Zoeken
  1. Hoogste billijke vergoeding ooit! Talpa moet wederom diep in de buidel tasten

Hoogste billijke vergoeding ooit! Talpa moet wederom diep in de buidel tasten

Een jarenlang conflict tussen De Mol en een creatief directeur heeft geleid tot een recordbedrag aan billijke vergoeding. De creatief directeur, die sinds 2011 werkzaam is bij Talpa, kreeg halverwege mei 2017 te horen dat hij niet goed functioneerde en dat zijn prestaties een “slappe hap” zijn. De directeur had in het kader van de overname van Talpa Media door het Britse ITV aanspraak op een royale bonusregeling, waarbij hij verspreid over vijf termijnen grofweg een bedrag van 3,8 miljoen euro zou krijgen uitgekeerd. De enige voorwaarde is dat de directeur het dienstverband behoudt.
Artikel | 22 maart 2019 | Frank Stout

Inleiding
Een jarenlang conflict tussen De Mol en een creatief directeur heeft geleid tot een recordbedrag aan billijke vergoeding. De creatief directeur, die sinds 2011 werkzaam is bij Talpa, kreeg halverwege mei 2017 te horen dat hij niet goed functioneerde en dat zijn prestaties een “slappe hap” waren. De directeur had in het kader van de overname van Talpa Media door het Britse ITV aanspraak op een royale bonusregeling, waarbij hij verspreid over vijf termijnen grofweg een bedrag van 3,8 miljoen euro zou krijgen uitgekeerd. De enige voorwaarde is dat de directeur het dienstverband behoudt.

Achtergrond
In de arbeidsovereenkomst van de creatief directeur is een bonusregeling opgenomen, de zogenaamde Management Participatie Plan (MPP). Met deze bonusregeling maakt de directeur aanspraak op een bepaald deel van de verkoopopbrengst van Talpa Media. Toen Talpa Media in maart 2015 aan het Britse ITV werd verkocht, kreeg de directeur door het MPP een potentiele aanspraak op 3,8 miljoen euro.

De Mol vindt in mei 2017 echter dat de directeur “dit op dit moment niet waard” is. Zijn prestaties zouden ondermaats zijn en een “slappe hap”. De Mol heeft daarom de tweede termijn van de bonus niet voldaan. Begin november heeft De Mol de directeur op non-actief gesteld en heeft de directeur zich tot de kort gedingrechter gewend om weer toegelaten te worden tot de werkvloer. De rechter stelt de directeur in het gelijk: Talpa Media heeft de directeur onvoldoende gewezen op zijn disfunctioneren en heeft onvoldoende gedaan om het vermeende disfunctioneren aan te pakken.

Na een tweede uitspraak van de rechter moet Talpa Media het tweede termijn aan de directeur uitbetalen. De Mol laat het hier niet bij zitten en gaat in hoger beroep. Op 15 januari 2019 krijgt Talpa Media opnieuw een tik uitgedeeld. Het Hof oordeelt dat onvoldoende grond bestaat voor de ontheffing van alle taken van de directeur. De Mol heeft naar oordeel van het Hof te snel naar het machtsmiddel van volledige ontheffing gegrepen, terwijl niet genoeg is gedaan om het vermeende disfunctioneren op een adequate wijze aan te pakken.

Talpa Media gaat door en gaat opnieuw naar de rechter om ontbinding van de arbeidsovereenkomst te verzoeken, primair op grond van een verstoorde arbeidsverhouding en subsidiair op grond van andere omstandigheden (de zogenaamde h-grond, ook wel de restgrond genoemd).

Uitspraak
De rechtbank Midden-Nederland bepaalt dat er sprake is van een verstoorde arbeidsverhouding wegens het lange conflict tussen partijen. Dat de werkgever hieraan (mede) schuldig is, doet daar immers niets aan af. De directeur krijgt daarbij wel een transitievergoeding van pakweg 40.000 euro mee en tevens een billijke vergoeding ter hoogte van meer dan 1 miljoen euro. Volgens de rechter heeft Talpa Media ernstig verwijtbaar gehandeld en de directeur “de kans ontnomen te rehabiliteren”. Hoewel de directeur 2 miljoen aan billijke vergoeding had gevorderd, oordeelt de rechter dat gezien het feit dat de directeur een kans van 50% had om effectief te kunnen rehabiliteren, het bedrag derhalve moet worden gehalveerd.

Afsluiting
Wederom moet Talpa Media dus diep in de buidel tasten. Gezien de bepaling van artikel 7:686a lid 6 BW is het echter maar de vraag of Talpa het ontbindingsverzoek intrekt om zo de billijke vergoeding niet te hoeven betalen. Het artikel stelt de verzoeker in staat om binnen een bepaald termijn zijn ontbindingsverzoek in te trekken, indien aan de ontbinding een vergoeding wordt toegekend. Over twee weken weten we meer.