Zoeken
  1. Kan een IT-leverancier zomaar eenzijdig een lopende overeenkomst opzeggen?

Kan een IT-leverancier zomaar eenzijdig een lopende overeenkomst opzeggen?

Nee, niet zonder meer. In tegenstelling tot de opdrachtgever moet hij daarvoor een gewichtige reden hebben. Een schilder kan bijvoorbeeld ook niet zomaar weglopen van een klus of de “opdracht teruggeven”. Dat geldt in beginsel ook voor IT-leveranciers die een opdracht uitvoeren. Daarbij maakt het niet uit of de opdracht ziet op het maken van een technisch of functioneel ontwerp, het ontwikkelen van software of het implementeren van die software bij zijn opdrachtgever. Hoe zit dit precies? In dit artikel leg ik een en ander uit aan de hand van een recente uitspraak van de Rechtbank Amsterdam.
Artikel | 24 juli 2018 | Ernst-Jan van de Pas

Wettelijke opzegrecht

Het ontwikkelen van software moet worden aangemerkt als een overeenkomst van opdracht. De betekent dat er specifieke wettelijke regels met betrekking tot dit type overeenkomst van toepassing zijn. Een van die regels is een specifieke opzeggingsregeling. Artikel 7:408 BW bepaalt:

  1. De opdrachtgever kan te allen tijde de overeenkomst opzeggen.
  2. De opdrachtnemer die de overeenkomst is aangegaan in uitoefening van een beroep of bedrijf (dus niet als consument), kan, behoudens gewichtige redenen, de overeenkomst slechts opzeggen, indien zij voor onbepaalde duur is aangegaan en niet door volbrenging eindigt.
  3. […]

Een opdrachtgever heeft dus een ruime bevoegdheid om een overeenkomst van opdracht op te zeggen. Een opdrachtnemer (zoals een IT-leverancier) kan dat echter niet zo maar. Dat kan hij alleen maar doen als er sprake is van een gewichtige reden of als die overeenkomst voor onbepaalde tijd is aangegaan en niet eindigt bij het uitvoeren van de opdracht.

Gewichtige reden

Of sprake is van een gewichtige reden hangt af van de omstandigheden van het geval. Dat is uiteraard vaag maar de wet geeft wel enige richting. Van een gewichtige reden kan sprake zijn in de volgende gevallen:

  • De opdrachtnemer op redelijke grond niet bereid is de opdracht volgens door de opdrachtgever gegeven aanwijzingen uit te voeren en die opdrachtgever hem daaraan houdt (7:402 lid 2 BW).
  • De opdrachtnemer heeft op goede grond het vertrouwen in de opdrachtgever verloren.

Dit laatste criterium stond centraal in een recente uitspraak van 27 juni 2018 van de Rechtbank Amsterdam. Wat was daar aan de hand?

  • De leverancier (Moij) heeft een opdracht gekregen van een juwelier (Crown) voor het ontwikkelen (ontwerpen) van software waarmee consumenten online juwelen op maat zouden kunnen ontwerpen.
  • De uitvoering van de opdracht gaat minder voorspoedig dan de opdrachtgever wenst. Hij geeft op een gegeven moment aan dat hij een second opinion wil vragen aan een derde.
  • Daarop reageert de leverancier dat hij zich per direct terug trekt uit het project omdat het vertrouwen (in een goede afloop van het project) bij beide partijen ontbreekt.
  • Omdat de leverancier geen werk meer verricht, ontbindt de opdrachtgever de overeenkomst wegens wanprestatie en start deze procedure. De leverancier eist betaling van de facturen voor het verrichte werk.

De rechtbank loopt de criteria van het wettelijke opzegbevoegdheid methodisch af en oordeelt dat zij niet kan vaststellen dat de overeenkomst door volbrenging zou eindigen door het open karakter van de gemaakte afspraken. Er zijn geen (duidelijke) afspraken gemaakt over een concreet te bereiken resultaat, althans daar was heeft daarover te weinig feiten naar voren gebracht. De rechtbank komt daar tot het (afgewogen) oordeel dat (gelet op alle omstandigheden) de leverancier geen gewichtige reden hoefde aan te voeren om tussentijds op te zeggen.

Maak afspraken over opzegging en vergeet afspraken over de gevolgen van beëindiging niet!

Deze uitspraak toont maar weer eens aan dat je beter een goede afspraak kunt maken over opzegging omdat dat een (onzekere) gang naar de rechter kan helpen voorkomen. Ik kan me namelijk niet helemaal aan de indruk onttrekken dat de leverancier in de genoemde uitspraak er onder aan de streep goed van afkomt.

In de praktijk is het gebruikelijk om concrete afspraken te maken rondom de beëindiging van overeenkomsten door opzegging. Bij opzegging worden vaak afspraken gemaakt over opzegtermijnen; is wel/geen tussentijdse opzegging mogelijk; geldt een minimale termijn? Moet er bij tussentijdse beëindiging nog een vergoeding worden betaald (bijvoorbeeld ter compensatie van gemaakte investeringen van de andere partij die niet kunnen worden terugverdiend)? Het is echt heel verstandig daar vooraf duidelijke afspraken over te maken. Dit is zeker van belang voor IT-leveranciers omdat zij op grond van de wet een streepje achter lopen.

Een belangrijke element dat vaak wordt vergeten is wat moet er gebeuren na de feitelijke opzegging. In een tijdperk waarin steeds meer IT-leveranciers hun software als dienst (SaaS) aanbieden is de afhankelijkheid van afnemers van die diensten nog groter omdat zij bijvoorbeeld ook een deel van hun data bij die IT-leverancier stallen. Het is in dat kader een absolute must om een goede exitregeling op te nemen waarin in ieder geval opgenomen dient te worden dat de leverancier de data van de afnemer zal teruggeven of zal meewerken aan het overzetten (converteren) van die data naar een andere leverancier.