Zoeken
  1. Home
  2. Kennis
  3. Artikelen
  4. Het hof heeft nagelaten stil te staan bij de specifieke bezwaren tegen de zienswijze van de deskundige

Het hof heeft nagelaten stil te staan bij de specifieke bezwaren tegen de zienswijze van de deskundige

Wanneer een rechter de zienswijze van een door hem benoemde deskundige wil volgen, terwijl één van de partijen daartegen specifieke bezwaren heeft gemaakt, zal de rechter moeten ingaan op deze bezwaren, indien deze bezwaren gekwalificeerd kunnen worden als een voldoende gemotiveerde betwisting. Dit blijkt uit het arrest van de Hoge Raad van 3 mei 2013, LJN BZ1468.Verzoeker tot cassatie, is enkele maanden na zijn (vroegtijdige) geboorte, opgenomen in het Dr. Horacio E. Hospitaal op Aruba (hier...
Auteur artikelSanne Rutten (uit dienst)
Gepubliceerd13 mei 2013
Laatst gewijzigd16 april 2018
Leestijd 
Wanneer een rechter de zienswijze van een door hem benoemde deskundige wil volgen, terwijl één van de partijen daartegen specifieke bezwaren heeft gemaakt, zal de rechter moeten ingaan op deze bezwaren, indien deze bezwaren gekwalificeerd kunnen worden als een voldoende gemotiveerde betwisting. Dit blijkt uit het arrest van de Hoge Raad van 3 mei 2013, LJN BZ1468.Verzoeker tot cassatie, is enkele maanden na zijn (vroegtijdige) geboorte, opgenomen in het Dr. Horacio E. Hospitaal op Aruba (hierna te noemen: ‘het Hospitaal’). Dit vanwege een ‘apparently life threatening event’ (hierna te noemen: ‘ALTE’). Hierdoor kon hij geen adem meer halen. Door het toedienen van zuurstof is zijn toestand even gestabiliseerd. Kort daarna deed zich echter een tweede incident voor. Verzoeker tot cassatie is ruim een maand daarna nog in het Hospitaal behandeld, waarna verzoeker tot cassatie is overgebracht naar het Sophia Kinderziekenhuis in Rotterdam.. Verzoeker tot cassatie is inmiddels meerderjarig. Vanwege de opgelopen hersenbeschadiging is verzoeker tot cassatie geestelijk en lichamelijk ernstig gehandicapt geraakt.

Verzoeker tot cassatie (aanvankelijk wettelijk vertegenwoordigd door zijn ouders) vordert in deze zaak een verklaring voor recht dat 1) het Hospitaal c.s. wanprestatie dan wel een onrechtmatige daad jegens hem hebben gepleegd door - kort gezegd - hem na de opname in het Hospitaal en vooral in de periode na 29 juni 1993 gebrekkig en onoordeelkundig te behandelen, en 2) dat het Hospitaal c.s. hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de dientengevolge door hem geleden en nog te lijden, in een schadestaatprocedure vast te stellen schade.

Zowel het Gerecht in eerste aanleg en het Gemeenschappelijk Hof van Justitie hebben de vordering afgewezen. Het oordeel werd gebaseerd op een advies van een drietal deskundigen Deze deskundigen waren van  mening dat de hersenbeschadiging voor een groot deel was te wijten aan de ALTE en derhalve niet door een gebrekkige en onoordeelkundige behandeling.

De ouders van verzoeker tot cassatie hadden in de feitelijke instanties aangevoerd dat nagenoeg de gehele hersenschade gedurende de behandeling in het Hospitaal moet zijn ontstaan. Zij onderbouwde deze stelling door te stellen dat zij in de beginfase van de behandeling nog goed oogcontact hebben gehad met hun zoon (verzoeker tot cassatie). Onder verwijzing naar het rapport van de deskundigen verwierp het hof deze stelling. Uit dat rapport zou zijn gebleken dat de aan- of afwezigheid van oogcontact van onvoldoende belang was bij de problematiek in deze zaak.

In cassatie wordt erover geklaagd dat het hof onvoldoende heeft stilgestaan bij de in feitelijke instanties geraadpleegde kinderneuroloog. De kinderneuroloog had namelijk het oordeel van de drie deskundigen die door het gerecht benoemd waren, in twijfel getrokken.

De Hoge Raad overweegt in rechtsoverweging 3.6 als volgt: 

“In een geval als het onderhavige, waarin het standpunt van een door een partij geraadpleegde deskundige afwijkt van dat van de door de rechter benoemde deskundige, behoeft de rechter zijn beslissing om de zienswijze van de laatstgenoemde deskundige te volgen in het algemeen niet verder te motiveren dan door te overwegen dat de door deze deskundige gebezigde motivering hem overtuigend voorkomt. Wel zal de rechter moeten ingaan op specifieke bezwaren van partijen tegen de zienswijze van de door de rechter benoemde deskundige, indien deze bezwaren een voldoende gemotiveerde betwisting inhouden van de juistheid van deze zienswijze (zie onder meer HR 5 december 2003, LJN AN8478, NJ 2004/74 en HR 9 december 2011, LJN BT2921, NJ 2011/599).”

De Hoge Raad is dus (in lijn met eerdere jurisprudentie) van oordeel dat het hof in had moeten gaan op de specifieke bezwaren van verzoeker tot cassatie.