Zoeken
  1. Verplicht digitaal procederen in handelsvorderingszaken met verplichte procesvertegenwoordiging wordt niet landelijk ingevoerd

Verplicht digitaal procederen in handelsvorderingszaken met verplichte procesvertegenwoordiging wordt niet landelijk ingevoerd

De Raad voor de rechtspraak bericht vandaag dat digitaal procederen in handelsvorderingszaken met verplichte procesvertegenwoordiging niet landelijk wordt ingevoerd. De minister zal niet worden gevraagd het daartoe benodigde koninklijk besluit voor te bereiden.
Auteur artikelLetske Hofstra (uit dienst)
Gepubliceerd28 juni 2018
Laatst gewijzigd28 juni 2018
Leestijd 

Op deze pagina berichtten wij vaker over de invoering van digitaal procederen. In handelsvorderingszaken waarin rechtzoekenden zich door een advocaat moeten laten bijstaan is het bij de rechtbanken Gelderland en Midden-Nederland sinds 1 september 2017 verplicht om digitaal te procederen.

In eerste instantie bleek de termijn van 1 april 2018 voor een landelijke invoering van digitaal procederen in civiele handelszaken niet haalbaar. De verwachting was dat de landelijke invoering in ieder geval tot eind 2018 op zich zou laten wachten.

Inmiddels blijkt dus dat de Raad het niet verantwoord vindt digitaal procederen in handelszaken met verplichte procesvertegenwoordiging landelijk in te voeren.

De Raad zegt hier het volgende over:

Dat zou namelijk betekenen dat er veel tijd, energie en geld moet worden gestoken in de invoering van programmatuur waarvan de kwaliteit omstreden is, en die ver afstaat van de te ontwikkelen nieuwe oplossing voor de digitale toegankelijkheid van de rechtspraak.

(..)

Landelijke invoering is technisch verantwoord, maar zal resulteren in een complexe – en daarmee tijdrovende – manier van werken voor rechtbankmedewerkers. Bovendien is de verwachting dat er nog een flinke investering nodig is en dat de beheerskosten relatief hoog zijn."

Volgens de Raad is voornoemd besluit genomen op basis van (onder meer) ervaringen die zijn opgedaan bij de rechtbanken (Gelderland en Midden-Nederland), gesprekken met ketenpartners en adviezen over de technische implicaties van landelijke invoering. Voor landelijke invoering van digitaal procederen zou bovendien het benodigde brede draagvlak ontbreken.

Aan het besluit van de Raad ligt ook ten grondslag dat het platform waarop het digitaal procederen op dit moment is gebouwd maar een beperkte periode gebruikt kan worden. De leverancier stopt namelijk met de doorontwikkeling van het platform.

Bij de rechtbanken Gelderland en Midden-Nederland blijft digitaal procederen in handelsvorderingen desondanks verplicht. Het besluit van de Raad heeft ook geen invloed op de digitale procedures die al zijn opgeleverd in de rechtsgebieden toezicht, straf en bestuur.

Wordt ongetwijfeld vervolgd…