Zoeken
  1. Doorzetten executie misbruik van recht?

Doorzetten executie misbruik van recht?

CasusOnder omstandigheden kan bij het doorzetten van een executie sprake zijn van misbruik van recht. Een voorbeeld: A heeft een vordering van € 10.000,-- op B. B betaalt niet en A start een procedure bij de kantonrechter. De kantonrechter wijst de vordering toe en hiermede verkrijgt A een executoriale titel voor zijn vordering (de rechterlijke uitspraak is inmiddels onherroepelijk). Het enige vermogensbestanddeel - voor zover A bekend - van B is zijn woning. De woning is gefinancierd door ba...
Auteur artikelFloris Pels Rijcken (uit dienst)
Gepubliceerd09 april 2014
Laatst gewijzigd09 april 2014
Leestijd 
Casus
Onder omstandigheden kan bij het doorzetten van een executie sprake zijn van misbruik van recht. Een voorbeeld: A heeft een vordering van € 10.000,-- op B. B betaalt niet en A start een procedure bij de kantonrechter. De kantonrechter wijst de vordering toe en hiermede verkrijgt A een executoriale titel voor zijn vordering (de rechterlijke uitspraak is inmiddels onherroepelijk). Het enige vermogensbestanddeel - voor zover A bekend - van B is zijn woning. De woning is gefinancierd door bank X, welke bank een recht van eerste hypotheek heeft verkregen op de woning van B. De executiewaarde van de woning bedraagt € 300.000,--. De (met het recht van hypotheek versterkte) vordering van bank X is evenwel aanzienlijk hoger: € 450.000,--. A gaat over tot het leggen van executoriaal beslag op de woning van B. B start een executiegeschil bij de voorzieningenrechter; hij meent dat A misbruik maakt van zijn recht, aangezien A geen enkel zicht heeft op enige opbrengsten van de verkoop van de woning van B.

Misbruik van recht
De vraag die zich voordoet is of A misbruik van recht maakt (zie artikel 3:13 BW) door de woning van B te executeren. A krijgt immers in beginsel geen enkel deel van de opbrengst van de executoriale verkoop. Vooropgesteld wordt dat ook bevoegdheid om een onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak ten uitvoer te leggen kán worden misbruikt (zie HR 5 november 1993, LJN ZC1125 , NJ 1994/154). In beginsel zal dit het geval zijn als de executie op geen enkele wijze de vordering van de executant (A) zal doen verminderen (zie: Hof Leeuwarden 20 april 2010, JBPR 2010/62). De soep wordt echter niet altijd zo heet gegeten, als zij wordt opgediend. Een goed voorbeeld hiervan is te vinden in een recente uitspraak van de rechtbank Rotterdam.

In de zaak die heeft geleid tot het vonnis van de rechtbank Rotterdam d.d. 12 februari 2014 (NJF 2014/144) ging het om het volgende. De gemeente legt executoriaal beslag op panden van een schuldenaar die dwangsommen aan de gemeente is verschuldigd. De schuldenaar start een executiegeschil tot opheffing van het beslag. De rechter oordeelt dat “de Gemeente van een executie geen voldoening van haar vordering  te verwachten heeft er niet in mag resulteren dat de eiser de vordering van de Gemeente zonder meer (…) onvoldaan kan laten. Dit te meer omdat een gebod op straffe van een dwangsom beoogt een stevige prikkel te zijn, welke prikkel niet kan worden afgedaan met de stelling dat men niet over gelden beschikt.”. De vordering tot opheffing wordt afgewezen.

Opheffing voorkomen
Terug naar het geschil tussen A en B. Wat kan A aanvoeren teneinde opheffing te voorkomen? A kan zich ten eerste op het standpunt stellen dat de executie mede ten doel heeft als prikkel tot nakoming te dienen. B kan immers door het zicht op een executoriale verkoop gestimuleerd worden een betalingsregeling te treffen of op andere wijze middelen aan te wenden om A’s vordering te voldoen. Bovendien weet A niet of bank X over meerdere zekerheden beschikt. Het is niet ondenkbaar dat er (bijvoorbeeld) een borg in het spel is waardoor bank X haar vordering (deels) voldaan krijgt en er executieopbrengsten voor A overblijven. Ook al komen de executieopbrengsten enkel ten goede van bank X, dan nog kan A betogen dat hij belang heeft bij de verkoop van de woning. De aflossing van bank X heeft immers een sanerende werking. Indien B geen schuld meer heeft aan bank X zal zij ook niet gehouden zijn (hypotheek)rente te betalen. Aldus ontstaat de mogelijkheid dat B in de toekomst (meer) geld beschikbaar heeft voor haar schuldeisers.

Relevantie voor de praktijk
Voor de praktijk is van belang dat beslagleggende schuldeisers (geconfronteerd met een executiegeschil) zich er van bewust zijn dat het belang van een executie niet enkel gelegen is in het zich kunnen verhalen op de executieopbrengsten. Het belang kan (bijvoorbeeld) tevens gelegen zijn in de prikkel tot nakoming die van een executie uitgaat en de sanerende werking van een executie. Het kunnen beargumenteren van dergelijke belangen zal de opheffing van een beslag veelal in de weg staan.