Zoeken
  1. Verzekeringsrecht: follow the leader? Een volmacht kan worden ingetrokken, tenzij dit in strijd is met de redelijkheid en billijkheid

Verzekeringsrecht: follow the leader? Een volmacht kan worden ingetrokken, tenzij dit in strijd is met de redelijkheid en billijkheid

Op de leidend verzekeraar rust, als gevolmachtigde, een verplichting jegens de volgend verzekeraar als haar volmachtgever, om redelijk te handelen en rekening te houden met diens belangen. Ook indien in een coassurantieverhouding een to follow-clausule is overeengekomen, betekent dit niet dat de volgend verzekeraar de leidend verzekeraar onbegrensd moet volgen. De volmacht die besloten ligt in het instemmen met de to follow-clausule kan immers herroepen worden. De vrijheid van de volgend verzekeraar om de volmacht op te zeggen vindt echter haar begrenzing in de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid ex art. 6:248 lid 2 BW.
Artikel | 23 oktober 2018 | Daan Baas

Geschil en feitelijke achtergrond

Recent is een interessant vonnis van de rechtbank Rotterdam gepubliceerd over de herroepelijkheid van een volmacht in een co-assurantieverhouding. Vorig jaar schreef ik al een blog over de volgplicht bij afwezigheid van een to follow-clausule.

In onderhavige zaak ging het om het volgende.

Allianz is als leidend verzekeraar betrokken bij een groot aantal aansprakelijkheidsverzekeringen van bedrijven die zijn aangesproken door (ex-)werknemers in verband met blootstelling aan asbest. Hampden is als rechtsopvolgster van andere verzekeraars risicodrager onder enkele van die polissen. Allianz wikkelt als leidend verzekeraar, mede namens de andere verzekeraars, claims af met inachtneming van de Regeling Asbestschaden. Die regeling is door het Verbond van Verzekeraars, waarbij beide verzekeraars aangesloten zijn, niet-bindend vastgesteld.

Hampden heeft als volgend verzekeraar enkel voor een deel bijgedragen, zodat Allianz vordert dat zij gehouden is bij te dragen in de door Allianz als leidend verzekeraar (op basis van de to follow-clausules) en regelend verzekeraar (op grond van voornoemde regeling) met asbestslachtoffers overeengekomen en overeen te komen schaderegelingen.

Het eerste geschil dat partijen in de onderliggende zaak verdeeld houdt is de vraag of een volgend verzekeraar (follower) de volmacht aan de leidend verzekeraar die besloten ligt in het instemmen met de to follow-clausule kan herroepen of opzeggen. In confesso is dat die volmacht besloten ligt in die instemming en dat de leidend verzekeraar daaraan een vertegenwoordigingsbevoegdheid ontleent om claims onder de betreffende verzekering te regelen zonder dat zij behoeft af te stemmen met de volgend verzekeraar. Die volmacht strekt zich in beginsel ook uit tot coulance-betalingen, in de zin van uitkeringen waartoe volgens de polissen geen gehoudenheid bestaat.

Ook zijn partijen het erover eens dat in de relatie tot verzekeringnemers, verzekerden en gelaedeerden (al dan niet met een directe actie jegens verzekeraars) het intekenen op een polis door een verzekeraar onherroepelijk is, zodat de gehoudenheid om, als er dekking onder de polis is, het met het intekeningspercentage overeenkomende deel van de schade uit te keren, blijft bestaan zo lang de polis bestaat.

Allianz meent dat de volmacht onherroepelijk is zolang de verzekering in stand blijft en zij haar rol als gevolmachtigde naar behoren vervult en vervuld heeft. Zij voert daartoe aan dat de bijzondere situatie van een verzekering in co-assurantie en het vaststaande onherroepelijke karakter van de verplichting tot het dragen van een deel van het risico dit meebrengt. Het zou volgens haar onacceptabel zijn als een gelaedeerde zich bij co-assurantiepolissen tot elk van de verzekeraars zou moeten wenden en bovendien dat zij als leidend verzekeraar reeds het volle bedrag uitkeert en zij aldus van de volgend verzekeraars hun deel moet kunnen verkrijgen.

Hampden meent dat de gelaedeerden die onder de polissen geen dekking toch een uitkering krijgen doordat de Asbestregeling wordt toegepast. Zij stemt niet in met afwikkeling conform de Asbestregeling en meent dat de volmacht aan Allianz om coulancebetalingen te doen niet zover gaat dat consequente naleving van de Asbestregeling daaronder begrepen kan worden. Anders dan Allianz meent zij dat zij in 2013 de volmacht per brief heeft herroepen.

Follow the leader?

Over de herroepelijkheid van de volmacht oordeelt de rechtbank als volgt:

De rechtbank is van oordeel dat de volmacht die besloten ligt in het instemmen met de to follow -clausule in beginsel herroepen kan worden. […] Een volmacht is, naar (huidig) Nederlands recht in beginsel te herroepen. Er bestaan voor volmachten als deze geen bijzondere regels. Het wettelijk regime voor co-assurantie ziet niet op dit aspect. De enkele omstandigheid dat het als verzekeraar meetekenen en daarbij het dragen van een deel van het risico als de polis dekking biedt als zodanig niet herroepen kan worden brengt niet mee dat de volmacht aan de leider onherroepelijk is. Die volmacht regelt slechts de onderlinge verhouding tussen de verzekeraars. Het dragen van een deel van het risico ziet op de externe verhouding tussen verzekeraars en verzekeringnemer/verzekerde/gelaedeerde. Hoewel het wenselijk is dat de interne en de externe situatie op elkaar zijn afgestemd is dat, in het algemeen, onvoldoende om afwijking van de herroepelijkheid te rechtvaardigen.”

De volmacht is dus herroepelijk. Verder stelt de rechtbank vast dat Hampden in 2013 ook daadwerkelijk de volmacht heeft herroepen. Daarmee is echter nog niet gezegd dat die herroeping ook het door haar beoogde effect heeft.

Op Allianz rustte, als gevolmachtigde, een verplichting jegens Hampden als haar volmachtgever, om redelijk te handelen en rekening te houden met de belangen van Hampden. Dat Allianz de Asbestregeling volgt, wordt niet in strijd bevonden is met hetgeen van een redelijk verzekeraar door een medeverzekeraar mag worden verwacht, nu die regeling niet alleen in de maatschappij maar juist ook in de kring van verzekeraars breed geaccepteerd is. Dat laatste heeft ook te maken met de aard van asbestgerelateerde ziektes en het laat openbaren daarvan, met alle gevolgen voor beschikbaarheid van bewijs en het aanspreken van aansprakelijke partijen van dien.

Anders dan Hampden suggereert is het niet zo dat die regeling ertoe leidt dat elke gelaedeerde zonder meer aanspraak op dekking kan maken. Wel zijn er belangrijke tegemoetkomingen aan de bewijsnood van de gelaedeerden gedaan. Dat daarbij heeft meegewogen dat het dekken van onvoorziene risico’s tot op zekere hoogte tot de kernbezigheid van verzekeraars hoort en dat de meeste verzekeraars de uitkeringen in elk geval deels kunnen bekostigen uit later te innen premies betekent niet dat de regeling onevenwichtig of jegens Hampden onredelijk is. Allianz handelt dus niet onredelijk door de Asbestregeling toe te passen.

Met Hampden is de rechtbank van mening dat zij in beginsel de vrijheid heeft om de volmacht op te zeggen. Die vrijheid vindt haar begrenzing in de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid ex art. 6:248 lid 2 BW. Het beroep van Allianz daarop slaagt. De rechtbank overweegt:

Een verplichting van de gelaedeerde (of de verzekerde/verzekeringnemer) om apart Hampden aan te spreken is echter in strijd met het naar buiten toe kenbare karakter van de co-assurantiepolis met Allianz als leidend verzekeraar. De constructie van de co-assurantiepolis met een leidend verzekeraar komt veel voor en strekt ertoe, ten behoeve van degenen die aanspraak maken op dekking, dat duidelijk is dat zij zich dienen te richten tot de leidend verzekeraar, die namens de andere verzekeraars de beslissingen neemt en tot uitkering komt. Een gelaedeerde (of verzekerde/verzekeringnemer), als buitenstaander, mag daarop afgaan en behoeft zich niets gelegen te laten liggen aan de interne conflicten tussen de verzekeraars. […]

Hampden wist […] dat het om co-assurantiepolissen ging waarbij vaak een ander, zoals Allianz, leidend verzekeraar was. Zij had ervoor kunnen kiezen om dat niet te doen. Zij wist dat zij zich committeerde aan de beslissingen van de leidend verzekeraar. Zij wist ook, dat haar verdienmodel het niet mogelijk maakte om niet voorziene uitkeringen deels door te berekenen in premies voor nieuw af te sluiten verzekeringen.”

Onder meer op voornoemde gronden is de rechtbank van oordeel dat de herroeping van de volmacht door Hampden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is, omdat zij de gevolgen van haar eigen bedrijfsmatige keuzes per saldo zou afwentelen op de gelaedeerden. De conclusie is dus dat de herroeping geen effect heeft gehad.

Welke conclusies kunnen worden getrokken?

Op de leidend verzekeraar rust, als gevolmachtigde, een verplichting jegens de volgend verzekeraar als haar volmachtgever, om redelijk te handelen en rekening te houden met diens belangen.

Ook indien in een coassurantieverhouding een to follow-clausule is overeengekomen, betekent dit niet dat de volgend verzekeraar de leidend verzekeraar onbegrensd moet volgen. De volmacht die besloten ligt in het instemmen met de to follow-clausule kan immers herroepen worden.

De vrijheid van de volgend verzekeraar om de volmacht op te zeggen vindt echter haar begrenzing in de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid ex art. 6:248 lid 2 BW.

Een volgend verzekeraar weet echter dat zij zich committeert aan de beslissingen van de leidend verzekeraar en het kan naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn om de gevolgen van haar eigen bedrijfsmatige keuzes per saldo af te wentelen op de gelaedeerden.