Zoeken
  1. Rechtsverhouding tussen schoonmaker en Helpling niet te kwalificeren als arbeidsovereenkomst

Rechtsverhouding tussen schoonmaker en Helpling niet te kwalificeren als arbeidsovereenkomst

Na het succes met Deliveroo heeft FNV een juridische procedure aangespannen tegen Helpling, om ook de rechtsverhouding tussen Helpling en de schoonmakers te laten kwalificeren als een arbeidsovereenkomst. Ditmaal vangt FNV (deels) bot en oordeelt dezelfde rechtbank anders: geen sprake van een arbeidsovereenkomst tussen de schoonmakers en Helpling. Er is echter wel sprake van arbeidsbemiddeling en een schending van de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (Waadi), met gevolg dat Helpling geen vergoeding meer mag vragen van schoonmakers die gebruikmaken van de website.
Auteur artikelFrank Stout
Gepubliceerd02 juli 2019
Laatst gewijzigd02 juli 2019
Leestijd 

Inleiding

Eerder dit jaar heeft FNV met succes een procedure aangespannen tegen Deliveroo, waarin de rechtbank Amsterdam heeft geoordeeld dat er sprake was van een arbeidsovereenkomst tussen de maaltijdbezorgers en Deliveroo en dat de cao Beroepsgoederenvervoer van toepassing is op deze verhouding. Ditmaal is Helpling aan de beurt. Kortweg heeft FNV gevorderd om voor recht te verklaren dat de rechtsverhouding tussen Helpling en de schoonmaker moet worden gekwalificeerd:

  1. als een arbeidsovereenkomst, dan wel
  2. als een uitzendovereenkomst, of
  3. als een terbeschikkingstelling op grond van de Waadi of
  4. als arbeidsbemiddeling op grond van de Waadi, dan wel
  5. als een overeenkomst van opdracht

In het geval dat sprake is van een arbeidsovereenkomst of een uitzendovereenkomst is FNV van mening dat de cao in het Schoonmaak- en Glazenwassersbedrijf (de cao) van toepassing is. Is sprake van een terbeschikkingstelling of arbeidsbemiddeling, dan is FNV van mening dat een aantal bepalingen uit de Waadi zijn geschonden. In het geval dat sprake is van een overeenkomst van opdracht, dan is tussen de schoonmaker en de klant sprake van een overeenkomst op basis van de Regeling Dienstverlening aan huis (de Regeling) en dan heeft Helpling nagelaten de schoonmaker te wijzen op de rechten die uit de Regeling voortvloeien. Volgens FNV had Helpling de schoonmaker erop moeten wijzen dat zijn recht op doorbetaling van loon tijdens ziekte, zoals uit de Regeling volgt, verdisconteerd is in het uurloon.

Oordeel van de kantonrechter in een notendop

De kantonrechter oordeelt dat geen sprake is van een arbeidsovereenkomst, uitzendovereenkomst of een terbeschikkingstelling op grond van de Waadi. Wel is sprake van arbeidsbemiddeling, met gevolg dat Helpling geen vergoeding meer mag vragen van schoonmakers die gebruikmaken van haar website. Op grond van artikel 3 lid 1 Waadi mag bij het verrichten van arbeidsbemiddeling namelijk geen tegenprestatie van de werkzoekende (de schoonmaker) worden bedongen.

Daarnaast is de rechtsverhouding tussen Helpling en de schoonmaker aan te merken als een overeenkomst van opdracht, maar wordt – bij gebrek aan onderbouwing - niet voor recht verklaard dat Helpling de schoonmaker beter op zijn rechten uit de Regeling had moeten wijzen.

Geen sprake van een arbeidsovereenkomst of een uitzendovereenkomst

Voor de vraag of sprake is van een arbeidsovereenkomst is met name tussen partijen in het geschil of sprake is van een gezagsverhouding. Hiervan kan volgens de rechter sprake zijn indien Helpling instructies of aanwijzingen kan geven aan de schoonmaker.

Hoewel Helpling telefonisch en op haar website tips geeft aan schoonmakers over schoonmaakwerkzaamheden, maakt dat naar het oordeel van de kantonrechter niet dat er sprake is van gezag. Ook de faciliteiten die Helpling biedt om facturen te sturen, de agenda te beheren, contact te hebben met de klant en de mogelijkheid om na klachten het account van de schoonmaker te blokkeren, leidt volgens de kantonrechter niet tot een ander oordeel. Naar het oordeel van de kantonrechter biedt Helpling hiermee slechts de faciliteiten om de werkzaamheden goed af te stemmen en uit te voeren. Dat Helpling de mogelijkheid biedt om facturen te sturen, is volgens de kantonrechter niet onlogisch. Helpling beschikt in beginsel immers over alle gegevens van de werkzaamheden en van partijen.

De kantonrechter acht het van belang dat de schoonmaker daarnaast zelf zijn uurloon kan bepalen en zelf zijn werkzaamheden kan inrichten. Niet is gebleken dat de schoonmaker zich ten opzichte van Helpling aan meer verplichtingen moet houden, dan die in de algemene voorwaarden tussen de schoonmakers en Helpling zijn overeengekomen. Het staat de schoonmaker daarnaast vrij om werkzaamheden al dan niet te accepteren.

De kantonrechter oordeelt daarom dat geen sprake is van een gezagsverhouding, nu uit hetgeen partijen zijn overeengekomen, noch uit de wijze van uitvoering die partijen aan de overeenkomst hebben gegeven, sprake blijkt te zijn van een arbeidsovereenkomst. Wel voegt de rechter hieraan toe dat de beoordeling van een rechtsverhouding zeer afhankelijk is van de omstandigheden van het geval. De rechter kan daarom niet beoordelen of tussen andere schoonmakers en Helpling wél sprake is van een arbeidsovereenkomst.

Is er dan sprake van een uitzendovereenkomst? Nee. Een uitzendovereenkomst is ook een (vorm van een) arbeidsovereenkomst. In dit geval is hier geen sprake van.

Cao van toepassing?

De kantonrechter is voorts van oordeel dat Helpling niet onder de werkingssfeer van de cao valt, omdat Helpling vanwege het ontbreken van een arbeidsovereenkomst geen werkgever is die haar beroep of bedrijf maakt van het schoonmaken op de door de opdrachtgever aangegeven locatie. De cao is daarom niet van toepassing op de relatie tussen Helpling en de schoonmakers.

Terbeschikkingstelling of arbeidsbemiddeling op grond van de Waadi

Op grond van artikel 1 lid 1 sub c Waadi is terbeschikkingstelling het tegen vergoeding ter beschikking stellen van arbeidskrachten aan een ander, waar zij onder toezicht en leiding van die ander werkzaamheden uitvoeren. Voorwaarde is daarnaast dat de werkzaamheden niet op basis van een tussen de opdrachtgever en de arbeidskracht gesloten arbeidsovereenkomst wordt uitgevoerd. Terbeschikkingstelling is volgens de kantonrechter in die zin een ruimer begrip dan die van de uitzendovereenkomst. De kantonrechter is echter van oordeel dat  de rechtsverhouding tussen de schoonmaker en de klant moet worden aangemerkt als een arbeidsovereenkomst die onder de Regeling valt. Los van het feit dat in de algemene voorwaarden van Helpling is opgenomen dat deze rechtsverhouding moet worden gekwalificeerd als een arbeidsovereenkomst op grond van de Regeling, betaalt de klant het loon, ligt het gezag bij de klant en worden de werkzaamheden ten behoeve van de klant verricht. Er kan daarom geen sprake van terbeschikkingstelling zijn, nu de rechtsverhouding tussen de schoonmaker en de klant als een arbeidsovereenkomst is te beschouwen.

Wel is de kantonrechter van oordeel dat het om arbeidsbemiddeling in de zin van artikel 1 lid 1 sub b Waadi gaat. Volgens de rechter neemt Helpling door middel van haar platform een actieve rol in bij de totstandkoming van een arbeidsovereenkomst tussen de schoonmaker en de klant. Deze actieve rol blijkt onder meer uit de bemoeienis van Helpling (afhandeling van klachten en de mogelijkheid om een account van de schoonmaker te blokkeren) en de voorwaarden waaronder de arbeidsovereenkomst tussen de schoonmaker en de klant tot stand komt.

Schending Waadi

Nu sprake is van arbeidsbemiddeling, komt de rechter tot het oordeel dat Helpling artikel 3 van de Waadi overtreedt. Op grond van dat artikel mag geen tegenprestatie van de werkzoekende worden gevraagd voor het verrichten van arbeidsbemiddeling. Helpling vraagt op dit moment echter een vergoeding van de schoonmaker voor het gebruik haar website, waardoor Helpling artikel 3 van de Waadi overtreedt. De rechter gebiedt Helpling dan ook te stoppen met het vragen van een vergoeding van de schoonmaker.

Opdracht van overeenkomst

De kantonrechter overweegt ten overvloede dat de rechtsverhouding tussen Helpling en de schoonmaker als een overeenkomst van opdracht valt te kwalificeren (artikel 7:400 BW). Evenwel wordt niet voor recht verklaard dat Helpling de schoonmaker beter op zijn rechten uit de Regeling had moeten wijzen, nu de vordering door FNV op dat punt onvoldoende toegelicht en onderbouwd is en niet is gebleken welk belang FNV bij een dergelijke toewijzing heeft. 

Kortom

De rechtsverhouding tussen Helpling en de schoonmaker kwalificeert dus niet als een arbeidsovereenkomst. Echter, nu de beoordeling van de rechtsverhouding zeer afhankelijk van de omstandigheden van het geval is, onthoudt de rechter zich van een oordeel of tussen andere schoonmakers en Helpling mogelijk wél sprake is van een arbeidsovereenkomst. Ook uit deze uitspraak blijkt, net als bij Deliveroo, dat er niet één harde stelregel valt op te maken wanneer in een situatie van platformisering (onbedoeld) toch sprake is van een arbeidsovereenkomst. De specifieke omstandigheden van het geval blijven cruciaal. Ongetwijfeld zullen er nog tal van voorbeelden in de rechtspraak volgen waar de omstandigheden weer net iets anders liggen, waardoor opnieuw discussies ontstaan over of er wel of niet sprake is van een arbeidsovereenkomst.