Zoeken
  1. Home
  2. Kennis
  3. Artikelen
  4. Overgang belang

Overgang belang

Hoge Raad 24 juni 2011, LJN nummer BQ2804, Amlin Corporate Insurance N.V. e.a. / Outokumpu B.V., voorheen Handelmaatschappij Roestvrij B.V.In het geding staat centraal de vraag of het beroep van de verzekeraar op art. 11.2.2 van de Nederlandse Beursbrandpolis afstuit op art. 6.248 lid 2 BW (zie ook HR 5 oktober 2007, NJ 2007, 542, NOWM / Van Ratingen q.q.). In die laatste zaak werd de verzekeraar overigens geacht met de vennootschappelijke wijziging bekend te zijn vóór het schade-evenement.In...
Auteur artikelDirkzwager
Gepubliceerd12 december 2011
Laatst gewijzigd16 april 2018
Leestijd 
Hoge Raad 24 juni 2011, LJN nummer BQ2804, Amlin Corporate Insurance N.V. e.a. / Outokumpu B.V., voorheen Handelmaatschappij Roestvrij B.V.

In het geding staat centraal de vraag of het beroep van de verzekeraar op art. 11.2.2 van de Nederlandse Beursbrandpolis afstuit op art. 6.248 lid 2 BW (zie ook HR 5 oktober 2007, NJ 2007, 542, NOWM / Van Ratingen q.q.). In die laatste zaak werd de verzekeraar overigens geacht met de vennootschappelijke wijziging bekend te zijn vóór het schade-evenement.

In deze zaak is betoogd dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn wanneer verzekeraars zich op het vervalbeding in de polisvoorwaarden zouden beroepen. De verzekering loopt volgens het hof in beginsel door na overgang van het verzekerd belang. De verzekerde had betoogd dat een melding van de overgang niet tot een opzegging zou hebben geleid, dat de fusie geen zwaarder of ander verzekerd risico meebracht en dat de verzekerde aan alle verplichtingen heeft voldaan. Het hof heeft geoordeeld dat verzekeraars niet hebben gesteld dat zij de verzekering zouden hebben opgezegd in geval van een wel tijdige verklaring omtrent de overname van de verzekeringspolis.

De Advocaat-Generaal bij de Hoge Raad verwijst nog naar art. 7:948 lid 2 BW waarin staat dat de overeenkomst vervalt een maand nadat zij op de nieuwe verzekerde is overgegaan, tenzij deze nieuwe verzekerde binnen die termijn aan de verzekeraar verklaart de overeenkomst voort te zetten. In dat geval kan de verzekeraar binnen twee maanden nadat de verklaring is afgelegd, de overeenkomst met inachtneming van een termijn van een maand opzeggen. Daarmee is thans de automatische overgang van de verzekering in de tijd beperkt. Volgens de Advocaat-Generaal bestond bij verzekeraars wel de vrijheid om een nieuwe belanghebbende als verzekerde te weigeren. Maar volgens het hof stond vast – gezien de onvoldoende gemotiveerde betwisting van de stellingen van verzekerde – dat de verzekeraars van die vrijheid in dit geval geen gebruik zouden hebben gemaakt. Daarmee valt het doek voor het cassatiemiddel en de Hoge Raad komt tot een verwerping met de mededeling dat daarvoor geen nadere motivering noodzakelijk is.

Bronvermelding: Rubriek Rechtspraak in het verzekeringsarchief onderdeel Hoge Raad.