De ontwikkelingen rond het coronavirus, COVID-19, gaan razendsnel. In ons kennisportal over het coronavirus vindt u onze juridische artikelen en andere relevante content. Bekijk het kennisportal

  1. Home
  2. Kennis
  3. Artikelen
  4. Misleidende reclame uitingen…hoe zat het ook al weer?

Misleidende reclame uitingen…hoe zat het ook al weer?

Reclame uitingen mogen niet misleidend zijn. Of reclame toelaatbaar is kan zowel afhangen van objectieve als subjectieve normen. Wanneer is een reclame uiting misleidend?
Auteur artikel Joost Becker
Gepubliceerd 20 oktober 2020
Laatst gewijzigd 20 oktober 2020
Leestijd 

Misleidende reclame uitingen

Voor reclames geldt in Nederland de wetgeving over Misleidende en Vergelijkende Reclame en de Nederlandse Reclame Code (NRC). Daarin worden reclameregels gegeven in een algemeen deel en diverse bijzondere delen (bijvoorbeeld voor geneesmiddelen, kansspelen en reclame via e-mail, etc.). De hoofdnorm uit het algemene deel is dat reclame niet misleidend en niet in strijd met de waarheid mag zijn (objectief criterium). Daarnaast zijn er ook subjectieve normen. Reclame mag niet nodeloos kwetsen en mag niet in strijd zijn met de goede smaak en het fatsoen (subjectief criterium).

Juridische procedures over misleidende reclame

Op grond van de Nederlandse wet is het mogelijk een kwestie over misleidende reclame voor de rechter te brengen, dit is meestal de kort geding rechter. Daarvoor is een kort geding dagvaarding noodzakelijk, waarin vorderingen tot staking van de misleiding en meestal een rectificatie wordt gevorderd. Schadevergoedingsprocedures over misleidende reclame nemen meer tijd in beslag; meestal wordt de vordering tot schadevergoeding ingesteld in een bodemprocedure. Hoger beroep bij de civiele rechter is in alle gevallen mogelijk.

In sommige gevallen kan een misleidende reclame ook, tegelijk, een misleidende handelspraktijk zijn. De beoordeling van dat soort uitingen kan ook worden gebracht voor de civiele rechter (zie hiervoor). Daarnaast kan er voor sommige handelspraktijken een boete worden opgelegd door de Autoriteit Consument en Markt. 

Daarnaast kan iedereen bij de Reclame Code Commissie (RCC) een klacht indienen. De grond voor het instellen van een klachtprocedure is indien de klager van mening is dat een reclame of advertentie in strijd is met de NRC. Eventueel is er nog beroep mogelijk bij het College van Beroep (CvB). Het naleven van de NRC en de uitspraken van de RCC is een vorm van zelfregulering waar bijna de gehele markt zich aan houdt.

Juridische beoordeling  

Reclame mag dus niet misleidend zijn. Maar wanneer is daar sprake van? Dat blijkt naast de wet en de NRC uit uitspraken over die vraag. 

Recent hebben de RCC en daarna het CvB in een procedure geoordeeld over een reclame van Vodafone, waarin zij tot respectievelijk een tegenovergestelde oordeel zijn gekomen over het misleidende karakter van deze reclame uiting. De klacht die was ingediend bij de RCC was gericht tegen een televisiecommercial van Vodafone, waarin door de voice-over wordt gezegd:

"Nu meer dan ooit beseffen we hoe belangrijk het is om verbonden te zijn. Hoe hard we elkaar nodig hebben, vandaag en morgen. Daarom blijven we bij Vodafone ons netwerk continu verbeteren en introduceren we 5G. Omdat wij geloven dat dit stabielere en snellere mobiele netwerk zorgt voor nieuwe verbondenheid. 5G is in meer dan de helft van Nederland beschikbaar en eind juli in heel Nederland. 5G op ons krachtige GigaNet. Nu al bij Vodafone."

De klager stelt dat Vodafone zegt 5G te gebruiken, maar in feite een 10% hogere snelheid over 4G stuurt. De frequenties die bestemd zijn voor 5G worden namelijk pas aan het eind van het jaar geveild. De RCC geeft de klager gelijk: de gemiddelde consument zal door de tekst en de beelden in de commercial verwachten dat hij bij Vodafone reeds gebruik kan maken van de getoonde innovatieve toepassingen en mogelijkheden van 5G. Dit is echter pas het geval als de 5G-frequenties zijn geveild. Nu wordt er in feite alleen een sneller en stabieler netwerk aangeboden. Dat Vodafone alleen het netwerk van 5G aanbiedt, zonder dat daarbij al gebruik kan worden gemaakt van alle toepassingen die in de toekomst met de 5G-frequentie mogelijk zijn, is essentiële informatie die ontbreekt. Vodafone mag dus niet meer op deze wijze adverteren.

Uitspraak in hoger beroep

Vodafone gaat tegen de uitspraak van de RCC in beroep. Zij voert daarbij aan dat weliswaar de frequenties, waarmee in het algemene spraakgebruik 5G-frequenties worden bedoeld, nog niet geveild zijn maar dat het aanbieden van 5G niet per se aan die frequenties is voorbehouden. Vodafone mag ook 5G aanbieden met gebruikmaking van andere frequenties. Vodafone toont vervolgens met een rapport van TNO aan dat zij volwaardig 5G aanbiedt.

Het College van Beroep gaat mee in deze uitleg en concludeert dat Vodafone volwaardige 5G aanbiedt en geen 'opgewaardeerde 4G’. Het oordeel luidt:

“Het voorgaande leidt tot de conclusie dat er geen noodzaak bestaat in de commercial het voorbehoud op te nemen dat de getoonde toepassingen pas mogelijk zijn als de '5G frequenties' zijn geveild (wat inmiddels overigens een feit is). Het in de commercial aangeprezen netwerk van Vodafone kwalificeerde immers voor de veiling al als volwaardige 5G dat geschikt is voor innovatieve toepassingen. Verder geldt dat voor de gemiddelde consument voldoende duidelijk is dat Vodafone in de commercial haar 5G netwerk aanprijst en dat daarbij voorbeelden worden getoond van toepassingen die met dat 5G netwerk mogelijk worden gemaakt. Niet wordt de indruk gewekt dat de toepassingen op zich door Vodafone worden aangeboden. Het College is van oordeel dat de commercial niet wegens het ontbreken van essentiële informatie misleidend is”

Conclusie

Uit deze uitspraken blijkt dat het heel belangrijk is om reclame te kunnen onderbouwen en te kunnen bewijzen. De uitspraak van de RCC is op het eerste gezicht voor de hand liggend: hoe kun je immers 5G aanbieden als de betreffende frequenties nog niet zijn geveild? Bij nader inzien blijkt het gecompliceerder te liggen: ook zonder de specifieke 5G-frequenties is het mogelijk om 5G aan te bieden en dat doet Vodafone, aldus het CvB. Het CvB geeft Vodafone daarin gelijk. Toch blijft het de vraag of de gemiddelde consument die niet deze specifieke kennis over 5G-frequenties heeft, deze reclame ook zo zal opvatten.

Indien u vragen heeft over de scheidslijn tussen misleidend en niet-misleidend, of indien u bijvoorbeeld een specifieke reclame wilt laten toetsen of andere vragen over het reclamerecht heeft, neem dan contact op met een van onze specialisten.

Joost Becker, advocaat reclamerecht