Zoeken
  1. Hof van Justitie oordeelt over samenloop van auteursrecht en modellenrecht vorderingen!

Hof van Justitie oordeelt over samenloop van auteursrecht en modellenrecht vorderingen!

Op de uiterlijke verschijningsvorm van producten kunnen tegelijk verschillende intellectuele eigendomsrechten gevestigd zijn, of inroepbaar zijn, zo heeft het Hof van Justitie vandaag geoordeeld. Dit was naar Nederlands recht al veel langer duidelijk, maar nu heeft de Europese rechter dit ook goedgekeurd.
Auteur artikelJoost Becker
Gepubliceerd12 september 2019
Laatst gewijzigd12 september 2019
Leestijd 

De bescherming van productvormgeving

Op producten kunnen meerdere IE-rechten worden gevestigd. Zo kan voor een productvorm een geregistreerd of ongeregistreerd modellenrecht worden verkregen middels een registratie. Tegelijk kan op productvormgeving ook auteursrecht rusten. Dit is een exclusief recht op een werk (de vormgeving dus) die vanzelf (van rechtswege) ontstaat, reeds bij het ontwerpen.

Er zijn dus meerdere intellectuele eigendomsrechten mogelijk ter bescherming van productvormgeving. Maar wat zijn de verschillen? En (waarom?) kunnen deze naast elkaar bestaan?

Auteursrecht op productvormgeving

Het Hof van Justitie oordeelt dat rechthebbenden het auteursrecht op hun ‘werk’ kunnen ingeroepen, wat mede inhoudt het uitsluitende recht de reproductie van werken toe te staan of te verbieden. Of de verspreiding ervan tegen te gaan.

Het Hof legt het begrip werk autonoom uit. Een voorwerp is oorspronkelijk, en komt voor bescherming in aanmerking, als het gaat om een eigen intellectuele schepping van de auteur ervan. De ‘auteur’ (in het geval van een uiterlijke verschijningsvorm veelal de ontwerper) heeft vrije creatieve keuzes gemaakt bij de totstandkoming ervan, die nauwkeurig en objectief kunnen worden geïdentificeerd. Dit is, zo heeft het Hof al eerder geoordeeld, geen gevoelskwestie:

Ten eerste moeten de autoriteiten die belast zijn met het toezicht op de bescherming van de aan het auteursrecht inherente uitsluitende rechten, namelijk duidelijk en nauwkeurig kunnen onderkennen welk voorwerp aldus wordt beschermd. Hetzelfde geldt voor de derden tegen wie de bescherming waarop de auteur van dat voorwerp aanspraak maakt, kan worden ingeroepen. Ten tweede vereist de noodzaak om elke – de rechtszekerheid aantastende – subjectiviteit bij de vaststelling van het voorwerp van de bescherming uit te sluiten, dat dit voorwerp nauwkeurig en objectief is uitgedrukt.

Modellenrecht op productvormgeving

Het modellenrecht kan van toepassing zijn op het twee- of driedimensionale uiterlijk van voortbrengselen die kort gezegd nieuw zijn en eigen karakter hebben. Alsdan is het gebruik van een model dat gelijk is of dezelfde algemene indruk wekt te verbieden.

Uit de definitie van voortbrengsel (waarbij het visuele uiterlijk centraal staat) blijkt dat het moet gaan om met name lijnen(tekeningen), omtrek, kleur, vorm textuur of materialen of versiering, alsook verpakkingen, en elk op industrieel of ambachtelijke wijze vervaardigd voorwerp (inclusief de onderdelen daarvan).

Is een model (ook) beschermd als een werk?

Het Hof van Justitie moest -kort gezegd- de vraag beantwoorden of een model, ook beschermd kan zijn als werk. Het antwoord is ja.

Volgens het Hof moet worden eerst worden gekeken naar artikel 17, lid 2, van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie de intellectuele eigendom wordt beschermd. Uit de formulering van deze bepaling volgt dat voorwerpen die intellectuele eigendom vormen, bescherming genieten op grond van het recht van de Unie. “Dit betekent echter niet dat al die voorwerpen of categorieën van voorwerpen dezelfde bescherming moeten genieten,” zo oordeelt het Hof. Waarna zij vervolgens wijst op twee regimes: de bescherming van auteursrechtelijk beschermde werken, en ten tweede die van modellen.

Het Hof vervolgt: ‘De Uniewetgever was daarbij van mening dat voorwerpen die zijn beschermd als model in beginsel niet vergelijkbaar zijn met voorwerpen die werken vormen die zijn beschermd door richtlijn 2001/29.’ En uit de Berner Conventie (art. 2 lid 7) leidt het Hof af dat ‘aan modellen van nijverheid een specifieke, andere en eventueel uitsluitende bescherming te verlenen ten opzichte van de bescherming van de werken van letterkunde en kunst die onder die conventie vallen, en om de voorwaarden voor een dergelijke bescherming te bepalen.’ Maar: ‘Tegelijkertijd sluit deze bepaling ook niet uit dat deze twee beschermingen kunnen worden gecumuleerd.’ Het Hof oordeelt vervolgens:

‘43 Binnen die context heeft de Uniewetgever gekozen voor een systeem waarbij modelbescherming en auteursrechtelijke bescherming elkaar niet uitsluiten.’

Volgens wijst zij op de Modellenrichtlijn en -verordening waarin staat dat modellen ‘tevens beschermd kunnen worden door het auteursrecht van de lidstaat waarin of ten aanzien waarvan zij zijn ingeschreven. [en] (…) dat elke lidstaat de omvang en de voorwaarden van die bescherming, met inbegrip van het vereiste gehalte aan oorspronkelijkheid, bepaalt.'

Ook de considerans van de richtlijn en verordening maken uitdrukkelijk melding van het beginsel van „cumulatie” van modelbescherming enerzijds met auteursrechtelijke bescherming anderzijds.

De auteursrechtrichtlijn op haar beurt meldt dat die ‘geen afbreuk doet’ aan de bestaande nationale of Uniebepalingen op andere gebieden, met name die betreffende modellen: ‘Zo laat richtlijn 2001/29 het bestaan en de werkingssfeer van de geldende bepalingen inzake modellen in stand, met inbegrip van het in punt 45 van dit arrest genoemde beginsel van „cumulatie”.’

Kortom, modellen kunnen als „werken” worden aangemerkt indien zij aan de vereisten daarvan voldoen.

Wat is het verschil tussen een model en een werk?

Het Hof gaat vervolgens in op de verschillende vormen van bescherming, ook al kunnen zij tegelijk van toepassing zijn op een werk:

“In dit verband moet meteen al duidelijk worden gemaakt dat modelbescherming enerzijds en auteursrechtelijke bescherming anderzijds fundamenteel verschillende doelstellingen nastreven en aan verschillende regelingen onderworpen zijn. (…) modelbescherming [heeft] namelijk tot doel voorwerpen te beschermen die niet alleen nieuw en geïndividualiseerd zijn, maar daarnaast ook een utilitair karakter hebben en bedoeld zijn om op grote schaal te worden geproduceerd. Bovendien is deze bescherming gewoonlijk gedurende een beperkte, maar voldoende lange periode van toepassing om de investeringen die nodig zijn voor de creatie en vervaardiging van die voorwerpen te laten renderen, zonder de concurrentie echter al te zeer te belemmeren. De bescherming van het auteursrecht, waarvan de duur aanzienlijk langer is, is daarentegen voorbehouden aan voorwerpen die het verdienen om als werk te worden gekwalificeerd.”

Het Hof benadrukt nogmaals dat alleen modellen die als ‘als „werk” kunnen worden beschouwd’ in aanmerking kunnen modelbescherming en auteursrechtelijke bescherming krachtens het recht van de Unie. Alleen bij werken is er dus cumulatief bescherming (dus samenloop) mogelijk.

Overigens is naar Nederlands recht bij productvormgeving het veelal ook nog mogelijk een beroep te doen op bescherming op basis van art. 6:162 BW (ongeoorloofde of slaafse nabootsing).

Joost Becker, advocaat auteursrecht