Zoeken
  1. Na het Shaken Baby-arrest: mishandeling buurvrouw niet uitgesloten van aansprakelijkheidsverzekering

Na het Shaken Baby-arrest: mishandeling buurvrouw niet uitgesloten van aansprakelijkheidsverzekering

In het Shaken Baby-arrest (13 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:601) heeft de Hoge Raad een belangrijke uitspraak gedaan over de uitleg van de standaard opzetuitsluiting die voorkomt in aansprakelijkheidsverzekeringen voor personen (AVP). Inmiddels is er voor het eerst na het Shaken Baby-arrest weer een gerechtelijke uitspraak gepubliceerd in een zaak over de standaard opzetuitsluiting. Het ging daar om een burenruzie waarbij een buurman zijn buurvrouw omver duwde en waarbij zij met haar hoofd op een tuintegel kwam met ernstig hersenletsel tot gevolg.
Artikel | 13 mei 2019 | Jonathan Overes

De Standaard Opzetclausule AVP 2000 en het Shaken Baby-arrest

In een aansprakelijkheidsverzekering voor personen (AVP) wordt doorgaans aansprakelijkheid voor schade door een opzettelijke en wederrechtelijke gedraging van dekking uitgesloten. Vaak is deze opzet uitgesloten met de woorden van de Standaard Opzetclausule AVP 2000 die het Verbond van Verzekeraars in 2000 heeft geïntroduceerd. De opzetuitsluiting in de standaardclausule luidt als volgt:

“Niet gedekt is de aansprakelijkheid van een verzekerde voor schade veroorzaakt door en/of voortvloeiende uit zijn/haar opzettelijk en tegen een persoon of zaak gericht wederrechtelijk handelen of nalaten.”

Over de uitleg en toepassing van deze opzetuitsluiting ontstonden in de praktijk veel vragen en discussiepunten. In het Shaken Baby-arrest van vorig jaar heeft de Hoge Raad zich daarover uitgelaten. Het ging in dat arrest om een vader die zijn baby te hard heen en weer had geschud waarna de baby ernstig hersenletsel kreeg (Shaken Baby Syndroom). Meer achtergronden over die zaak zijn te lezen in de eerdere blog van mijn kantoorgenoot Frank van Toorn naar aanleiding van dat arrest.

Belangrijk voor de praktijk is de volgende (samenvattende) uitlegregel die de Hoge Raad in het Shaken Baby-arrest formuleerde (r.o. 3.5.7):

"Voor toepassing van de opzetclausule bij een schadevoorval [is] uitgangspunt dat sprake moet zijn van een opzettelijke en wederrechtelijke gedraging van de verzekerde die objectief bezien gericht is op het doen ontstaan van letsel of zaakschade, en waarbij het in feite toegebrachte letsel of de zaakschade naar objectieve maatstaven als een te verwachten of normaal gevolg van de desbetreffende gedraging kan worden aangemerkt."

Uit deze uitlegregel waren de volgende drie voorwaarden af te leiden:

  • Een opzettelijke en wederrechtelijke gedraging van de verzekerde;
  • De gedraging is objectief bezien gericht op het doen ontstaan van letsel of zaakschade;
  • Het in feite toegebrachte letsel of de zaakschade kan naar objectieve maatstaven als een te verwachten of normaal gevolg van de desbetreffende gedraging worden aangemerkt.

In het Shaken Baby-arrest nam de Hoge Raad ook een belangrijke (hardheids)uitzondering op dit uitgangspunt aan en oordeelde de Hoge Raad dat er "soms" aanleiding is om de opzetuitsluiting vanwege haar strekking tot bescherming van daders en slachtoffers toch niet toe te passen. De Hoge Raad oordeelde dat daarbij diverse factoren van belang zijn, waaronder (r.o. 3.5.10): 

"de aard van de onrechtmatige gedraging van de verzekerde, de omstandigheden waaronder deze is verricht, de mate waarin de verzekerde een verwijt van zijn gedraging gemaakt kan worden of andere subjectieve omstandigheden aan diens zijde, en de aard en de ernst van de schadelijke gevolgen, een en ander bezien in het licht van de strekking en maatschappelijke betekenis van de AVP."

De Hoge Raad oordeelde in het Shaken Baby-arrest dat in dat geval weliswaar was voldaan aan de eerste drie voorwaarden voor de opzetuitsluiting maar dat vanwege de bijzondere omstandigheden in die zaak de opzetclausule vanwege haar strekking niet toepasselijk was (de hardheidsuitzondering).

Na het Shaken Baby-arrest een nieuwe casus: een burenruzie met grote gevolgen

Het Shaken Baby-arrest is in de rechtsgeleerde literatuur niet onverdeeld positief ontvangen. Het arrest riep namelijk weer vervolgvragen op. Interessant is daarom dat onlangs een uitspraak is verschenen over een nieuwe casus over de opzetuitsluiting, te weten een vonnis van de Rechtbank Den Haag (ECLI:NL:RBDHA:2019:4183).

Het ging in die zaak om een man die zijn buurvrouw tegen haar beide schouders had geduwd waardoor de vrouw achterwaarts was gevallen en met haar hoofd tegen een tuintegel was gekomen. De vrouw had daardoor ernstig (blijvend) hersenletsel opgelopen. De duw vond plaats nadat de twee in discussie waren geraakt over de vraag of de vrouw kort daarvoor het kind van de man zou hebben geslagen. De man werd voor deze duw strafrechtelijk veroordeeld wegens mishandeling met zwaar lichamelijk letsel tot gevolg (art. 300 lid 2 Sr). Bij onderzoek in het ziekenhuis bleek dat de vrouw alcohol ophad.

De vrouw vorderde bij de rechtbank schadevergoeding van de man. De man vorderde op zijn beurt in vrijwaring uitkering onder zijn aansprakelijkheidsverzekering (AVP) bij Aegon. Aegon weigerde dekking met een beroep op de opzetuitsluiting in de polisvoorwaarden, die conform de Standaard Opzetclausule AVP 2000 luidde. Volgens Aegon was de duw een opzettelijke en wederrechtelijke gedraging die objectief gezien gericht was op het doen ontstaan van letsel. Viel (ook) deze casus buiten de opzetuitsluiting zoals uiteengezet in het Shaken Baby-arrest?

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank oordeelt in de hoofdzaak tussen de man en de buurvrouw dat de man aansprakelijk is en al haar schade moet vergoeden. Dat oordeel lijkt mij weinig opzienbarend. Interessanter is het oordeel van de rechtbank in de vrijwaringszaak tussen de man en zijn verzekeraar Aegon over het beroep op de opzetuitsluiting.

De rechtbank stelt voorop dat aan de drie voorwaarden voor toepassing van de opzetuitsluiting in beginsel was voldaan (r.o. 5.24-5.26): de duw was opzettelijk (niet per ongeluk) en wederrechtelijk (de man was hiervoor civiel aansprakelijk), de betreffende duw was gericht op het doen ontstaan van letsel (voorzienbaar was dat de vrouw zou kunnen vallen) en volgens de rechtbank is het ernstige hoofdletsel naar objectieve maatstaven een te verwachten gevolg van een duw achterwaarts (waarbij irrelevant is of de man dit al dan niet had gewild).

Toch oordeelt de rechtbank dat toepassing van de opzetuitsluiting uitblijft, op grond van de hardheidsuitzondering (r.o. 5.27). De kern is dat de rechtbank de duw geen "criminele" gedraging acht en anderzijds aanneemt dat de opzetuitsluiting vooral bedoeld is om criminele gedragingen buiten dekking te houden. Dat de man strafrechtelijk voor mishandeling was veroordeeld, maakte de duw volgens de rechtbank nog niet als zodanig crimineel. Volgens de rechtbank was de duw niet gewelddadig maar een gevolg van "een uit de hand gelopen verhit gesprek tussen twee buren over het waarheidsgehalte van de mededeling van een kind". Opvallend is verder dat de rechtbank onder meer overweegt dat de man niet vervolgd zou zijn, laat staan veroordeeld, als het letsel niet zo ernstig was geweest. En dus oordeelt de rechtbank:

"De omstandigheden van dit geval rechtvaardigen niet een uitkomst waarbij de schadelijke gevolgen van het handelen van [de man] ongedekt blijven."

Kanttekeningen bij de beslissing van de rechtbank

De beslissing van de rechtbank om de toepassing van de opzetuitsluiting af te houden op grond van de hardheidsuitzondering is naar mijn mening voor kritiek vatbaar. De motivering van de rechtbank bevat opmerkelijke punten.

Allereerst lijkt de rechtbank door zich vast te pinnen op "crimineel gedrag" de reikwijdte van de opzetuitsluiting te veel te beperken. Weliswaar koppelt de Toelichting bij de Standaard Opzetclausule AVP 2000 de bedoeling van de opzetclausule mede aan "crimineel gedrag", maar daaruit kan niet worden afgeleid dat de opzetuitsluiting slechts bedoeld is voor Holleeder-achtige figuren en niet (ook) bedoeld is voor een ordinair handgemeen tussen twee verder brave burgers. De opzetclausule was juist een reactie van verzekeraars op het feit dat zij tegen hun zin dekking moesten bieden voor mishandeling bij een caféruzie (HR 6 november 1998, NJ 1999/220 Aegon/Van der Linden). De huidige opzetclausule is dus bij uitstek (ook) voor dergelijke situaties bedoeld.

Daarnaast is opvallend dat de rechtbank aanneemt dat de man niet zou zijn vervolgd en veroordeeld als het letsel niet zo ernstig was geweest. Echter: ook als de vrouw slechts wat schrammen had opgelopen, levert dit in beginsel 'gewoon' strafbare mishandeling op (alleen met een lagere maximumstraf). 

Verder vind ik niet overtuigend de overweging dat geen sprake was van een criminele context maar van een uit de hand gelopen verhit gesprek. Zijn zware mishandelingen (en erger) niet vaak genoeg tot zoiets terug te voeren?

Niettemin kan ik mij het kennelijke (on)rechtvaardigheidsgevoel bij de rechtbank wel voorstellen. Toepassing van de opzetuitsluiting leidt immers tot het doembeeld van een financieel overbelaste dader en een met schade achterblijvende benadeelde. Bovendien lijken hier de gevolgen (het hersenletsel) wel erg draconisch ten opzichte van de gedraging alleen (een enkele duw). Misschien was het overtuigender geweest als de rechtbank dit laatste aspect had gebruikt om te oordelen dat het betreffende letsel niet (meer) een normaal gevolg is van een (enkele) duw zodat niet voldaan was aan de voorwaarde dat het in feite toegebrachte letsel naar objectieve maatstaven als een te verwachten of normaal gevolg van de desbetreffende gedraging moet kunnen worden aangemerkt. Daarbij lijkt mij relevant dat de vrouw onder invloed was van alcohol en daardoor allicht minder stabiel was, terwijl dit voor de man niet kenbaar was.

De opzetuitsluiting in een AVP blijft kortom voorlopig - ook na het Shaken Baby-arrest - de praktijk bezig houden. Interessant is dan ook dat het Verbond van Verzekeraars heeft aangekondigd om eind dit jaar met een nieuwe opzetuitsluiting te komen.