Bij het opzetten van een smart energy hub is de reflex veelal om eerst alles juridisch en financieel dicht te timmeren. Die reflex is begrijpelijk, maar kan ook een reden zijn waarom initiatieven vaak vastlopen nog voordat ze goed en wel zijn begonnen. Dan wordt het paard achter de wagen gespannen. Dit artikel beschrijft enkele knelpunten en laat zien waar bij het begin de focus moet liggen om de kans van slagen van de samenwerking te vergroten. Het artikel is bedoeld voor bestuurders, beleidsmakers, project- en parkmanagers en general counsels die de knopen moeten doorhakken.
Waarom zetten bedrijven samen een energiehub op?
Steeds meer bedrijven, gemeenten en netbeheerders bouwen samen aan lokale energiesystemen. Netcongestie is vaak de directe aanleiding, maar er speelt meer. Het kabinet ziet lokale energiesystemen als vast onderdeel van het energiesysteem van de toekomst, naast het centrale net. Lokaal vraag en aanbod afstemmen helpt gemeenten en provincies bovendien bij andere opgaven die op het net drukken, zoals woningbouw en mobiliteit. Ook voor bedrijven kunnen via een onderlinge samenwerking op het gebied van energie steeds meer op een duurzame en efficiënte wijze het deelnemen in de energiemarkt.
Een voorbeeld van een instrument voor het faciliteren een dergelijk energiesysteem is een smart energy hub. Een smart energy hub is een lokale organisatievorm die energiebronnen en -verbruikers op een duurzame en slimme manier verbindt en het energieverbruik onderling afstemt. De ontwikkeling ervan is in volle gang.
Waarom lopen energiehubs vast in de verkenningsfase?
Het opzetten van een smart energy hub is complex. Bedrijven op een bedrijventerrein moeten gezamenlijk optreden richting de netbeheerder, samen een juridische entiteit oprichten en afspraken maken over de verdeling van beschikbare netcapaciteit. Tegelijk moeten ze vooruitkijken naar toekomstige investeringen, zoals een gezamenlijke batterij of laadinfrastructuur. Dat roept meteen lastige vragen op. Wie bestuurt de gezamenlijke entiteit? Kunnen derden of mededeelnemers een deelnemend bedrijf als bestuurder of aandeelhouder aansprakelijk stellen? Hoe verdelen de deelnemers de kosten? Investeert de coöperatie zelf, of investeren de deelnemers en stellen zij de installaties vervolgens ter beschikking aan de coöperatie? En wat gebeurt er onderling als één deelnemer, per ongeluk of niet, meer stroom afneemt dan afgesproken en de rest daardoor in de problemen komt? Krijgt een deelnemer bij een exit dezelfde rechten terug? Juist die vragen moeten worden gesteld en beantwoord in de verkenning- en ontwerpfase.
Daarnaast kost een samenwerking op energievlak tijd en moeite, en die komt bovenop de eigen bedrijfsvoering. De deelnemers moeten zich verdiepen in de mogelijkheden en de toepassingen. Voor de meeste deelnemers is energie niet de kernactiviteit van hun business, terwijl de ontwikkeling van een hub wel specifieke kennis vraagt. Vaak ontbreekt een partij die de kar trekt. En de verkenning en het ontwerp van de smart energy hub kosten in de praktijk al snel veel tijd. Met een tijdig aangewezen kartrekker en waar mogelijk projectregisseur blijft dat traject beter beheersbaar.
De deelnemers hebben bovendien niet altijd dezelfde belangen. Een deelnemer levert een stukje zeggenschap in over de eigen (toekomstige) netcapaciteit. Het collectieve belang is om zoveel mogelijk uit de gedeelde capaciteit te halen. Daarnaast staat het individuele belang van zekerheid voor de eigen bedrijfsvoering. Bedrijven met ruim voldoende eigen capaciteit kunnen daardoor aarzelen om mee te doen. Zij hebben hun schaapjes immers al redelijk op het droge. Toch zijn juist zij vaak bepalend voor de slaagkans van een hub.
Rond een hub staan ook meer partijen dan de deelnemende bedrijven, elk met eigen belangen en een eigen tempo. Denk aan de netbeheerder, gemeente en provincie, ontwikkelingsmaatschappijen, projectontwikkelaars en grondbedrijven, dienstverleners, financiers en soms omwonenden. Als omwonenden mogen meedoen en meepraten, groeit het draagvlak voor de hub.
Eenzelfde soort onzekerheid speelt bij financiering. Aan het begin van een samenwerking is er vaak niet meer dan een gedeelde intentie en een beperkt bedrag om de eerste kosten te dekken. Niemand weet op dat moment nog precies welke investeringen erover twee, vijf of tien jaar nodig zijn, laat staan hoe ze worden gefinancierd.
Kortom, er zijn genoeg beren op de weg te zien. De tijdrovendheid, onbekendheid en onzekerheid zijn redenen dat initiatieven blijven hangen in de verkennende fase. Herkenbaar, maar niet nodig. Een initiatief dat wacht tot alle details zijn uitgewerkt, komt zelden verder dan de verkenning.
Wat legt u bij de start van een energiehub vast?
Een smart energy hub, en op termijn misschien een multi-commodity hub, heeft vaak veel potentieel en een ontwikkelagenda van meerdere jaren. Precies daarom werkt een stapsgewijze aanpak het best. Hieronder enkele tips om de koe bij de horens te vatten.
Begin met kansrijke deelprojecten waarbij nu al concrete deelnemers in beeld zijn, en bouw van daaruit verder. Een goed vertrekpunt voor die gesprekken is een gedeeld beeld van de feiten. Breng daarom eerst in kaart wie wanneer hoeveel energie gebruikt en opwekt, en waar ruimte zit om verbruik te verschuiven en/of te optimaliseren. De deelnemers moeten zien wat de meerwaarde is. Reken vervolgens met scenario's door wat toekomstige investeringen, zoals een batterij of extra opwek, voor de hub betekenen en of ze technisch haalbaar zijn. Dat beeld vormt de basis voor gezamenlijke investeringsbeslissingen en voor het gesprek met de netbeheerder. De netbeheerder bepaalt de gezamenlijke netcapaciteit mede op basis van het verbruik van de deelnemers en hun concrete toekomstplannen.
Belangrijk is ook het bouwen aan onderling vertrouwen. Daarbij kan het helpen de intentie tot samenwerking en de eerste afspraken daaromtrent – zoals die ten aanzien van het doel, de verdeling van de kosten en aansprakelijkheid in de verkenningsfase - vast te leggen in een intentieverklaring (letter of intent). Juridisch gezien adviseren wij om vanaf dag één in elk geval goede afspraken te maken over enkele kernzaken die later lastig aan te passen zijn of te veel een vertragende factor kunnen zijn wanneer hierover pas in een later stadium wordt nagedacht. Dat voorkomt ook dat de eerste onderlinge discussie meteen het vertrouwen in de samenwerking ondermijnt. Het gaat om de volgende kernzaken.
- Beschikbare capaciteit, onderling en met de netbeheerder. Leg vast wie hoeveel netcapaciteit mag gebruiken, wat er gebeurt als iemand daar per ongeluk overheen gaat, en hoe de deelnemers die overschrijding onderling verrekenen of dragen.
- Aansprakelijkheid en kostenverdeling, onderling en richting de netbeheerder. Sinds eind 2025 kunnen bedrijven als groep één contract met de netbeheerder sluiten over hun gedeelde netcapaciteit. Zowel de groepsentiteit (bijvoorbeeld de coöperatie) als de individuele aangeslotenen zijn hoofdelijk aansprakelijk voor schade waarvoor de groep tegenover de systeembeheerder aansprakelijk is. De GTO regelt vaak de volgorde van aanspreken via een ‘drietrapsraket’: eerst de groepsentiteit, dan de aangewezen aansprakelijke aangeslotene(n), en pas daarna – bij ontbreken van een aanwijzing of uitblijvende/geweigerde betaling – alle individuele deelnemers.
- Spreek ook af hoe u schade aan gezamenlijke installaties of schade door gebrekkig handelen van leveranciers afhandelt. Een verzekering kan een deel van het risico afdekken, maar de verzekeringsmarkt voor energiehubs ontwikkelt zich nog. Ook over de kosten die vanaf het begin ontstaan, moeten de deelnemers onderling afspraken maken. Denk aan de opstartkosten en later aan de operationele kosten en investeringskosten. Op welke voet willen de deelnemers die verdelen?
- Zie de juridische entiteit (veelal een coöperatie) in beginsel als een samenwerkingsvehikel dat de continuïteit van de samenwerking waarborgt, in welke samenstelling dan ook. Zorg voor flexibiliteit in de statuten. Is de entiteit voldoende flexibel ingericht, dan kan de structuur meegroeien met initiatieven die nu nog niet te voorzien zijn. Denk aan bepaalde investeringsinstrumenten en mogelijkheden om zaken nader te regelen in reglementen. Denk daarnaast al in de beginfase na over de gewenste verdeling van zeggenschap over de juridische entiteit en haar activiteiten. Krijgt iedere deelnemer evenveel zeggenschap, of verdeelt u de zeggenschap op basis van een bepaalde verdeelsleutel?
- Denk vanaf het begin ook goed na over ieders rol en over de vraag wie de regie neemt. Het werkt goed als één partij tijdens de verkenning- en ontwerpfase de trekkersrol voor het geheel op zich neemt en een projectbegeleider het proces coördineert. Stakeholdermanagement is vanaf dag één en gedurende het hele proces van groot belang. Maak afspraken over hoe de partijen samenwerken en wie waarvoor verantwoordelijk is. Bespreek hoe de deelnemers het bestuur van de juridische entiteit van de smart energy hub voor zich zien. Doen zij dit zelf, al dan niet met bijstand van een kennisexpert? Ook hier is eigenaarschap van belang voor het (duurzame) succes van de smart energy hub.
Concluderend
Kort samengevat is te stellen dat het opzetten van een energy hub veelal een complexe en tijdrovende aangelegenheid en is een logische reflex dat de deelnemers alles meteen juridisch en financieel dicht willen timmeren. Echter is daarmee de kans groter dat initiatieven juist vastlopen in de verkenningsfase.
Geadviseerd wordt een stapsgewijze aanpak: start met kansrijke deelprojecten, breng energieverbruik en opwek in kaart, reken scenario's door voor toekomstige investeringen, en leg eerste afspraken vast in een intentieverklaring om onderling vertrouwen te versterken.
Vier kernzaken om vanaf het begin scherp te hebben en vast te leggen:
- Afspraken rondom de verdeling en overschrijding van beschikbare netcapaciteit.
- Afspraken rondom aansprakelijkheid en kostenverdeling.
- Flexibele inrichting van de juridische entiteit (vaak een coöperatie) en verdeling van zeggenschap binnen de entiteit.
- Duidelijke rolverdeling, kartrekkerschap en stakeholdermapping (en –management).