De ontwikkelingen rond het coronavirus, COVID-19, gaan razendsnel. In ons kennisportal over het coronavirus vindt u onze juridische artikelen en andere relevante content. Bekijk het kennisportal

  1. Home
  2. Kennis
  3. Artikelen
  4. Geen wettelijke handelsrente bij buitengerechtelijke kosten

Geen wettelijke handelsrente bij buitengerechtelijke kosten

De Hoge Raad heeft op 28 juni 2013 een arrest gewezen waarin hij heeft geoordeeld dat de wettelijke handelsrente ex artikel 6:119a BW alleen betrekking heeft op verplichtingen tot betaling uit handelsovereenkomsten en derhalve niet geldt over de geclaimde buitengerechtelijke (incasso)kosten.Met ingang van 1 december 2002 is in artikel 6:119a BW een aparte regeling neergelegd voor de wettelijke rente, die is verschuldigd indien een handelsovereenkomst ter voldoening van een geldsom niet tijdig...
Auteur artikel Sanne Rutten (uit dienst)
Gepubliceerd 12 juli 2013
Laatst gewijzigd 16 april 2018
Leestijd 
De Hoge Raad heeft op 28 juni 2013 een arrest gewezen waarin hij heeft geoordeeld dat de wettelijke handelsrente ex artikel 6:119a BW alleen betrekking heeft op verplichtingen tot betaling uit handelsovereenkomsten en derhalve niet geldt over de geclaimde buitengerechtelijke (incasso)kosten.Met ingang van 1 december 2002 is in artikel 6:119a BW een aparte regeling neergelegd voor de wettelijke rente, die is verschuldigd indien een handelsovereenkomst ter voldoening van een geldsom niet tijdig nagekomen. Het gaat daarbij dan om een overeenkomst die tot stand is gekomen tussen één of meer (rechts)personen, die handelen in de uitoefening van een beroep of bedrijf. Het betreft hier aldus de zogenoemde wettelijke handelsrente.

Door met name het aanzienlijke verschil in rentepercentage tussen de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW en 6:199a BW, is het van belang te bekijken welke rente in een bepaalde situatie van toepassing is.

Procedure in cassatie

In deze zaak gaat het voornamelijk over de inhoud van tussen Rabobank en Desenco gemaakte afspraken over de prijs van de inrichting van een kantoorgebouw van eerstgenoemde. In cassatie beperkt de Hoge Raad zich echter tot  behandeling van de klacht van de Rabobank die ziet op de vraag of over buitengerechtelijke incassokosten de wettelijke handelsrente mag worden berekend. De overige klachten worden verworpen met toepassing van artikel 81 RO en zullen in dit artikel niet nader worden uitgewerkt.

In cassatie wordt geklaagd dat het hof ten onrechte heeft bepaald dat de Rabobank over het bedrag dat zij verschuldigd was aan buitengerechtelijke incassokosten, wettelijke handelsrente moest betalen. Volgens de Rabobank biedt artikel 6:119a BW geen grondslag voor de toekenning van de wettelijke handelsrente over de buitengerechtelijke kosten. Deze klacht slaagt. De Hoge Raad oordeelt als volgt:

“Buitengerechtelijke kosten dienen te worden aangemerkt als vermogensschade (art. 6:96 lid 2, aanhef en onder c, BW). De wettelijke handelsrente als bedoeld in art. 6:119a BW heeft echter uitsluitend betrekking op verplichtingen tot betaling uit handelsovereenkomsten. Een verplichting tot vergoeding van schade kan daartoe niet worden gerekend (vgl. de considerans onder 13 van Richtlijn 2000/35/EG, waarop art. 119a stoelt, alsmede Kamerstukken II 2001-2002, 28 239, nr. 3, p. 10).”

De Hoge Raad doet de zaak uiteindelijk zelf af. De toegewezen buitengerechtelijke incassokosten worden door de Hoge Raad vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW.