Zoeken
  1. Eigendomsvoorbehoud: 'in het kader van de normale bedrijfsuitoefening' (1)

Eigendomsvoorbehoud: 'in het kader van de normale bedrijfsuitoefening'

Vaak kennen (algemene) voorwaarden van leveranciers een eigendomsvoorbehoud. Dit betekent dat de leverancier de macht over de zaken alvast aan de koper verschaft, maar dat hij eigenaar blijft totdat de koper de koopsom heeft betaald. Doet de koper dat niet, dan kan de leverancier de overeenkomst ontbinden en de geleverde zaken weer terughalen bij de koper. Dit kan ook in het geval de koper failliet is verklaard.Een koper die een onder eigendomsvoorbehoud geleverde zaak doorverkoopt aan een de...
Auteur artikelAlexandra Slaski (uit dienst)
Gepubliceerd14 oktober 2016
Laatst gewijzigd14 oktober 2016
Leestijd 
Vaak kennen (algemene) voorwaarden van leveranciers een eigendomsvoorbehoud. Dit betekent dat de leverancier de macht over de zaken alvast aan de koper verschaft, maar dat hij eigenaar blijft totdat de koper de koopsom heeft betaald. Doet de koper dat niet, dan kan de leverancier de overeenkomst ontbinden en de geleverde zaken weer terughalen bij de koper. Dit kan ook in het geval de koper failliet is verklaard.

Een koper die een onder eigendomsvoorbehoud geleverde zaak doorverkoopt aan een derde, is in beginsel niet bevoegd om over die zaak te beschikken en kan dus ook niet de eigendom van de zaak aan die derde overdragen (dit kan anders zijn, bijvoorbeeld in het geval de derde een beroep kan doen op zogenaamde derdenbescherming). Het voorgaande wordt door kopers als hinderlijk ervaren. Vaak willen zij de door de leverancier onder eigendomsvoorbehoud geleverde zaken gebruiken om door te verkopen aan derden. Het eigendomsvoorbehoud staat daaraan in beginsel in de weg. Mede om die reden bepaalt de leverancier vaak in zijn voorwaarden dat de zaak weliswaar onder eigendomsvoorbehoud wordt geleverd, maar dat de koper wel bevoegd is om over die zaak ‘in het kader van zijn normale bedrijfsuitoefening te beschikken’. Dat betekent dat de koper de zaak aan een derde kan verkopen en leveren en de eigendom van die zaak overgaat op die derde, ondanks dat de koper de leverancier nog niet heeft betaald. Voor deze eigendomsoverdracht heeft de leverancier in zijn voorwaarden toestemming gegeven. Het is dan wel belangrijk dat er sprake is van een situatie die beschouwd kan worden als een handeling in het kader van de normale bedrijfsuitoefening. Valt een handeling niet onder die definitie, dan is de koper niet bevoegd om de zaak over te dragen en wordt de derde (in beginsel) dus geen eigenaar.

Tussen de leverancier en de koper of tussen de leverancier en de derde, kan verschil van mening ontstaan of een onder eigendomsvoorbehoud geleverde zaak al dan niet in het kader van de normale bedrijfsuitoefening is overgedragen. Het hof Arnhem-Leeuwarden heeft in zijn arrest van 8 maart 2016 geoordeeld dat voor de uitleg van dit begrip in het bijzonder van belang is wat in de betreffende branche gebruikelijk is, wat de kenbare belangen van partijen zijn en hoe de bepaling over de normale bedrijfsuitoefening in de (algemene) voorwaarden is geformuleerd. In de casus die tot voornoemd arrest heeft geleid, oordeelt het hof dat het belang van de leverancier dat het eigendomsvoorbehoud niet te spoedig krachteloos zou worden, kenbaar was voor de koper. Het belang van de koper om in zijn bedrijfsvoering zo min mogelijk door het eigendomsvoorbehoud te worden gehinderd, acht het hof kenbaar voor de leverancier. Het belang van allebei de partijen viel samen op het moment dat het gebruik van de onder eigendomsvoorbehoud geleverde goederen in de bedrijfsvoering van de koper door de derde aan de koper werden betaald. Die betaling vergrootte immers ook de kans dat de koper de vordering van de leverancier zou betalen. Ook het gebruik in de branche wijst volgens het hof richting deze uitleg. Het hof legt het gebruik door de koper in het kader van zijn normale bedrijfsuitoefening daarom zo uit dat daaronder valt het verkopen en leveren van de onder eigendomsvoorbehoud geleverde zaken aan derden, indien die derden zich jegens de koper hebben verbonden om de zaken ook direct na de levering te betalen. De gedachte daarachter is dat het door de koper ontvangen bedrag van de derde kan worden aangewend om de leverancier te voldoen. In het geval die derden zich daartoe (directe betaling) niet hebben verbonden, is in het bewuste geval geen sprake van normale bedrijfsuitoefening.

Uit het voorgaande volgt dat het belangrijk is om in de (algemene) voorwaarden zo goed als mogelijk te omschrijven wat onder de normale bedrijfsuitoefening wordt verstaan. Dit kan bijvoorbeeld door expliciet te bepalen wat daaronder wordt begrepen (bijvoorbeeld: uitsluitend verkoop aan particulieren of uitsluitend verkoop in het geval de derde de koopsom direct voldoet). Het duidelijk omschrijven van de normale bedrijfsuitoefening, kan mogelijk voorkomen dat bepaalde handelingen dusdanig worden uitgelegd dat de koper beschikt wordt geacht de zaken aan een derde door te verkopen en de leverancier zijn eigendomsvoorbehoud kwijt is, terwijl dat niet de bedoeling was.