Zoeken
  1. Kabel- en leidingschade – verzekeringsrechtelijke verjaring – de derde verzekerde

Kabel- en leidingschade – verzekeringsrechtelijke verjaring – de derde verzekerde

De wet kent voor verschillende gevallen verschillende verjaringstermijnen. Zo geldt voor een vordering op grond van onrechtmatige daad, zoals bijvoorbeeld het geval is bij kabel- en leidingschades, een verjaringstermijn van 5 jaar. Is de aansprakelijke schadeveroorzaker verzekerd tegen aansprakelijkheid, dan geldt voor de vordering van de schadeveroorzaker op zijn aansprakelijkheidsverzekeraar een termijn van 3 jaar (artikel 7:942 BW). Bij bekendheid van de vordering van de aansprakelijke ver...
Auteur artikelPeter van Huizen
Gepubliceerd08 mei 2014
Laatst gewijzigd08 mei 2014
Leestijd 
De wet kent voor verschillende gevallen verschillende verjaringstermijnen. Zo geldt voor een vordering op grond van onrechtmatige daad, zoals bijvoorbeeld het geval is bij kabel- en leidingschades, een verjaringstermijn van 5 jaar. Is de aansprakelijke schadeveroorzaker verzekerd tegen aansprakelijkheid, dan geldt voor de vordering van de schadeveroorzaker op zijn aansprakelijkheidsverzekeraar een termijn van 3 jaar (artikel 7:942 BW). Bij bekendheid van de vordering van de aansprakelijke verzekerde op zijn aansprakelijkheidsverzekeraar gaat de driejarige verjaringstermijn in en zal de verzekerde zich dus tot zijn verzekeraar moeten wenden om die verjaring te stuiten. Een nieuwe verjaringstermijn van drie jaar begint vervolgens pas weer te lopen, de dag nadat de verzekeraar de aanspraak op dekking erkent of afwijst.

Bij kabel- en leidingschades zijn er echter vaak andere aansprakelijke partijen die eveneens op de polis van de verzekerde tegen aansprakelijkheid zijn verzekerd (denk aan onderaannemers). Deze partijen worden daarom derden verzekerden genoemd. Moeten deze derden verzekerden zich bij bekendheid van de vordering op de verzekeraar zelf ook tot die verzekeraar wenden om de verjaring te stuiten, of doet de verzekerde bij zijn aanspraak op dekking meteen ook namens de derden verzekerden aanspraak op dekking, waardoor de verjaring ook ten aanzien van die derden verzekerden wordt gestuit?

Over deze vraag heeft het hof Amsterdam op 15 april 2014 uitspraak gedaan door middel van het volgende oordeel:

“In dat verband heeft [geïntimeerde] nog aangevoerd dat de enkele melding van de schade door [X] als mede namens [geïntimeerde] gedaan moet worden beschouwd, omdat op grond van het wettelijk stelsel zowel de verzekeringnemer als de tot uitkering gerechtigde de verzekeraar op de hoogte kan stellen van de verwezenlijking van het risico. Of de melding door [X] ook als namens [geïntimeerde] gedaan kan worden opgevat, hangt af van de omstandigheden van het geval. De aard van de verzekering en de positie van [X] als verzekeringnemer en [geïntimeerde] als medeverzekerde spelen daarbij onder andere een rol. In dat verband geldt dat volgens de onderhavige verzekering niet een door de kraan veroorzaakt voorval is verzekerd, maar de aansprakelijkheid wordt verzekerd van bepaalde bij de kraan betrokken personen. Aldus brengt de aard van de verzekering mee dat de verzekerden elk een eigen specifieke aanspraak op de verzekeraar hebben. Reeds daarom kan melding door verzekerde [X] niet zonder meer hebben te gelden als een melding (ook) namens [geïntimeerde], die immers een derde-verzekerde is. Daarvoor zijn bijkomende omstandigheden nodig, die zijn gesteld noch gebleken.”

Als de derde verzekerde al bekend is met de vordering op de verzekeraar van de verzekerde bij wie hij op de polis als medeverzekerde staat vermeld, dan is het in het algemeen dus mogelijk dat de verzekerde ook namens de derde verzekerde melding doet, waarmee ten aanzien van zowel de verzekerde als de derde verzekerde de verjaring is gestuit. Echter, zoals blijkt uit de uitspraak van het hof zal, indien sprake is van een aansprakelijkheidsverzekering, de derde verzekerde ten aanzien van zijn eigen aansprakelijkheid niet zomaar kunnen verwijzen naar de melding door de verzekerde. Met de melding door de verzekerde is immers niet altijd ook melding gemaakt van de aansprakelijkheid van de derde verzekerde.

Peter van Huizen & Sebastiaan van de Kant