad in zijn Artiestenverleningenarrest, ECLI:NL:HR:2015:3554, in r.o. 3.4.2. het volgende heeft geoordeeld over domeinnamen: ‘Het recht op een domeinnaam is niet wettelijk geregeld. De rechthebbende wordt tegen later gebruik door een ander van dezelfde of een overeenstemmende domeinnaam beschermd als dat gebruik jegens hem onrechtmatig is of als voor die bescherming een contractuele grond bestaat. Ook ten aanzien van het gebruik van een naam die overeenstemt met een domeinnaam kan van onrechtmatigheid sprake zijn als dat gebruik verwarring wekt.’