Zoeken
  1. Een pandrecht op software: hoe doe je dat?

Een pandrecht op software: hoe doe je dat?

Software wordt beschermd door het auteursrecht. Dit geeft de rechthebbende het exclusieve recht op het gebruik en exploitatie van de software. Op een auteursrecht kan ene zekerheidsrecht gevestigd worden ten behoeve van schuldeisers, bijvoorbeeld door het vestigen van een pandrecht. Een pandrecht geeft schuldeisers een sterk zekerheidsrecht omdat het de schuldeisers een voorrangsrecht oplevert om het verpande goed openbaar te verkopen, mocht de pandgever zijn verplichtingen niet na kunnen komen en het pandrecht in bijvoorbeeld een faillissement van de pandgever niet zomaar genegeerd kan worden door een curator. Maar hoe vestig je een pandrecht op software en toekomstige versies daarvan? Dat dit nog niet zo eenvoudig is, blijkt wel uit een recente uitspraak van de Rechtbank Amsterdam die een klein bommetje heeft gelegd onder de praktijk van menig bank die hun pandaktes zullen moeten aanpassen.
Artikel | 17 december 2018 | Ernst-Jan van de Pas

Eisen voor verpanding van software

Voor de verpanding van het auteursrecht is een daartoe bestemde notariële akte of onderhandse akte nodig (3:95 BW jo. artikel 2 Auteurswet). Hierbij geldt het vereiste van een geldige titel, alsmede de eis dat het object bij de titel met "voldoende bepaaldheid is omschreven".

Omdat software doorgaans voortdurend aan veranderingen onderhevig is (denk aan het moeten doorvoeren van beveiligingsupdates) is het van belang dat ook de toekomstige auteursrechten onder het pandrechten komen te vallen. Ook daarvoor geldt dat die auteursrechten "voldoende bepaalbaar’’ te zijn (artikel 3:231 lid 2 BW).

 “Alle huidige en toekomstige bedrijfsactiva” is niet voldoende bepaalbaar

Je moet de auteursrechten dus in voldoende concrete mate kunnen beschrijven wil je daar een geldig pandrecht op kunnen vestigen. Dit is precies waar de schoen wringt in veel gevallen. Onlangs heeft de rechtbank van Amsterdam (Rb Amsterdam 27 september 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:6951) geoordeeld dat de formulering "alle huidige en toekomstige bedrijfsactiva’’, waaronder wordt verstaan "alle tot het bedrijf van de pandgever behorende goederen’’, niet voldoet aan de vereiste bepaalbaarheid.

Wat is dan wel “voldoende bepaalbaar”?

Om te voldoen aan het bepaalbaarheidsvereiste moet in beginsel duidelijk zijn welke goederen zullen worden verpand. De Hoge Raad heeft hier al de nodige richtsnoeren voor gegeven:

  • Het is niet noodzakelijk dat het goed met al haar bijzonderheden wordt gespecificeerd. De vraag hoe specifiek het goed moet worden aangewezen, moet worden beantwoord aan de hand van de omstandigheden van het geval (HR 4 maart 2005, ECLI:NL:HR:2005:AR6165, Thomassen Metaalbouw/Vos II).
  • Bij de verpanding van een auteursrecht, is het in het algemeen voldoende dat de pandakte zodanige gegevens bevat dat - eventueel achteraf - aan de hand daarvan kan worden vastgesteld om welke vordering(en) of goed(eren) het precies gaat (HR 20 september 2002 ECLI:NL:HR:2002:AE7842, Mulder q.q./Rabobank).

Dit is sinds het arrest ING v Muller van 20 september 2002 - waarin de Hoge Raad zich uitliet over de verpanding van auteursrechten op software - het uitgangspunt.

Rechtbank Amsterdam: de standaard teksten uit de standaard pandakte van ING volstaan niet

In deze zaak stond een geschil centraal tussen een curator en ING bank. De vraag was of ING een geldig pandrecht had verkregen op het auteursrecht ten aanzien van de ontwikkelde software. ING deed een beroep op de omschrijving van het pandrecht in de pandakte, namelijk dat het pandrecht is gevestigd op ‘’alle huidige en toekomstige bedrijfsactiva’’, waaronder wordt verstaan ‘’alle tot het bedrijf van de pandgever behorende goederen’’. ING stelde vervolgens dat het auteursrecht op de software ook een goed is dat tot het vermogen van de pandgever behoort en dus onder het pandrecht valt.

De rechtbank is het hier niet mee eens. Redengevend hiertoe is dat de rechtbank deze algemene omschrijving veel te vaag vindt en dus niet voldoende bepaalbaar.

  • Allereerst oordeelt de rechtbank oordeelt dat de categorie ‘’goederen’’ de meest algemene aanduiding is die de wet kent, en dat deze zowel zaken als vermogensrechten omvat. Een pandrecht is echter slechts mogelijk op bepaalde categorieën goederen, namelijk roerende zaken en rechten die geen registergoed zijn. Op onroerende zaken en overige registergoederen kan geen pandrecht worden gevestigd, enkel een hypotheekrecht. Alleen al hierom voldeed de omschrijving van het pandrecht volgens de rechtbank niet aan de vereiste bepaalbaarheid.
  • Bovendien stelde de rechtbank dat een omschrijving als "alle roerende zaken en vermogensrechten voor zover deze geen registergoederen zijn’’, ook niet voldoende bepaald en voldoende bepaalbaar is.

De rechtbank verklaart dan ook voor recht dat de bank geen geldig pandrecht heeft verkregen op de auteursrechten.

Indien er een specifieke categorie was aangewezen in de titel en er vervolgens uit de akte zelf bleek om welke vordering(en) het precies ging, kon er wel worden voldaan aan het bepaalbaarheidsvereiste.

Hoe nu verder?

Deze uitspraak zal heel wat stof doen opwaaien bij banken die soortgelijke teksten hanteren in standaard pandaktes. Het gemakkelijke antwoord en advies is dat het aan te raden is om in de titel van de pandakte het object te allen tijde voldoende bepaald te omschrijven of een voldoende concrete omschrijving in de pandakte of pandlijst op te nemen om de desbetreffende auteursrechten op software te omschrijven. Houd hierbij in het achterhoofd dat niet alle bijzonderheden gespecificeerd hoeven te worden. Dat wil zeggen dat de software niet in detail omschreven hoeft te worden. Dit is immers onmogelijk voor toekomstige ontwikkelingen. Wel is het in ieder geval van belang om te benoemen tot waar het pandrecht zich strekt.

Het standaard advies luidt dus: wees niet vaag maar zo concreet mogelijk. En dat is tegelijkertijd in de praktijk ontzettend lastig. Moet je dan elke maand een nieuwe pandakte opstellen of lijsten bijwerken? Dat zou veel te bewerkelijk zijn. Wie weet wat er de komende maanden, laat staan jaren allemaal aan software wordt ontwikkeld? Nee, dat is ook weer niet nodig gelet op de rechtspraak van de Hoge Raad, maar als je het concreter kunt duiden (al is het maar dat je je beperkt tot bepaalde projectnummers of namen), dan is dat altijd beter.

Ernst-Jan van de Pas, IT-advocaat

Met dank aan Femmie Schets