De ontwikkelingen rond het coronavirus, COVID-19, gaan razendsnel. In ons kennisportal over het coronavirus vindt u onze juridische artikelen en andere relevante content. Bekijk het kennisportal

  1. Home
  2. Kennis
  3. Artikelen
  4. schending medelingsplicht

Schending van de mededelingsplicht door onjuiste interpretatie termijnen

Twee uitspraken over een schending van de mededelingsplicht vanwege het door de verzekeringnemer onjuist interpreteren van termijnen in een gezondheidsverklaring bij het aangaan van een arbeidsongeschiktheidsverzekering.
Auteur artikelIris Nuijten
Gepubliceerd12 juni 2020
Laatst gewijzigd16 juni 2020
Leestijd 

Recentelijk is een uitspraak van de Rechtbank Gelderland uit februari 2018 gepubliceerd over schending van de mededelingsplicht van artikel 7:928 BW bij het aangaan van een arbeidsongeschiktheidsverzekering (AOV). Centraal daarin staat de vraag hoe de verzekeringnemer de in de gezondheidsverklaring al dan niet genoemde termijnen over gezondheidsklachten voorafgaande aan het sluiten van de AOV, diende op te vatten. De vraag naar de invloed van het noemen van bepaalde termijnen in bepaalde vragen, werd ook opgeworpen in dit arrest van het Hof Amsterdam uit augustus 2019. In dit artikel bespreek ik beide uitspraken.

De uitspraak van de Rechtbank Gelderland

Eiser heeft bij Achmea een AOV afgesloten. Voorafgaand aan het sluiten van de verzekeringsovereenkomst heeft Achmea telefonisch een gezondheidsverklaring afgenomen bij eiser, die nadien door Achmea schriftelijk is vastgelegd en door eiser voor akkoord is ondertekend. Eiser heeft zich in 2011 gemeld bij Achmea, stellende dat hij arbeidsongeschikt is als gevolg van rugklachten. Bij het opvragen van aanvullende medische informatie door Achmea bleek dat de rugklachten van eiser reeds vóór ingang van de verzekering bestonden.

Omdat eiser zijn eerdere rugklachten niet in de gezondheidsverklaring had gemeld, heeft Achmea het standpunt ingenomen dat eiser de mededelingsplicht van artikel 7:928 BW geschonden heeft.

In de eerste vier vragen van de gezondheidsverklaring werden geen termijnen genoemd. In de vragen daarna, controlevragen volgens Achmea, werden wel termijnen genoemd van vijf en drie jaar. Partijen zijn het oneens over de strekking en de reikwijdte van de termijnen in deze latere vragen.

De rechtbank stelt vast dat eiser zijn rugklachten niet heeft gemeld. Volgens de rechtbank heeft de gezondheidsverklaring te gelden als een onderhandse akte die tussen partijen dwingend bewijs oplevert, op grond waarvan het aan eiser is om te bewijzen dat hij er bij het invullen en ondertekenen van de gezondheidsverklaring van mocht uitgaan dat slechts klachten die zich in de periode van vijf jaar daarvoor hadden voorgedaan, moesten worden gemeld. Daarin is hij volgens de rechtbank niet geslaagd. De rechtbank acht de door Achmea gestelde volgorde van de vraagstelling logisch. Achmea heeft eerst gevraagd naar klachten zonder een termijn te noemen. De vragen daarna dienden volgens Achmea als controlevragen waarin wel termijnen zijn genoemd om eiser nogmaals goed te laten nadenken over eventuele klachten. De rechtbank oordeelt dat eiser er niet van mocht uitgaan dat de later genoemde termijnen ook golden voor de overige (eerder gestelde) vragen betreffende medische gegevens. Aangezien eiser de op hem rustende mededelingsplicht van artikel 7:928 lid 1 BW heeft geschonden en de rechtbank het aannemelijk acht dat Achmea bij kennis van de ware stand van zaken een uitsluitingsclausule voor rugklachten in de AOV zou hebben opgenomen, wordt de vordering van eiser afgewezen.

De uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam

De appellant in dit geschil heeft in 2004 een AOV afgesloten bij Delta Lloyd. In de gezondheidsverklaring die hij daarvoor had ingevuld werd gebruik gemaakt van formuleringen als ‘ooit’ en ‘wel eens’. Volgens het hof heeft Delta Lloyd, gelet op de formulering van de vragen, daarbij niet het oog gehad op een in tijd beperkte periode. Het enkele feit dat, uitsluitend met betrekking tot de vragen naar het strafrechtelijke verleden, een beperking in tijd is genoemd (de gebruikelijke termijn van acht jaar voor het aanvragen van de verzekering) brengt niet mee dat appellant ervan mocht uitgaan dat dit ook het geval was bij de vermelding van medische gegevens, aldus het hof.

Appellant was dan ook verplicht mededeling te doen van eerder ervaren medische klachten (aan in zijn geval schouder, rug en knie) inclusief het recidiverende karakter van deze klachten. Aangezien hij dat heeft nagelaten, was Delta Lloyd niet gehouden een uitkering onder de AOV te doen.

Conclusie

Termijnen die in een gezondheidsverklaring ten behoeve van het afsluiten van een AOV genoemd worden, gelden niet automatisch voor het gehele formulier. Indien de verzekeringnemer dit onterecht toch zo opvat, en daardoor geen melding maakt van medische klachten van voor de genoemde termijnen, is de kans groot dat een rechter zal oordelen dat de verzekeringnemer de mededelingsplicht van artikel 7:928 BW heeft geschonden. In voornoemde gevallen leidde dat ertoe dat de verzekeraar geen uitkering verschuldigd was.

 

Beoordeel dit artikel