Zoeken
  1. Home
  2. Kennis
  3. Artikelen
  4. Modellenrecht op speelgoed

Modellenrecht op speelgoed

Het modellenrecht geeft bescherming voor nieuwe voortbrengselen, waaronder de vormgeving ervan, met eigen karakter. Inbreuk op een geldig modelrecht geeft de houder ervan een verbodsrecht. Dat geldt ook voor modelrechten op speelgoed. Daarnaast kunnen ook conflicterende aanvragen voor modellen uit het register geweerd worden. Kan Mattel de modelregistratie van speelgoedpoppen gezichten voorkomen? Lees meer over modelrechten op speelgoed.
Auteur artikelJoost Becker
Gepubliceerd23 september 2019
Laatst gewijzigd23 september 2019
Leestijd 

Ontstaan van modelrecht

Een modelrecht kan geregistreerd worden. Het Europese en Benelux modellenbureau is in beginsel lijdelijk. Een aanvraag van een model dat niet nieuw is, althans eigen karakter ontbeert, kan wel worden nietig verklaard op vordering van een derde-belanghebbende.

Zo kunnen registraties voor modellen die strijdig zijn met bijvoorbeeld oudere reeds bestaande modellen of oudere intellectuele eigendomsrechten worden tegengegaan.

Eigen karakter?

Voor de vraag of de vordering tot nietigverklaring van een modelrecht toegewezen kan worden, moet - net als vaak in een inbreuk-procedure - worden gekeken of de inschrijving nieuw is althans eigen karakter heeft.

In deze zaak, over de modelaanvraag voor het gezicht van een speelgoed pop uit 2013, is aangenomen dat er al (veel) oudere modellen van de Barbie-pop bestonden, hetgeen onder meer bleek uit catalogi van speelgoedproducent Mattel in het Engels Frans en Italiaans uit 1999 en een catalogus in het Pools uit 2008.

De Barbies aldaar hebben exact hetzelfde gezicht:

‘The dolls’ heads depicted are identical in all of the catalogues, with the exception of slight differences in colour, probably caused by lighting and editing.
The Office has no reasonable doubt that the submitted excerpts are contained in the catalogues presented by the applicant. (…) As there is no evidence to the contrary, the designs as shown in the documents can be regarded as having been made available to the public prior to the filing date of the contested RCD within the meaning of Article 7(1) CDR (16/06/2014, R 2299/2012‑3, Building materials, § 25).’

Oftewel, speelgoedproducent Mattel heeft vóór de modelinschrijving reeds deze Barbie poppen openbaar gemaakt. Deze eerdere openbaarmakingen zijn schadelijk voor de nieuwheid althans het eigen karakter van het speelgoed model uit 2013.

Welk onderzoek?

De vraag is vervolgens hoe het bewijsmateriaal voor het vaststellen van (het gebrek aan) eigen karakter moet worden onderzocht. Dat gebeurt onder meer als volgt:

‘Pursuant to Article 63(1) CDR, in invalidity proceedings, the Invalidity Division is restricted to examining the facts, evidence and arguments submitted by the parties and the relief sought. The Invalidity Division therefore does not carry out its own research. This, however, does not preclude it from also taking into consideration facts that are well known, that is, that are likely to be known by anyone or can be learned from generally accessible sources.
The facts and arguments in a particular case, in principle, must have been known before the priority date of the RCD; however, facts relating to the design corpus, the density of the market or the designer’s freedom should precede the date of disclosure of the prior design.’

Zelfde algemene indruk?

Beoordeeld zal vervolgens moeten worden of het model dat is geregistreerd, dezelfde algemene indruk wekt als de reeds bestaande (Barbie)modellen. In deze zaak wordt geoordeeld dat dat zo is, wat nietigheid van de modelinschrijving tot gevolg heeft:

‘The Invalidity Division finds that, on close inspection, there is a slight difference in the jaw lines of the designs. It appears rounder in prior design D2. However, this does not change the overall impression of this design and, once the head is connected to the neck, the shape of the jaw line may change.
(…)
The images of the earlier design show a doll’s face that is almost identical to the contested RCD. As is the case with a person’s passport photo, the frontal views are sufficient to identify the dolls’ faces. The human mind is very skilled at recognising faces. In the present case, the dolls seem to be modelled after the same person. This means that the differences between them are insufficient to create impressions of different people, let alone to create different overall impressions. Even the make-up is almost identical.
To conclude, although informed users may be able to perceive the differences between the designs in question, this does not change the very similar overall impression produced by the design elements that are included in both designs. The contested design includes only the slight differences or possible differences described above, which are much less obvious than the overall impression resulting from the very similar elements. The designs are almost identical and the differences less perceptible. The general appearances of the dolls’ heads are very similar. The differences do not have a significant effect on the overall impression that the designs are very similar. In order for informed users to be able to distinguish between the two designs, they would need to examine them in detail, which would be far beyond the assessment of the overall impression that is required by the CDR. Therefore, the differences between the two designs cannot be deemed to be sufficient for the contested RCD to produce a different overall impression on informed users from that produced by the earlier design.’

Er wordt dus een vergelijking gemaakt van de algemene indruk. Detailverschillen zijn hierbij niet doorslaggevend. Uiteindelijk wordt geconcludeerd dat het modelrecht nietig is, want het model wekt dezelfde algemene indruk als de reeds bestaande (gezichten van) Barbie-poppen.

Conclusie

Modelrechten kunnen alleen verkregen worden voor nieuwe voortbrengselen, met eigen karakter. Indien blijkt dat er reeds voortbrengselen bestaan die lijken op het model, kan het model nietig verklaard worden. In dit geval, van het model van het gezicht van een speelgoed pop, lijkt de algemene indruk teveel. Detailverschillen kunnen daar niet aan afdoen.

Joost Becker, advocaat modellenrecht