Zoeken
  1. Home
  2. Kennis
  3. Artikelen
  4. Onderzoek (inclusief Facebook) niet in strijd met Gedragscode Persoonlijk Onderzoek

Onderzoek (inclusief Facebook) niet in strijd met Gedragscode Persoonlijk Onderzoek

Op 26 november 2014 (ECLI:NL:RBNNE:2014:6661) heeft de rechtbank Noord-Nederland in een deelgeschil een beslissing gewezen naar aanleiding van het verzoek van een benadeelde die ten onrechte zou zijn ‘onderzocht’ door een aansprakelijke verzekeraar.De verzekeraar was overgegaan tot een persoonlijk onderzoek omdat er twijfels waren gerezen met betrekking tot het waarheidsgehalte van de opgave van benadeelde. De benadeelde had de verzekeraar gemeld dat zij door whiplashachtige klachten tot bijn...
Auteur artikelHenriek Kragt
Gepubliceerd09 januari 2015
Laatst gewijzigd16 april 2018
Leestijd 
Op 26 november 2014 (ECLI:NL:RBNNE:2014:6661) heeft de rechtbank Noord-Nederland in een deelgeschil een beslissing gewezen naar aanleiding van het verzoek van een benadeelde die ten onrechte zou zijn ‘onderzocht’ door een aansprakelijke verzekeraar.

De verzekeraar was overgegaan tot een persoonlijk onderzoek omdat er twijfels waren gerezen met betrekking tot het waarheidsgehalte van de opgave van benadeelde. De benadeelde had de verzekeraar gemeld dat zij door whiplashachtige klachten tot bijna niets meer in staat was, terwijl de verzekeraar aan deze verklaring van de benadeelde twijfelde.

De verzekeraar heeft eerst haar interne gegevens geraadpleegd (deskresearch). Door dat onderzoek werd het wantrouwen van de verzekeraar gevoed, waarna de verzekeraar dit feitenonderzoek heeft uitgebreid tot een persoonlijk onderzoek en een onderzoek op internet, waaronder Facebook.

Het verwijt dat de benadeelde de verzekeraar maakt (dat de verzekeraar o.a. Facebook niet mocht raadplegen) is onjuist, aldus de rechtbank. Dat de verzekeraar ook Facebook raadpleegde, kan de benadeelde de verzekeraar niet tegenwerpen: gegevens en foto’s op Facebook werden immers door de benadeelde welbewust aan de openbaarheid prijs gegeven. Dus ook de foto’s waarop staat vermeld dat benadeelde blijkbaar vele activiteiten verricht waaronder paardrijden. Weliswaar, zo oordeelde de rechtbank, heeft een persoonlijke levenssfeer schendend onderzoek plaatsgevonden, maar daartegenover staat het aanzienlijke financiële belang, alsook had de verzekeraar geen minder ingrijpende middelen om de opgaaf (lees: het waarheidsgehalte) van de benadeelde te verifiëren.

Kort en goed, het persoonlijk onderzoek is naar het oordeel van de rechtbank niet in strijd met de Gedragscode Persoonlijk Onderzoek (zie ook mijn eerdere artikel over Fraude), waardoor het bewijs niet onrechtmatig verkregen is en aldus wegen de verkregen feiten en omstandigheden van o.a. Facebook mee in de verdere beoordeling in deze zaak. Zie ook een artikel op deze kennispagina over gebruik van uitlatingen op social media in gerechtelijke procedures