Zoeken
  1. Geen dekking onder CAR-verzekering: te dikke toplaag van coating is nooit goed geweest

Geen dekking onder CAR-verzekering: te dikke toplaag van coating is nooit goed geweest

Een te dik aangebrachte toplaag van een coating is nooit goed geweest, dus is er geen dekking onder de CAR.
Artikel | 20 november 2018 | Annet van Duijn

Feiten

Consilium Total Care heeft ten behoeve van de Jaap Eden ijsbaan een coating aangebracht, bestaande uit drie lagen. Kort nadat de toplaag was aangebracht, is blaasvorming in die toplaag geconstateerd.

 

Uit onderzoek door COT in opdracht van Consilium is gebleken dat de toplaag op diverse plaatsen veel dikker was aangebracht dan de in het productblad aanbevolen dikte.

Tot die conclusie is ook de door de CAR-verzekeraar ingeschakelde expert van Adinex gekomen. Adinex heeft gerapporteerd dat, door de combinatie van de te dikke toplaag, een relatief hoge temperatuur ten tijde van de verwerking en de onmogelijkheid voor het oplosmiddel om uit te dampen, er kratertjes en ingesloten poriën zijn ontstaan.

Voorts is een deel van de toplaag onthecht.

 

De toplaag is plaatselijk geschuurd en opnieuw geverfd. Uit het vonnis volgt niet, dat er ook schade zou zijn ontstaan aan de onderste of aan de tussenlaag van het coatingsysteem.

 

De schade is vastgesteld op EUR 92.886,--. Consilium heeft een beroep gedaan op dekking onder de door haar bij HDI-Gerling afgesloten CAR-verzekering.

 

Vonnis Rechtbank Rotterdam

Bij vonnis van 7 november 2018 (ECLI:RBROT:2018:9314) heeft de Rechtbank Rotterdam de vordering van Consilium op haar CAR-verzekeraar afgewezen, omdat de toplaag van het coatingsysteem nooit goed is geweest.

 

De Rechtbank stelt voorop dat het aan Consilium is te bewijzen dat zich een verzekerd evenement in de zin van de polisvoorwaarden heeft voorgedaan. Aangeknoopt dient te worden bij de term ‘beschadiging’ als gebezigd in de poliswaarden.

 

De Rechtbank overweegt dat, voor het antwoord op de vraag of de veroorzaakte onregelmatigheden in de toplaag ‘beschadigingen’ in de zin van de polisvoorwaarden zijn, beslissend is, of de stoffelijke structuur van de natte toplaag zelf aanvankelijk gaaf was, dus voldeed aan alle kenmerken en eisen om te kunnen uitharden tot een verflaag zonder gebreken. Volgens de Rechtbank heeft Consilium onvoldoende gesteld om ervan uit te kunnen gaan dat hiervan sprake is geweest.

 

Uit de door COT en Adinex vastgestelde feiten en omstandigheden volgt volgens de Rechtbank dat er nooit een ‘gave (in de zin van niet-gebrekkige) toplaag in wording’ op de ijsbaan aanwezig is geweest. Eén van de voorwaarden voor een natte verflaag om zich te vormen en uit te harden tot een gave verflaag, is dat die laag op een juiste wijze wordt aangebracht en er vervolgens geen blaasvorming optreedt.

De Rechtbank overweegt dat de toplaag juist met een gebrek lijkt te zijn ‘geboren’, zodat gesproken kan worden van een mislukt productieproces.

 

De Rechtbank eindigt met de essentie van de ‘nooit goed geweest-discussie’ in het kader van de CAR-verzekering:

 

iets wat nooit gaaf en intact is geweest, kan niet beschadigen