Zoeken
  1. Verzoek tussentijds appel deelgeschilprocedure toegestaan

Verzoek tussentijds appel deelgeschilprocedure toegestaan

Inmiddels is in de rechtspraak uitgekristalliseerd op welke wijze in hoger beroep kan worden gegaan van een deelgeschilbeschikking wanneer er een beslissing is gegeven over de materiële rechtsverhouding tussen partijen. Met materiële rechtsverhouding wordt overigens bedoeld de rechten en plichten die partijen jegens elkaar hebben. Een deelgeschilbeschikking waarin bijvoorbeeld een van de partijen aansprakelijk wordt gehouden, gaat over de materiële rechtsverhouding tussen partijen.Indien een...
Auteur artikelJudith van der Vlies
Gepubliceerd10 oktober 2014
Laatst gewijzigd10 oktober 2014
Leestijd 
Inmiddels is in de rechtspraak uitgekristalliseerd op welke wijze in hoger beroep kan worden gegaan van een deelgeschilbeschikking wanneer er een beslissing is gegeven over de materiële rechtsverhouding tussen partijen. Met materiële rechtsverhouding wordt overigens bedoeld de rechten en plichten die partijen jegens elkaar hebben. Een deelgeschilbeschikking waarin bijvoorbeeld een van de partijen aansprakelijk wordt gehouden, gaat over de materiële rechtsverhouding tussen partijen.

Indien een partij het niet eens is met de deelgeschilbeschikking waarin een uitspraak is gedaan over de materiële rechtsverhouding tussen partijen, dan kan deze partij hoger beroep instellen via een bodemprocedure. Deze procedure moet worden ingeleid met een dagvaarding. Vergelijk de door mijn collega mevrouw mr. Van Lent in haar artikel van 3 oktober 2014 besproken arresten van het hof Arnhem-Leeuwarden van 12 augustus 2014 (ECLI:NL:GHARL:2014:6361 en ECLI:NL:GHARL:2014:6362).

De rechtbank Midden-Nederland (zittingsplaats Utrecht) heeft in haar uitspraak van 3 september 2014 (ECLI:NL:RBMNE:2014:4761) daadwerkelijk verlof verleend aan de eisende partij om tussentijds hoger beroep in te mogen stellen tegen de deelgeschilbeschikking. In die zaak was door de deelgeschilrechter zonder enig voorbehoud geoordeeld dat een causaal verband tussen een medische fout en de klachten en beperkingen van eiser niet kon worden vastgesteld aan de hand van een medisch rapport. Eiser was het daar niet mee eens en verzocht de rechtbank vervolgens op de juiste wijze – via het aanhangig maken van een bodemprocedure – verlof te verlenen om tussentijds hoger beroep toe te staan. Vergelijk artikel 1019cc lid 2 en onder a Rv.

De rechtbank heeft in haar vonnis in r.o. 2.6 geoordeeld:

Nu niet is gesteld of anderszins gebleken dat - kort gezegd - sprake is van nieuwe feiten of een juridische misslag op grond waarvan de (bodem)rechter terug zou kunnen komen op de over de causaliteit gegeven beslissing in het deelgeschil, is de (bodem)rechter gebonden aan die beslissing. De mogelijkheid bestaat dat het gerechtshof daarover in andere zin beslist. De rechtbank ziet hierin en om redenen van proceseconomische aard aanleiding tussentijds hoger beroep toe te staan van de beschikking van 21 mei 2014.

De rechtbank heeft vervolgens aan de eisende partij verlof verleend voor het instellen van tussentijds hoger beroep en houdt de verdere behandeling van de zaak aan in afwachting van de procedure in hoger beroep. Het is nu eerst aan het gerechtshof om zich over deze zaak uit te laten.

De mogelijkheid dat het hof in hoger beroep anders over de causaliteit zou kunnen beslissen, is voor de rechtbank aldus voldoende om het tussentijds hoger beroep toe te staan. Het zou immers zonde zijn als de partijen de kwestie eerst in eerste aanleg geheel zouden moeten afronden – waarbij de rechter dan gebonden is aan het oordeel van de deelgeschilrechter over de causaliteit – terwijl het hof zich dan pas daarna over het geschil zou kunnen buigen. Met een dergelijke procedure is tijd en dus geld gemoeid, terwijl op voorhand dan al vaststaat dat een van de partijen het niet eens zal zijn met de uitkomst. Vandaar dat de rechtbank ook om proceseconomische redenen het verlof aan eiser heeft verleend.