Zoeken
  1. Home
  2. Kennis
  3. Artikelen
  4. Onjuiste verklaring werknemer geldt als opzettelijke misleiding door verzekeringnemer zelf

Onjuiste verklaring werknemer geldt als opzettelijke misleiding door verzekeringnemer zelf

Na een schadevoorval is de verzekeringnemer verplicht zijn verzekeraar daarover zo spoedig, juist en volledig mogelijk te informeren. Doet hij dit niet, dan kan hij daardoor zijn recht op dekking verspelen. De vraag kan opkomen of ook verklaringen van derden, zoals werknemers, in dit kader aan de verzekeringnemer kunnen worden tegengeworpen. In een vonnis van 19 juli 2017 beantwoordt de rechtbank Amsterdam die vraag bevestigend.Een gezonken motorjachtDe zaak draait om een motorjacht dat in ei...
Auteur artikelPieter Bloemendal
Gepubliceerd27 juli 2017
Laatst gewijzigd16 april 2018
Leestijd 
Na een schadevoorval is de verzekeringnemer verplicht zijn verzekeraar daarover zo spoedig, juist en volledig mogelijk te informeren. Doet hij dit niet, dan kan hij daardoor zijn recht op dekking verspelen. De vraag kan opkomen of ook verklaringen van derden, zoals werknemers, in dit kader aan de verzekeringnemer kunnen worden tegengeworpen. In een vonnis van 19 juli 2017 beantwoordt de rechtbank Amsterdam die vraag bevestigend.

Een gezonken motorjacht
De zaak draait om een motorjacht dat in eigendom toebehoort aan Eurolink Consultancy B.V. Op het jacht is ten gunste van Deutsche Bank een hypotheekrecht gevestigd. Eurolink heeft het jacht verzekerd bij Europeesche, onder andere tegen het risico op brandschade.

Op 28 maart 2013 is het jacht tijdens een overtocht van Italië naar Montenegro in brand gevlogen en naar de bodem van de Adriatische Zee gezonken. Aan boord waren de schipper, die in dienst was van Eurolink, en één andere opvarende. Zij hebben het jacht ongedeerd kunnen verlaten met een bijboot.

Eurolink heeft de brandschade gemeld bij Europeesche, die vervolgens Interseco heeft ingeschakeld om onderzoek te doen naar de toedracht. In dat kader hebben beide opvarenden verklaringen afgelegd. Aansluitend hebben Biesboer Expertise en BMT Surveys, op basis van foto’s die de opvarenden vanaf de bijboot hadden genomen, technisch onderzoek verricht.

Deutsche Bank heeft als hypotheekhouder een pandrecht verkregen op de vordering tot uitkering van de verzekeringspenningen en in die hoedanigheid aanspraak gemaakt op dekking. Europeesche heeft echter dekking geweigerd op grond van art. 7:941 lid 5 BW. Volgens haar blijkt uit de diverse onderzoeken dat de opvarenden onjuist hebben verklaard over de toedracht. Europeesche stelt dat dit is gebeurd met het opzet haar te misleiden.

Het oordeel van de rechtbank
Deutsche Bank is vervolgens een procedure gestart bij de rechtbank Amsterdam. Zij heeft daarin onder andere het standpunt ingenomen dat de verklaringen van de opvarenden niet gelden als verklaringen van de verzekeringnemer in de zin van art. 7:941 lid 5 BW en daarom niet kunnen leiden tot verval van dekking.

De rechtbank oordeelt echter anders (zie r.o. 4.3):

Nu de verzekeringnemer (Eurolink) een rechtspersoon is, kunnen van haar afkomstige verklaringen door verschillende natuurlijke personen worden afgelegd. In dit geval heeft de bestuurder van Eurolink […] op 11 april 2013 aan de onderzoekers van Interseco laten weten dat zij hem niet moesten vragen wat er was gebeurd omdat hij er niet bij was geweest, en dat ze hun vragen aan [de schipper] moesten stellen. Daarmee is [de schipper] aangewezen als degene die uit naam van Eurolink mededelingen aan Europeesche zou doen. De mededelingen hebben dan te gelden als afkomstig van de verzekeringnemer.

Aansluitend houdt de rechtbank de verklaringen van de schipper tegen het licht en concludeert dat die inderdaad diverse onjuistheden bevatten (zie r.o. 4.4 t/m 4.14). De rechtbank blijkt er vervolgens weinig moeite mee te hebben die onjuiste verklaringen aan te merken als opzettelijke misleiding door Eurolink (zie r.o. 4.15):

Dat [de schipper] zich bij het afleggen van zijn verklaringen over de toedracht vergist zou hebben, is gelet op de in het oog springende onjuistheden en de hoeveelheid ervan niet denkbaar. Het moet er daarom voor worden gehouden dat hij bewust onjuist heeft verklaard. Gelet op de omvang en de aard van de onjuistheden moet dit zijn gedaan met het opzet de verzekeraar te misleiden omtrent de toedracht van de brand.

De rechtbank sluit af met het oordeel dat het beroep van Europeesche op art. 7:941 lid 5 BW slaagt en wijst de vorderingen van Deutsche Bank af. Of ook de verklaring van de andere opvarende aan Eurolink kan worden toegerekend, laat de rechtbank in het midden.

Auteur: mr. P.E. (Pieter) Bloemendal