Zoeken
  1. Eerste (tussen)vonnis in bodemprocedure over Eurogrit-affaire

Eerste (tussen)vonnis in bodemprocedure over Eurogrit-affaire

Weer een loot aan de stam van de uitleg van de exoneratie in de algemene voorwaarden van Eurogrit, door de eerste beslissing van een bodemrechter inzake de Eurogrit-affaire
Artikel | 31 januari 2019 | Annet van Duijn

Recent is op http://www.rechtspraak.nl/ het eerste tussenvonnis in een bodemprocedure tegen Eurogrit en haar moedermaatschappij Sibelco gepubliceerd, van de Rechtbank Rotterdam van 2 januari 2019 (ECLI:NL:RBROT:2019:6). Eisende partij was een producent van betonnen elementen, Hurks.

Tot nu toe waren er alleen vonnissen in kort geding gewezen, die ik heb geanalyseerd voor het Tijdschrift Aansprakelijkheids- en Verzekeringsrecht in de praktijk (De Eurogrit-affaire: hoe verschillend voorzieningenrechters kunnen oordelen, TAV nr. 7-8, december 2018).

De Rechtbank Rotterdam kiest ten aanzien van het beroep van Eurogrit en Sibelco op de exoneratie in de algemene voorwaarden van Eurogrit voor weer een andere weg, die ik in het onderstaande bespreek en van (kritisch) commentaar voorzie.

Eerst ga ik in op de relevante feiten en omstandigheden, de vordering van Hurks, alsmede op het oordeel over de aansprakelijkheid.

De Eurogrit-affaire

In het najaar van 2017 werd ontdekt dat een grote partij straalgrit van producent Eurogrit asbesthoudend was. Honderden afnemers – veelal bedrijven in de maritieme en industriële sector, die door middel van het proces van gritstralen metalen oppervlakken schoonmaken, verf verwijderen etc. – hebben daardoor hun werkprocessen moeten stilleggen. Daarnaast hebben de afnemers (en hun opdrachtgevers) onderzoekskosten gemaakt om te inventariseren of er asbest aanwezig was, alsmede saneringskosten om het aangetroffen asbest te laten verwijderen.

Feiten

Een van de afnemers van het straalgrit van Eurogrit is Hurks (officieel: Byldis Prefab B.V.), die het straalgrit gebruikte voor het gritstralen van betonnen elementen. Op de overeenkomst tussen Eurogrit en Hurks zijn de algemene voorwaarden van Eurogrit van toepassing.

Hurks heeft, na de mededeling van Eurogrit op 5 oktober 2017 dat die aanwijzingen had dat het straalgrit asbest bevatte, opdracht gegeven om asbestinventarisaties te verrichten op haar vestigingen in Tilburg en Veldhoven. Daaruit bleek dat in Tilburg geen asbestvezels waren aangetroffen, maar in Veldhoven wel.
Eurogrit heeft de kosten van de asbestinventarisatie voor haar rekening genomen, op grond van een brief van 7 oktober 2017 aan haar afnemers, waarin is opgenomen:

Het zo spoedig mogelijk uitvoeren van een asbestanalyse door een deskundige op het stof en/of op het gebruikte straalgrit kan ook bijdragen om uw bedrijfsvoering optimaal te kunnen continueren. Als u een asbestdeskundige hiertoe opdracht geeft of u dit reeds heeft laten doen, zijn wij bereid deze kosten te vergoeden.

Hurks heeft haar productielocatie in Veldhoven van 9 tot en met 13 oktober 2017 gesloten en het aangetroffen asbest laten saneren door een gecertificeerd asbestverwijderingsbedrijf.
Verder heeft zij haar werknemers door de ArboUnie laten voorlichten over de situatie.

Eind december 2017 heeft Eurogrit het door Hurks ongebruikte straalgrit opgehaald en daarvoor een creditfactuur aan Hurks verstrekt.

De bodemprocedure

Hurks is bij de Rechtbank Rotterdam een bodemprocedure (dus geen kort geding, waarin alleen voorlopige voorzieningen kunnen worden gevorderd) gestart tegen zowel Eurogrit als haar moedermaatschappij Sibelco, die een zogenoemde 403-verklaring heeft afgegeven waarin zij zich hoofdelijk aansprakelijk heeft gesteld voor de schulden van Eurogrit.

Hurks stelt zich op het standpunt dat Eurogrit is tekortgeschoten in de uitvoering van haar verplichtingen onder de koopovereenkomst, aangezien het straalgrit niet de eigenschappen bezat die voor een normaal gebruik daarvan nodig zijn en waarvan de koper de aanwezigheid niet behoefde te betwijfelen (de non-conformiteit van artikel 7:17 BW). Zij vordert betaling van een bedrag van EUR 331.457,16 en schadevergoeding, nader op te maken bij staat.

Eurogrit heeft een vordering in reconventie ingesteld, gebaseerd op haar algemene voorwaarden, waarin een vrijwaringsbepaling is opgenomen voor alle aanspraken van derden.

Het oordeel over de aansprakelijkheid van Eurogrit

De Rechtbank oordeelt dat straalgrit niet met asbest verontreinigd behoort te zijn en daarom niet aan de koopovereenkomst beantwoordt. De tekortkoming van Eurogrit staat derhalve vast. De vraag is of die tekortkoming aan Eurogrit kan worden toegerekend (artikel 6:75 BW).
Dat is volgens de Rechtbank het geval, waarbij zij zich baseert op vaste jurisprudentie (het arrest Oerlemans/Driessen, ECLI:NL:HR:2001:AB1338): de verkeersopvattingen brengen in beginsel mee dat een gebrek van een verkocht industrieel vervaardigd product voor rekening van de verkoper komt, ook al heeft de verkoper het product niet zelf geproduceerd, is het gebrek buiten zijn toedoen ontstaan en kende hij het gebrek niet, noch behoorde hij dat te kennen.

De Rechtbank onderzoekt vervolgens of sprake is van bijzondere omstandigheden die een afwijking van deze hoofdregel zouden kunnen rechtvaardigen.
De Rechtbank oordeelt dat Eurogrit het voortraject, zoals de keuze van haar toeleveranciers en de contractuele afspraken die zij daarmee maakt, tot op zekere hoogte zelf in de hand heeft, dat het in haar risicosfeer ligt dat zij geen of slechts beperkt verhaal op haar toeleveranciers kan nemen en dat vaststaat dat Hurks in ieder geval geen enkele mogelijkheid heeft om haar schade op de achterliggende partijen te verhalen.
Voor de toerekening naar verkeersopvattingen maakt geen verschil, dat de verontreiniging onvoorzienbaar was en nog niet eerder was voorgekomen, noch dat in het productieproces van de slakken de temperaturen zo hoog zijn dat asbest verbrandt of dat in het gehele proces tot aflevering geen bekende asbesttoepassingen voorkomen.
Tot slot staan de wanverhouding tussen de koopprijs en de gevorderde schadevergoeding, en de geringe marge die op het straalgrit wordt gerealiseerd, niet aan toerekening in de weg. Daar zijn exoneraties voor.
Kortom, de Rechtbank rekent de tekortkoming aan Eurogrit toe, die derhalve aansprakelijk is jegens Hurks.

Exoneratie in algemene voorwaarden Eurogrit

Beperking tot het netto factuurbedrag van de levering
Meest opvallend aan de onderhavige uitspraak is het oordeel van de Rechtbank over het beroep van Eurogrit op de aansprakelijkheidsbeperking in haar algemene voorwaarden tot het netto factuurbedrag van de non-conforme levering.

Die wordt namelijk terzijde geschoven, niet omdat het beroep daarop naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn (gelijk een van de voorzieningenrechters in kort geding wel had gedaan), maar omdat die exoneratie niet van toepassing zou zijn op het onderhavige geval.

Artikel 10 – Garantie en reclames – van de algemene voorwaarden van Eurogrit luidt:

10.1    
[…]

10.2    
Reclames over de hoeveelheid of gewicht van geleverde goederen en van uiterlijk zichtbare gebreken dienen terstond na ontvangst der goederen te worden ingediend. Alle overige gebreken dienen terstond na ontdekking, maar niet later dan 30 dagen na levering of aankomst der goederen, te worden gereclameerd.

10.3    
Indien niet tijdig wordt gereclameerd in overeenstemming met het vorige lid, vervallen alle aanspraken van koper.


10.4    
Ingeval van een geaccepteerde reclame zullen onze verplichtingen gelimiteerd zijn tot het vervangen of herstellen van de gebrekkige goederen of het vergoeden van het netto factuurbedrag, zulks te onzer keuze, zonder dat er enige andere verplichting tot schadevergoeding van onze kant zal zijn.

De Rechtbank stelt voorop dat artikel 10 van de algemene voorwaarden moet worden uitgelegd aan de hand van de zogenoemde Haviltex-maatstaf: de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan de bepaling mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten.
Alle omstandigheden van het geval spelen een rol, waarbij de taalkundige betekenis een belangrijke rol kan spelen.

De Rechtbank stelt vervolgens vast dat de eerste zin van artikel 10.2 niet van toepassing is op het verontreinigde straalgrit, omdat hoeveelheid en gewicht van het geleverde grit overeenstemde met de overeenkomst en de asbestverontreiniging niet zichtbaar was met het blote oog.
Eurogrit heeft zich beroepen op de tweede zin van artikel 10.2: alle overige gebreken dienen terstond na ontdekking, maar niet later dan 30 dagen na levering of aankomst der goederen, te worden gereclameerd. De Rechtbank oordeelt (zie r.o. 4.12.1 tweede alinea) dat het straalgrit non-conform was en derhalve dat in beginsel sprake is van een gebrek als in deze zin bedoeld. Echter, de Rechtbank vervolgt met de opmerking dat het hier om een zeer uitzonderlijk gebrek ging, een verontreiniging van het straalgrit met asbest, die volgens Eurogrit voor iedereen onvoorzienbaar was en die niet eerder was voorgekomen. De regeling veronderstelt dat de koper gehouden is om redelijke inspanningen te verrichten om binnen 30 dagen na levering of aankomst een gebrek te ontdekken, maar dat is in het onderhavige geval volgens de Rechtbank misplaatst. Dat Hurks het geleverde straalgrit zou controleren op mogelijke asbestverontreiniging of dat Hurks met een dergelijke verplichting rekening zou houden, kon Eurogrit in de hiervoor weergegeven omstandigheden redelijkerwijs niet verwachten, aldus de Rechtbank.

De Rechtbank gaat nog een stap verder: de Rechtbank constateert dat de exoneratie in artikel 10.4 ziet op de situatie van een geaccepteerde reclame en dat die bepaling teruggrijpt op artikel 10.2. Volgens de Rechtbank moet artikel 10.2 zo worden uitgelegd, dat het in dit geval toepassing mist en dus dat er dan ook geen ruimte is voor toepassing van artikel 10.4.
Eurogrit mag zich van de Rechtbank dan ook níet beroepen op de beperking van haar aansprakelijkheid tot het netto factuurbedrag van de betreffende levering, net zo min als op de vervaltermijn van artikel 10.3 van de algemene voorwaarden.

De Rechtbank voert als bijkomend argument aan dat in artikel 11 (zie hierna) een regeling omtrent aansprakelijkheid is opgenomen (artikel 10 is getiteld ‘Garantie en reclames’), op grond waarvan Hurks niet behoefde te verwachten en Eurogrit er in redelijkheid niet van uit kon gaan dat artikel 10 ook in dit geval zou worden toegepast.

Beperking tot directe schade
In artikel 11 – Aansprakelijkheid – van de algemene voorwaarden van Eurogrit is bepaald:

11.1    
Onverminderd wettelijke bepalingen met betrekking tot productaansprakelijkheid, zijn wij onder door ons gesloten overeenkomsten slechts aansprakelijk voor directe schade.

11.2    
Koper zal ons vrijwaren en schadeloos stellen indien derden ons aanspreken ter zake van hetgeen wij onder de overeenkomst met koper hebben geleverd of verricht, en waarvoor wij ingevolge het vorige lid niet aansprakelijk zijn.

Eurogrit mag zich van de Rechtbank wél beroepen op de exoneratie in artikel 11 van haar algemene voorwaarden, waarin zij haar aansprakelijkheid heeft beperkt tot directe schade.
Die term is in de algemene voorwaarden niet gedefinieerd en dient derhalve te worden uitgelegd.
Volgens de Rechtbank houdt de term ‘directe schade’, mede gelet op de verhouding tussen partijen en de situatie als geheel, in dat alleen schade die in rechtstreeks causaal verband staat met de toerekenbare tekortkoming van Eurogrit daaronder valt en het verband tussen de schade en het voorval niet te ver verwijderd mag zijn.
De exoneratie in de algemene voorwaarden van Eurogrit vormt daarmee een beperking ten opzichte van het wettelijk systeem van artikel 6:98 BW, waarin de leer van de redelijke toerekening is neergelegd.

Eurogrit heeft betoogd dat alleen schade aan het verkochte straalgrit zelf directe schade vormt, maar dat betoog wordt door de Rechtbank niet gevolgd.
Het straalgrit is bestemd om onder hoge druk tegen een oppervlak te spuiten en aldus te worden verbruikt, terwijl het straalgrit zelf voor de afnemer geen blijvende waarde vertegenwoordigt. De schade van Hurks door het gebruik van het verontreinigde straalgrit komt derhalve volgens de Rechtbank voor vergoeding in aanmerking, mits in rechtstreeks causaal verband met de toerekenbare tekortkoming van Eurogrit.

De Rechtbank verwerpt het beroep van Hurks op artikel 6:248 lid 2 BW, dat een beroep door Eurogrit op de exoneratie naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn. Beide zijn grote professionele partijen en opereren in branches waar exoneraties gebruikelijk zijn. Extra terughoudendheid bij het buiten toepassing laten van de exoneratie is dan op zijn plaats. De door Hurks gestelde (en door Eurogrit gemotiveerd betwiste) verwijtbaarheid aan de zijde van Eurogrit reikt niet verder dan gewone schuld, terwijl de schade voor Eurogrit onverzekerbaar is. Hurks heeft ook overigens geen bijzondere omstandigheden gesteld die tot een geslaagd beroep op artikel 6:248 lid 2 BW zouden kunnen leiden.

Het vervolg van de procedure

Omdat het debat over de schadecijfers tussen partijen nog niet voltooid was, mogen partijen zich bij akte nader uitlaten over de schade, met inachtneming van de beperking van aansprakelijkheid tot directe schade.

In die akte dienen partijen zich ook uit te laten over de reikwijdte van de toezegging van Eurogrit om bepaalde kosten voor haar rekening te nemen (zie citaat hiervoor, bij de feiten), als zelfstandige rechtsgrond voor een deel van de vorderingen van Hurks.

Op de vordering in reconventie van Eurogrit, gebaseerd op de vrijwaringsbepaling in haar algemene voorwaarden, is de Rechtbank nog niet ingegaan.

Commentaar

Beperking tot de netto factuurwaarde van de levering
In mijn ogen is de Rechtbank te ver gegaan in de uitleg van artikel 10 van de algemene voorwaarden van Eurogrit. Ervan uitgaande dat over de tekst van de algemene voorwaarden niet is onderhandeld, dient vooraleerst naar objectieve factoren, waaronder de taalkundige betekenis van de bepalingen, te worden gekeken.

In zijn algemeenheid geldt dat een bedrijf dat handelt in roerende zaken, belang heeft bij tijdige reclames als die zaken zijn behept met een gebrek. Het is dan ook logisch dat in algemene voorwaarden tijdig actie van de afnemer wordt verlangd, op straffe van het verval van rechten. Als er eenmaal terecht is gereclameerd, is de aansprakelijkheid voortvloeiend uit het gebrek in de algemene voorwaarden beperkt tot het factuurbedrag. Ook dat is begrijpelijk voor de bedrijfsvoering en zeker niet ongebruikelijk bij de handel in roerende zaken.

Eurogrit heeft haar artikel 10 – Garanties en reclame – ook zo ingestoken, waarbij zij in artikel 10.2 een onderscheid heeft gemaakt tussen gebreken ten aanzien van hoeveelheid of gewicht van de geleverde goederen en uiterlijk zichtbare gebreken enerzijds, en alle overige gebreken anderzijds.

Nu vaststaat dát sprake is van een gebrek, valt de claim van Hurks in de tweede categorie. Ook al is het gebrek zeer uitzonderlijk, het is en blijft een gebrek, anders wordt immers niet aan de non-conformiteit van het straalgrit en daarmee aan aansprakelijkheid van Eurogrit toegekomen.
In mijn ogen is de tweede zin van artikel 10.2 dus wel degelijk van toepassing.

Je zou verwachten dat de Rechtbank, vanwege de uitzonderlijkheid van het gebrek, zou oordelen dat Eurogrit zich niet zou mogen beroepen op de vervaltermijn van artikel 10.3 en gehouden is de vordering te behandelen alsof er tijdig door Hurks is gereclameerd.

De Rechtbank is evenwel een stap verder gegaan, door te oordelen dat het gebrek niet onder artikel 10.2 valt en Eurogrit daarom ook geen beroep op artikel 10.4, met de beperking van aansprakelijkheid tot de netto factuurwaarde, kan doen.
Ik acht dat niet juist, omdat in mijn ogen artikel 10.2 wel van toepassing is en daaraan gekoppeld dus ook artikel 10.4.
Het voelt als een doelredenering van de Rechtbank, om aan de vergaande gevolgen voor Hurks van de beperking van aansprakelijkheid van Eurogrit tot de netto factuurwaarde van de levering van het verontreinigde straalgrit, te ontkomen.

Het enkele feit dat op twee verschillende plekken in de algemene voorwaarden (namelijk in artikel 10 en artikel 11) een exoneratie is opgenomen, maakt in mijn ogen niet dat een afnemer niet bedacht behoeft te zijn op beide exoneraties. Op het moment dat hij een gebrek constateert, zal hij beginnen te lezen bij artikel 10 – Garanties en reclames. Daaropvolgend komt direct artikel 11 – Aansprakelijkheid. In mijn ogen mag van een afnemer worden verlangd dat hij beide artikelen in onderling verband en samenhang leest.

Hoe dan ook maken beide artikelen onderdeel uit van de op de overeenkomst van toepassing verklaarde algemene voorwaarden. Uitgangspunt is dat dan al die artikelen hun gelding hebben, in welke redactionele vorm dan ook.

Beperking tot indirecte schade
Voor wat betreft de beperking tot indirecte schade merk ik op dat die term inderdaad niet vastomlijnd is – hij komt niet voor in het wetboek, en de jurisprudentie hierover is wisselend.

Mr J.W.A. Dousi heeft in het tijdschrift Contracteren (maart 2017, nr. 1) hierover een interessant artikel geschreven: ‘Exoneraties voor indirecte schade – over de uitleg van dit boilerplate-beding naar Nederlands en Anglo-Amerikaans recht’. Hij bespreekt daarin vier varianten die hij uit literatuur en jurisprudentie heeft gedestilleerd en voegt daaraan een vijfde variant toe, die is gebaseerd op het Anglo-Amerikaanse recht, meer in het bijzonder het arrest Hadley/Baxendale uit 1854. Die variëren van schade aan rechtsgoed/overige schade, lengte van de causale keten en mate van toerekenbaarheid tot toerekenbaar/niet toerekenbaar.
Daar waar bij toepassing van de Haviltex-norm de rechter in zijn algemeenheid op de moeilijkheid zal stuiten dat partijen niet gesproken hebben over hun bedoelingen, ligt aansluiting bij meer objectieve gezichtspunten voor de hand, zoals de overige bedingen in de overeenkomst en het al dan niet aannemelijk zijn van de rechtsgevolgen van een bepaalde uitleg. Ook de wettelijke elementen causaal verband en toerekenbaarheid zullen een rol spelen.

De Rechtbank heeft in het onderhavige geval gekozen voor de variant dat alleen die schade die in rechtstreeks causaal verband staat met de toerekenbare tekortkoming van Eurogrit voor vergoeding in aanmerking komt. Waar dat precies toe zal leiden, zal nog verder tussen Hurks en Eurogrit uitgeprocedeerd moeten worden.